vrijdag, april 03, 1998

Een nieuwe Europese Gedragscode voor de Wapenhandel - Minister Eric Derycke op de wip voor verandering

(3/04/1998)
Wapenhandel. Een teer punt in de internationale politiek. Voor mensenrechtenactivisten blijft het de oorzaak van veel ellende. Onlangs bond de Britse regering de kat de bel aan met een nieuw initiatief rond de Europese Gedragscode voor de wapenhandel. Onze Minister Derycke was van meet af aan betrokken bij het project. Amnesty Nieuws wou wel eens van de man zelf weten wat, hoe en vooral wanneer.

In de Code zou onder meer de export naar landen waar mensenrechten worden geschonden aan banden worden gelegd. Geen evident initiatief, als je weet dat Groot-Brittannië een zeer groot wapenexporteur is. Voor minister Derycke de kans om binnen Europa iets aan te snijden waar buitenlandse zaken al lang mee speelde.
"Wij zijn blij met dat initiatief, je hebt grote landen nodig om zoiets te bereiken. Bij ons lagen daarover al lang ideeën en zelfs teksten in de schuif maar we hadden geen supporters. Het heeft geduurd tot de Britse Labourregering in het kader van de 'humanisering van haar buitenlands beleid' dat als één van de eerste punten had opgenomen. Wij zijn dan onmiddellijk naar Londen gegaan om van regering en Niet Gouvernementele Organisaties (onder meer AI) te horen hoe ze het voorstel inschatten en om onze expertise aan te bieden."
De Britten hebben dus van meet af aan op Belgische steun kunnen rekenen, maar wat zijn voor ons land nu de prioriteiten? "Om iets gedaan te krijgen moeten we eerst Frankrijk erbij betrekken, dat zei ook Cook. Wij hebben dan ook voortdurend bij de Fransen aangedrongen. Gust Van Hove, onze kabinetsmedewerker, is uitgebreid gaan onderhandelen met beide partijen. Wij trachten daar zo behulpzaam en mobiel mogelijk in te zijn. Ik vraag me nog altijd af hoe die Fransen dat aan hun producenten gaan verkopen." Bij vele Europese landen speelt vooral een economische bezorgdheid ten overstaan van de wapenindustrie. "Wij zitten in een zeer fortuinlijke situatie omdat bij ons die wapenafbouw al lang bezig is maar sommige landen hebben de laatste jaren nog heftig geïnvesteerd in wapenindustrie, ook tewerkstelling is dan in het geding."
Voor de NGO's gaat de Code niet ver genoeg maar het blijft internationale politiek. Het is een revolutie binnen de wapen-wereld. "De meldingsplicht, daar is nogal wat om te doen en er zal hard voor geknokt worden om het er door te krijgen." Volgens die procedure moet een land dat een beslissing neemt om een vergunning tot een bepaalde export niet toe te kennen dat melden aan de andere EU-landen, die dan verplicht zijn tot onderhandelen met het eerste land indien zij overwegen een gelijkaardige vergunning toch toe te staan.

Als politicus en baas van buitenlandse handel blijft Derycke pragmatisch want deze nieuwe Code komt hem eigenlijk goed uit. "Af en toe krijgen wij nogal wat aanvaringen in het parlement en met NGO's. Alhoewel de hoofdmoot van de wapenindustrie in Wallonië zit, doet Vlaanderen ook zijn best op technologisch vlak. Als we de Europese Gedragscode eenmaal hebben, dan hebben we iets om aan het parlement voor te leggen. Het laat ons ook toe in onze onderhandelingen met vreemde bedrijven over doorvoer van wapens veel strenger op te treden. En het is belangrijk voor een klein land met ervaring ter zake om mee te werken aan de verwezenlijking van dit ideaal"

Een andere belangrijke vraag die we hierbij kunnen stellen is of het huidige initiatief ook zal slaan op niet-militaire goederen, wapens voor veiligheidsdiensten en politie. Derycke ziet daar wel een opening. "Eén van de specificaties in de huidige Brits-Franse teksten in verband met Mensenrechten is dat het ook om wapens gaat die kunnen gebruikt worden voor interne repressie. Dat was overigens al een catalogering waar wij de laatste jaren ook scherp op toezien." Maar men baseert zich hier op de Wassenaar-lijst en die is niet erg breed als het gaat om materieel voor politie- en veiligheidsdiensten. Amnesty's bezorgdheid gaat met name over elektroshock wapens en nieuwe technologieën. Derycke: "Helaas zijn die nieuwe technologieën meestal al gekend op het terrein vooraleer ze door regeringen en internationale organisaties gekend zijn." Voor Amnesty een reden te meer om een voorafgaandelijke mensenrechten-keuring ervan te eisen.

Aansluitend daarbij komen de kleine wapens, maar dat debat vindt meer in New York plaats en stuit op gigantische weerstanden, vooral vanuit de VS. "Ik denk dat de kleine wapens minstens even belangrijk zijn voor de Mensenrechten. En wij proberen ook om daaromtrent internationale initiatieven te nemen. Maar pas op, als het zover komt dan zullen we ook voor de Belgische deur moeten vegen! Dit is niet sympathiek. In Vlaanderen leven nogal wat wapenfanaten, het is een zeer harde kern. Individueel wapenbezit is hier de kwintessens." Ja, ook binnen de NGO wereld realiseren we ons dat het een moeilijker campagne zal zijn dan de landmijnencampagne. "Er valt zeer veel weerstand te overbruggen. Wij hopen ook vroeg of laat een aantal landen voor de kar te krijgen. Er moet een breed front voor zijn."

En wat met het Europees programma voor de illegale wapenhandel? "Inderdaad, we trachten hier ook het voorbeeld te stellen door de interministeriële coördinatie te doen met Financiën (douane), Ontwikkelings-samenwerking, Buitenlandse en Binnenlandse Zaken. En we hebben in het jongste rapport van Genève ook geen enkele opmerking gehad. Verstrengde controle en coördinatie doen dus wel degelijk hun werk."

Een punt waar regeringen blijkbaar weinig vat op hebben is de nieuwe internationale tendens van commerciële bedrijven die advies, materieel, training en manschappen leveren aan bijvoorbeeld mijn-exploitatie-maatschappijen, staten, oppositiegroepen. Schendingen van mensenrechten zijn er dikwijls het trieste gevolg van. "Ja, het beste voorbehoedsmiddel is een degelijke democratische politie. Het deficit van de ene maakt dat men zich wendt tot de andere. Inderdaad een gevaarlijk verschijnsel."
In de huidige teksten staat daar weinig of niets over in. Bestaat er geen mogelijkheid om dat wettelijk te regelen? Dergelijke diensten worden steeds meer geleverd. "Het is vooral multilateraal werk via de VN maar tegen een privé-onderneming is weinig uit te richten. Het gaat om een zeer kleine wereld, er zal zich een 'convenant' gebruik moeten vestigen tussen lidstaten in een debat dat nu mijlenver uit elkaar ligt."
"Probleem is dat het altijd op een vreemd grondgebied gebeurt. Om daar iets tegen te doen moet je ook daarvoor extra-territorialiteit invoeren." Dat is echter een teer punt voor vele Europese landen die altijd naar de Amerikaanse wet Helms-Burton verwijzen (waarbij ze andere landen straffen voor het zaken doen met Cuba). En toch is extra-territorialiteit voor Amnesty zeer belangrijk als het om wapenwetgeving en aanverwante gaat. Want zonder dit kunnen de uitgewerkte regelingen maar al te gemakkelijk omzeild worden.

woensdag, december 10, 1997

Amnesty Vlaanderen op de helling - Marc Hooghe: "Laat duizend bloemen bloeien"

(10/12/1997)
We leven in een veranderlijke wereld. Op internationaal vlak is Amnesty de jeugdpuistjes ruim ontgroeit, haar geloof-waardigheid staat buiten kijf. Volgen wij in Vlaanderen? Marc Hooghe, doktor in de politieke wetenschappen en auteur van het boek "Met vlag en spandoek", waarschuwt ons voor verstarring.

Het recentste boek van Marc Hooghe, "Het witte ongenoegen" belicht de witte comités die sinds de Mars van oktober '96 het licht hebben gezien. Hierin heeft hij het onder meer over 'de mythe van het machtige individu'. Mensen zien het niet meer zitten om zich in organisaties te verenigen. Ze geloven halsstarrig in de individuele kracht van de burger. Hoe zit dat? "Alles is te koop tegenwoordig, de dienstenmaatschappij biedt zijn consumenten op maat gesneden producten en de enorme keuze geeft de moderne mens het valse gevoel dat hij perfect autonome keuzes kan maken."
Mensen zijn blijkbaar ook heel wantrouwig geworden tegenover organisaties. "Ja, er zijn nu eenmaal onaangename aspecten aan het verenigingsleven. Vroeger hadden we die verenigingen nodig, als we iets wilden bereiken of iets leuks wilden doen. Nu gaan we gewoon squashen in de fitness en we betalen er voor. De dienstenrevolutie werkt daarop, we kopen gewoon alles wat we nodig hebben en we moeten geen compromissen meer sluiten. De tijd van de standaardrecepten, dat werkt niet meer. En langdurig lidmaatschap, daar hebben veel mensen de trouw niet meer voor. Opflakkerend engagement, zich inzetten voor korte en afgelijnde periodes, dat wel."

"Dat mensen zich tegenwoordig helemmaal niet meer willen inzetten, dat geloof ik niet. Maar het totaal onbaatzuchtige engagement dat wordt zeldzaam. Er wordt duidelijk de vraag gesteld: is het wel efficiënt wat ik doe." Wat geen slechte redenering is, en zeker geen reden om geïnteresseerden af te schepen. Zitten de media er ook niet voor iets tussen? "Televisie wil complexe zaken altijd gesimplifieerd en als een hapklare brok brengen. Ik ben gestopt als journalist bij de openbare omroep omdat het werk bij de BRTN niet bij mijn temperament paste. Te dwaze onderwerpen. Geen ruimte voor uitdieping." Maar als Amnesty zijn we voor een deel afhankelijk van die media voor onze naambekendheid, uitbrengen van nieuwe rapporten enzovoort. "Precies, probeer dan ook met dat gegeven op een creatieve manier om te gaan en het medium op een betere manier te bespelen. Aan het feit zelf kan je niets veranderen, maar de evolutie negeren werkt tegendraads."

Binnen Amnesty klagen verscheidene lokale groepen dat ze geen nieuwe leden meer aantrekken. Wat doe je eraan? "Nu ga je er van uit dat Lokale Groep X eeuwig moet blijven bestaan en voortdurend nieuwe leden aantrekken. Maar dat werkt niet want de mensen kennen elkaar te goed, het wordt een sociaal geheel van meestal dezelfde leeftijdscategorie waar je als jonge twintiger niet zo snel bijkomt. Anderszins zullen nieuwelingen het snel opgeven. De LG's hebben gewoon een bepaalde levensduur en kunnen weer opnieuw verdwijnen. Maar je kan mensen ook aanmoedigen in een bepaalde regio om nieuwe groepen te stichten. Uiteindelijk zal elke groep dat een beetje zelf bepalen. Wees pluralistisch, laat duizend bloemen bloeien, laat ze zelf hun eigen accenten leggen."

Heeft de meerderheid van de bevolking werkelijk zo weinig aandacht voor het algemeen belang? "Daar denk ik dat het standpunt dat leeft een beetje ambigue is, men heeft aandacht voor het algemeen belang zolang het niet indruist tegen het particulier belang. Dat kan je mensen ook niet kwalijk nemen. De overheid speelt daar ook een rol, het gaat niet op te denken; we laten alles maar op zijn beloop en dan komt het algemeen belang wel zelf naar boven. Nee, het algemeen belang moet ook gedefinieerd worden in het kader van de actuele maatschappelijke context. En dan heb ik het niet zo zeer over materiële ondersteuning. Veel belangrijker is dat de overheid een klimaat schept van 'luisterbereidheid'. Als mensen ervaren dat er te overleggen valt met openbare instanties dan leren ze wel dat ze, door zich te verenigen, hanteerbare adviezen naar voor kunnen schuiven die wel degelijk een verschil kunnen maken. En, belangrijk, ze merken dat er iets gebeurt door de dingen samen aan te pakken. Het aanvankelijk gevoel van machteloosheid moet je kunnen laten omslaan in een "ja, we kunnen iets doen". En daar is het belangrijk dat de overheid die boodschap geeft."

Besluit? "Niet iedereen moet hetzelfde standaardpakket hebben. Beschouw ieders engagement als een zegen en zet het in daar waar het zich het beste thuis voelt." Ieder zijn ding is dus de boodschap. Wil je een bestaande groep vervoegen, fijn! Wil je het initiatief nemen om met enkele vrienden een nieuwe groep op te richten met andere accenten? Prima. Of ben je eerder het eigenzinnige type dat zich vanuit een persoonlijke interesse wil inzetten - Graag! "Alle hulp is welkom. Laat de bestaande structuur aan de randen wat afbrokkelen, er kan ruimte gecreëerd worden naar buiten toe."
Nog steeds voelen enkelen zich geroepen om mee te doen aan de democratische besluitvorming maar worden niet gehoord. "In plaats van een moeilijk bereisbaar en gesloten labyrint kan Amnesty als beweging de kern worden van een ganse archipel aan grote en kleine eilandjes. Een archipel waar warme golfstromen voortdurend positieve impulsen genereren en creatieve kruisbestuiving aan de orde van de dag is. Soepelheid is van levensbelang voor elke organisatie vandaag."

woensdag, september 17, 1997

Amnesty: enzym voor de globale aanpak - Meewerken aan het mondiale parlement van de toekomst

"Amnesty situeert zich in het veld waar gestreden wordt voor een andere mondiale ontwikkeling, waar solidariteit en het sociale burgerschap tot ontwikkeling komen." Ricardo Petrella is wel eens het intellectuele geweten van Europa genoemd, hij prijst de grootste mensenrechtenorganisatie ter wereld en dicht haar een grootse toekomst toe.

Het is al vaker gezegd: de grenzen tussen Amnesty's werkterrein en die van andere organisaties vervagen. Parallel aan de wereldwijde opmars van het neoliberale gedachtegoed groeit bij vele actievoerders de idee dat ze eigenlijk allemaal voor hetzelfde vechten. Want nu de dictatuur van de markt in sneltreintempo de wereld aan het veroveren is en in haar kielzog de achtergestelde landen, arm aan het heilige BNP, met zich meesleuren.. Nu plaatsen lokale potentaten steeds meer hun huis-schrijntje rond datzelfde uit zijn voegen gebarsten economische begrip. De perfecte verontschuldiging voor hun moegetergde bevolking.
Toch zijn er, ook in de schoot van het establishment, mensen die niet geloven in dat alles heiligmakende van de markt. Eén van de belangrijkste dissidente stemmen in Europa is Ricardo Petrella, voorzitter van de Groep van Lissabon, die vorsers uit Europa, de V.S. en Japan verenigt. Recent verliet hij de Europese Commissie omdat ze volgens hem een instrument ten dienste van de concurrentie is geworden.

Petrella gelooft niet in schaarste als economisch gegeven. Nochtans kampen organisaties zoals AI allemaal met hetzelfde probleem: stagnering van de inkomsten. Zou het kunnen dat de goede wil van de gewone mens voor het algemeen belang een schaars goed is?
"Men probeert ons er van te overtuigen dat de hulpbronnen niet volstaan om iedereen een deftige levensstandaard te verzekeren. Fout! Sinds de jaren vijftig is de globale productiviteit met vijfentwintig maal toegenomen, veel meer dan de bevolkingaanwas in die zelfde periode. De schaarste is een uitvinding van het economisch systeem dat de conservatieve neoliberale doctrine goed uitkomt om de vele ontslagen en het verlies aan koopkracht van de Westerse bevolking goed te praten. En natuurlijk stagneren de inkomsten van de non-profit organisaties, ze berusten immers op de goede wil van de gewone mens. Die gewone man of vrouw ziet met lede ogen aan hoe de welvaartmaatschappij op de helling wordt gezet. Bovendien werkt de heersende moraal een op zichzelf terugplooien in de hand: mensen worden gevoelig voor het "eigen volk eerst" adagium.
En wat dan te denken van de overheid? "Op binnenlands vlak vindt er een verschuiving plaats van functies, de last van de sociale economie wordt steeds meer op de schouders van niet-gouvernementele organisaties afgeschoven onder het motto 'de staat moet afslanken'. Terwijl privé-interventies afnemen onder druk van de algemene concurrentie." Petrella spreekt over een heuse valstrik voor de NGO's. "Hoe meer de staat haar plichten verzuimt, hoe meer NGO's geïdentificeerd worden met de sociale economie, de zorgenkinderen van elke maatschappij."

Toch is er geen reden voor vertwijfeling, want de toekomst wordt niet gemaakt door de bureaucratie en de bedrijven, aldus Petrella. "Wat belangrijk is, dat zijn de basisorganisaties, gedragen door gewone mensen. Zij vertegenwoordigen de solidariteit, gemeenschapszin en menselijkheid, ja, de liefde zelve.. Alles wat de markt-theologie ons tracht te ontnemen. En U bent daarvan een voorbeeld par excellence." Inwendig blozend aanvaard ik het compliment voor de hele organisatie. Petrella is een passioneel wetenschapper en hij verdedigt zijn overtuiging met verve. Maar.. "Jammer genoeg zijn al de organisaties te verdeeld, te gefragmenteerd. En de politieke krachten zijn te zwak geworden. Ze hebben de progressieven van vroeger als een verdeelde groep achter zich gelaten."

Navelstaarderij is dus uit den boze. Amnesty, Oxfam, Greenpeace, ze moeten samen werken aan een mondiale maatschappij. Hoe ziet Petrella die samenwerking? "Ik heb het eerder gezegd. Jullie vertegenwoordigen momenteel het mondiale geweten. Wie tot op heden vrijwel afwezig bleef dat is de intelligentsia. Er moet dringend een nieuwe schare van intellectuelen komen die hun verantwoordelijkheid nemen. De kritiek vanuit de bewegingen dat ze afwezig waren uit de internationale discussie, dat ze enkel aan de kant van het kapitaal en de handel stonden, is grotendeels gegrond."
Wat voor vorm moet die samenwerking dan aannemen? "Er moet een nieuwe retoriek komen, een nieuwe cultuur van spreken die uitgaat van het algemeen belang. En dat in de schoot van een echt mondiaal parlement dat opnieuw legitimiteit verleent aan de internationale politiek. Een wetgevend orgaan waarin ook de grote wereldbewegingen hun broodnodige rol spelen." Mijn oren gaan spontaan fluiten. Dus niet enkel raadgevende bevoegdheid meer voor Amnesty? "Neen! Het is nodig dat de expertise die ze over de jaren heen opgebouwd hebben, dat die kennis ten goede komt aan de wereld."
(17-9-1997)

donderdag, juni 13, 1996

Geen witloof in Bolivië

(13-06-1996)
Sinds enige tijd leek het beter te gaan met de mensenrechten in Bolivia. Maar 1995 was geen goed jaar. Vooral boeren en vakbondsleden kregen het erg te verduren. Amnesty’s redactrice Jelle Van Riet is pas terug van een jaar verblijf ter plaatse met haar Boliviaanse man, Marco. Ze getuigen beide over een land van optimisme en pessimisme tegelijk.

"Ik heb het westen heel zelden gemist. Soms tijdens moeilijke reizen in het binnenland het ontbreken van het essentiële comfort dat wij hebben. Voor de rest miste ik het zelden of
nooit." Enige probleem: "er is geen witloof in Bolivia", lacht ze." Maar naar de markt gaan is een waar festijn, fantastisch wat je er allemaal vindt. Met de Indiaanse vrouwen onderhandelen is een sport, het is heel leuk. De supermarkt bij ons gaat dan heel banaal en vervelend lijken."

Hoe was het, als westerse die nauwe relaties heeft met een mensenrechtenorganisatie om daar te wonen? "In Bolivia kennen ze AI niet omdat er geen sectie is. Het begrip mensenrechten kennen ze wel. Maar als ik over AI sprak dan dachten ze gewoon van, ja, een mensenrechtenorganisatie, dat moet dan wel gevaarlijk zijn. Ik was dan wel snel een heldin. Dat ik dat op mij wou nemen vonden ze heel heroïsch. Maar wat me het meeste raakte dat was de enorme armoede op straat. Santa Cruz, de stad van de snobs, veel narcotraficanten met dure Jeeps en kasten van huizen, daar is het verschil schrijnend. De tegenstellingen zijn constant met elkaar verweven."

Heb je iets gemerkt van de staat van beleg?
"Enkel de avondklok. Om 12 uur moet iedereen plots naar huis, trouwfeest of niet. Een beperking op onze vrijheid waar we soms een heel boos gevoel over hadden. Het is iets dat niet tot een democratie behoort, het doet denken aan een militaire dictatuur. Marco heeft vroeger ettelijke staten van beleg meegemaakt, en nu de democratie er eindelijk is, zou je toch
denken dat al die zaken tot het verleden moeten behoren. Maar er zijn vele sociale problemen. Dus zijn er voortdurend stakingen. De overheid reageerde met een oud middel, het
ingorden van de persoonlijke vrijheden."

Marco, denk je dat de dingen verbeteren in Bolivia, vooral sinds de nieuwe president?
"Er zijn heel veel mensen niet gelukkig met de situatie. Hier is een grote middenklasse die een redelijke levensstandaard heeft. In Bolivia is de meerderheid heel arm. Of er wat veranderd? Nee. Er is wat meer ontwikkeling, wat meer geld.. Maar essentieel is er niets veranderd. De regering is niet te vertrouwen, ze handelt nog altijd meer in het voordeel van de rijken. Het is de globale economie die heerst en die houd geen rekening met de lokale noden van regio's in de wereld. De uitverkoop van de natuurlijke rijkdommen van het land is een goed voorbeeld van het korte termijn gewin dat heerst."

woensdag, februari 21, 1996

Ze behandelen ons hier als mensen

(21/02/1996)
Restaurant Tropicos is een klein stukje Brazil in Antwerpen. En vanavond leeft het. Een delegatie straatkinderen uit de braziliaanse favella's is even in ons land. Nanko van Duren, nederlander en één van de directeuren van het IBISS, getuigt.

Ze zijn de 'onaanraakbaren' van de braziliaanse maatschappij. Op straat is hun leven letterlijk niets waard. In Sao Paulo worden 4 kinderen per dag vermoord. Ons project is een aanvulling op het straatwerk. Eerst proberen we ze weg te halen van de straat en een relatieve bescherming te bieden in ons centrum. Als belangrijk item gebruiken we voetbal om structuren in hun leven te brengen, voor vele jongeren is het een middel dat aanslaat. Het laat ons toe een educatie op te zetten die aansluit op de dingen waar ze mee bezig zijn, het voetbaljargon opent wegen naar alfabetisering. Via de binding die ontstaat kunnen we ze eveneens sexuele voorlichting geven (met het oog op aidspreventie), we hebben een preventieve gezondheidschool, degelijke maaltijden zijn ook belangrijk. We voorzien huisvesting in kleine appartementen voor telkens 5 jongeren, een structuur die ze steun geeft van elkaar. Iedere avond wordt ons project overspoeld met vragen om kinderen op te zoeken op het politiebureau om mee te gaan naar de rechtbank, om te proberen identiteitspapieren te regelen enz. Slechts een klein gedeelte heeft te maken met criminele zaken van de kinderen zelf, meestal gaat het om geweld tegen de kinderen (van mishandeling tot moord). Met de nieuwe jeugdwet in de hand lukt het ons om straatkinderen uit handen van de politie te houden. Maar met alleen maar een juridische overwinning ben je er natuurlijk niet. We moeten samen met de straatwerkers ook alternatieven voor de kinderen zien te vinden, opdat ze niet weer in de handen van de politie/justitie vallen. Wanneer een kind in Brazilië geen geboortebewijs bezit 'bestaat' het gewoon niet voor de wet. Als een kind dat officieel niet bestaat wordt vermoord is er dus voor de wet geen moord gepleegd. Verder betekent dit dat het geen recht heeft een school te bezoeken, geen recht heeft op gezondheidszorg enz. Met andere woorden, dat het kind alle fundamentele mensenrechten ontzegd worden. Baby's die op straat geboren worden kunnen zelfs niet aangegeven worden omdat de moeder niet bestaat. De baby's kunnen zonder meer afgenomen worden. Allemaal redenen waarom we veel aandacht besteden aan het meest fundamentele recht: het recht om te bestaan.

donderdag, december 14, 1995

Leven in het land van Assad - Na 25 jaar nog steeds repressie in Syrië

(4-12-1995)
Allahu akbar, Allaaaah... De muezzin laat z'n dagelijkse religieuze boodschap neerdalen over Damascus. De moslimgemeenschap trekt in grote getale naar de Omayadd Moskee in de oude stad voor de gebedsdienst. In principe heerst hier godsdienstvrijheid.

Het is druk en de mensenstroom vibreert onder de middaghitte, tumultueus uitstijgend boven het geschifte verkeer als zowat iedereen tegelijkertijd Ath Thaura Avenue wil oversteken om de schaduw op te zoeken in de oude souqs van Damascus. Boven de ingang van de grote Souq al Hamadiyyeh, aan de ingang naar de oude stad, hangt een enorme beeltenis van president Hafez al Assad. Met een beminnelijke glimlach kijkt hij op z'n onderdanen heen. Het is met een enigzins wrang gevoel dat ik onder hem door loop. Deze alawiet afkomstig uit de bergen van het Syrische binnenland is verantwoordelijk voor 25 jaar van brutale repressie, vele duizenden mensen zijn opgepakt in opeenvolgende golven van massale aanhoudingen.
Aanhoudingen gericht tegen vermoede leden van linkse, islamitische of Arabisch nationalistische organistaties. Of eenvoudig tegen iedereen die oppositie voerde tegen het
bewind. Onder de slachtoffers zijn honderden gewetensgevangenen. Vele duizenden families werden in het ongewisse gelaten over het lot van hun dierbaren. Sommigen vrezen het ergste omdat hun familieleden 'verdwenen' na arrestatie. Weinigen durven het aan hun protest te luid te laten klinken uit schrik voor represailles.

Het valt moeilijk te geloven als je tussen het drukke leven doorwaadt terwijl uit hele clusters van volledig in het zwart gehulde vrouwen enkelen je ongewild aanstaren door nietige
openingen in hun stoffen omhulsels. Als duwers van stootkarretjes zich roepend een weg banen door het gewoel en gewiekste verkopers je vastklampen alsof hun broodwinning van
een maand er vanaf hangt. De samenleving leeft ondanks alles en verbergt haar leed voor het oog van de buitenstaander. Ik laat de verkopers voor wat ze zijn en loop achter de grote
moskee om naar het oudste café van Damascus waar de intellektuelen hun verhitte gesprekken voeren onder het uitten van geëxiteerde gebaren. Af en toe leunen ze daarbij achteruit en lurken nadenkend aan de Nargileh. Eén van hen vertelde me eens dat het geluid van de waterpijp de geest tot rust brengt en vastgeroeste gedachten samen met de rook naar buiten doet blazen. Net voor ik wil gaan zitten zie ik m'n rendez-vous van de andere kant komen.

Philipp Al Kaid verdient goed met het gidsen van franstalige groepen toeristen door het Nationale Museum. Als hij dollars voor me wil wisselen gaat ie plots heel omzichtig doen. In het midden van het straatje haalt ie de ponden uit z'n zak en stopt ze me achteloos om zich heen kijkend in mijn handen. De zwarte markt voor dollars is een belangrijke illegale markt en het spook van de Mukhabarat ligt overal op de loer. Er worden nog steeds dagelijks mensen opgepakt, om de meest banale redenen aangehouden en geruisloos verdwijnend in het onduidelijk labyrint van de veiligheidsdiensten die opereren zonder enige controle of vrees voor verantwoording. Na die kleine financiële operatie zetten we ons aan een tafeltje. We praten over vele dingen maar als onder mijn impuls het onderwerp ook maar enigzins afdrijft in de richting van de politiek beperkt ie zich tot gemeenplaatsen en halve waarheden alsof hij zich schaamt voor wat er rond hem gebeurt maar de confrontatie met het gevaar niet aandurft. "Jij hebt mooi praten, je bent een westerling met een westers paspoort!"

woensdag, juni 14, 1995

De Iraanse vrouw draagt de bittere glimlach van de geschiedenis op haar lippen.

(14-6-1995)
Afsa Saiedie was een politiek activiste die ijverde voor meer democratie in het fundamentalistische Iran van Khomeini. Na vele omzwervingen en jarenlang ondergedoken leven, gescheiden van haar man en familie, woont ze nu in Nederland. Haar verhaal is er één van gedreven wanhoop en onbuigzaam verzet.

De nieuwe Islamitische Republiek had na de religieuze omwenteling, begin jaren '80, bruusk gebroken met de westers georienteerde politiek van daarvoor en voerde een nietsontziend
terreurbewind. Als jong studente aan de universiteit van Teheran, opgegroeid onder de relatieve vrijheden van het Shah-régime, kwam voor Afsa Saiedie de repressie van Khomeini hard aan. Met name voor de vrouwen van Iran werd het een reusachtige stap terug achteruit..

"Mijn situatie is exemplarisch voor vele Iraanse vrouwen die gestudeerd hebben. Ik ben opgegroeid in een gezin uit de middenklasse. Mijn vader was arts. In die tijd keek niemand er
van op dat ik ging studeren. De iraanse maatschappij leefde al verschillende jaren onder een aanzienlijke liberalisering. Vrouwen waren nodig om mee te werken aan de snelle ontwikkeling en de grote vraag naar werkkrachten. Ondanks dit alles waren vrouwen niet vertegenwoordigd in het beleid. Vanaf het eind van de jaren '70 was ik actief in een groep die oppositie voerde vanuit de universiteit. We hebben hard gewerkt aan de bewustwording van de iraanse vrouw. Toen kwam de revolutie. Alle oppositie werd bloedig uit de weg geruimd, ik en vele van mijn medestrijders waren verplicht onder te duiken. Mijn man – we
hadden elkaar pas het erewoord gegeven – hebben ze opgepakt. We hebben elkaar vele jaren niet meer gezien of gesproken. Het was verschrikkelijk. Jaren van voortdurend ondergedoken leven braken aan, voortdurend verhuizen van de ene plaats naar de andere, op risico van de mensen die me in hun huis onderbrachten.
Toch bleven we oppositie voeren. Bloemen voor de ramen vormden het teken dat alles veilig was om samen te komen. Maar het regime was onverbiddelijk. Boeken werden verbrandt, intellectuelen de mond gesnoerd, velen zijn vermoord.. Ouders konden de lijken van hun kinderen 'terugkopen' voor de prijs van hun kogels.
In Kourdistan heb ik gezien hoe een kind van 3 jaar uit een familie van vluchtelingen, hoe dat kleine kind het geweer van z'n vader afvuurde om z'n moeder te beschermen tegen haar belagers! Kinderen zijn het slachtoffer en groeien op in een sfeer van geweld. De repressie heeft me uiteindelijk verplicht het land te verlaten. Na zeven en een half jaar ondergedoken geleefd te hebben, ben ik in Turkije terecht gekomen waar ik ook moest onderduiken om een uitlevering te vermijden. Uiteindelijk kon ik via de Verenigde Naties een visa krijgen voor Nederland. M'n man heb ik uiteindelijk weergezien in Turkije."

De steeds verslechterde positie van Iraanse vrouwen onderscheidt ze van andere vrouwen in de derde wereld, zo zegt Afsa. Een blik op de ontwikkelingen van de laatste 50 jaar in Iran
verduidelijkt dit.

"De vrijheid van vrouwen in een samenleving is de maatstaf voor de ontwikkeling van die samenleving. Vrouwen vormen de helft van elke bevolking. Ze zijn in de loop van de geschiedenis minderwaardig geweest ten opzichte van de mannen, thans is een groot deel van de mensheid overtuigt van de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. Maar zijn alle vrouwen inderdaad vrij? Hebben ze dezelfde sociale, economische en politieke rechten
als mannen? Wat is het oordeel van het menselijke geweten?"
"Tot voor de tweede wereldoorlog was geen verandering opgetreden in de positie van de Iraanse vrouw, ondanks de constitutionele revolutie, het groeiende liberalisme en de sociaal-economische ontwikkelingen. 99% van de vrouwen was analfabeet en het onderwijs was gebaseerd op de mannenmaatschappij. Na de tweede wereldoorlog en vooral in de vijftiger jaren, traden grote veranderingen op. De landbouwhervorming en de komst van de industrie heeft voor een migratie naar de grote steden gezorgd. De groeiende vraag naar arbeidskrachten heeft de weg naar de arbeidsmarkt vrij gemaakt voor vrouwen. Omdat er steeds meer deskundige arbeiders nodig waren, was het op gegeven moment ook mogelijk voor vrouwen om aan verschillende opleidingen deel te nemen en zich te ontplooien.
Zodoende werden de omstandigheden steeds beter en na verloop van een tiental jaren was de overgangsfase van een gesloten, achtergebleven en traditionele samenleving naar een relatief
moderne maatschappij aangebroken. Maar deze veranderingen waren onwillekeurige resultaten van een maatschappij die met industrialisatie bezig was. Dus niet de vruchten van de strijd of een actieve aanwezigheid van vrouwen op het politieke toneel. Omdat de repressieve regering van de Shah elk soort progressieve en democratische beweging als een
bedreiging beschouwde, trad ze ook vijandig op tegen de vorming van dit soort organisaties.
Terwijl tienduizenden vrouwen op hogescholen en universiteiten zaten en werkzaam waren in fabrieken en andere instellingen, werden alle wegen voor vrouwen om democratische activiteiten te ontplooien door het regime van de Shah belemmerd. Terwijl Iraanse vrouwen democratie en vrijheid eisten, kregen ze het bouwen van gevangenissen, het invoeren van censuur, marteling en executie als antwoord. Hoe meer de groei van de industrialisatie, des te meer de behoefte van democratie onder vrouwen en ook hoe groter de repressie en onderdrukking.
Medio jaren zeventig werd door de economische crises in Iran de werkgelegenheid ingedijkt. Een deel van de werkenden moest ontslagen worden. Vrouwen werden eerder en meer dan hun mannelijke collega's ontslagen. Deze crises heeft de protesten van het volk harder en luider gemaakt."

Eens in controle zou Khomeini snel eer doen aan het bekende adagio 'na revolutie komt revolutie'. Zijn intentie bestond erin een Islamitische republiek op te zetten, gedomineerd door
de clerus – de eerste echte islamitische staat in moderne tijden. Hij bereikte dit met brutale efficiëntie.

"Toen de protesten tegen het regime onhoudbaar werden hebben verschillende groeperingen het trachten omver te werpen. Het waren echter de fundamentalisten met Khomeini als leider die de macht grepen. Door het aantrekken van religieuze en traditionele mensen die hun maatschappelijke positie door industrialisatie en andere ontwikkelingen hadden verloren.
Omdat de progressieve organisaties en bewegingen tientallen jaren voortdurend door de Shah aangevallen werden, waren ze niet sterk genoeg om kans te maken. Nadat Khomeini aan de macht kwam, heeft hij eerst de vrouwen aangevallen. Hij wilde hen gevangenen maken van de sluiers en ze alles ontnemen wat ze in de voorgaande jaren hadden verworven. Daarom is de beweging van Iraanse vrouwen tegen het regime van Khomeini in de eerste dagen tot staan gekomen. Khomeini had geen oplossing voor de sociale en economische tekortkomingen en wist niet wat te doen tegen de hoge werkloosheid, vooral de werkloosheid onder vrouwen. De eerste maatregel die hij invoerde was het verbieden van werken voor vrouwen zonder sluier. In de wet liet ie bovendien optekenen dat vrouwen onvolmaakte wezens waren met weinig verstand. Onderdrukking, marteling, opsluiten en executie van de progressieve strijders had als gevolg dat de iraanse vrouwen, oftewel de helft van de iraanse bevolking, als minderwaardig werd aanzien.
De cijfers en statistieken over vrouwen en de wetten en regels die tegen vrouwen zijn vastgelegd laten zien hoe erg de vrouw het heeft in Iran: tot eind 1986 kunnen 62,2% van de vrouwen in de steden lezen en schrijven. Dit percentage daalt op het platteland tot ver onder de 10%. Wat betekent dat ongeveer 45% van de vrouwen analfabeet zijn. Van meisjes ouder dan 6 jaar gaat slechts 25% naar school. Onder opgeleide vrouwen hebben 4% 6 jaar, 35,4% 8 jaar, 26,6% 12 jaar op school gezeten. Slechts 1,2% van de iraanse vrouwen hebben een universitaire opleiding genoten, dat is 4 op duizend. Wat de kwaliteit aangaat is er ook een aanzienlijk verschil tussen de jongens en meisjesscholen. Hogescholen en universiteiten hebben een hoge drempel voor meisjes. Dit alles betekent dat het regime tracht om vrouwen analfabeet te houden.
Ook wat de werkgelegenheid betreft, staan de vrouwen er niet gunstig voor. Van alle werkenden zijn slechts 9% vrouwen. Van alle werkgevers zijn er 3,9% vrouwen. Van de vrouwen ouder dan 16 jaar zijn er maar 5,2% werkzaam buitenshuis, 25% van hen is
leerling en meer dan 60% is gedwongen thuis te blijven. Deze cijfers laten zien hoe de onafhankelijkheid van de vrouw wordt aangetast en hoe haar positie, zowel binnenshuis als in de samenleving, wordt verzwakt.
Het wordt nog erger als we naar het Iraanse burgerlijke recht kijken. De wet bepaalt: Als bij een misdrijf twee mannen betrokken zijn en er is maar één vrouwelijke getuige dan
moeten er nog drie vrouwen bij gezocht worden om de getuigenis meer gewicht te geven. "Een man is gelijk aan twee vrouwen", aldus de wet."
"Als er ooit gelijkheid bestaat in de iraanse samenleving, dan zal er geen plaats meer zijn voor de islamitische republiek en haar middeleeuwse ideologie."