Posts tonen met het label Brazilië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brazilië. Alle posts tonen

maandag, januari 02, 2006

Raak me aan als ik dood ben: Interview Barbara Acuna

Laatst veroordeelde minderjarige in de VS ontsnapt nipt aan terechtstelling

Barbara Acuna is een gewone Amerikaanse vrouw met een gewoon gezin. Ze woont in een gewone buitenwijk in een Texaanse stad. Ze staat erop dat we haar leven niet als iets buitengewoon omschrijven. Alleen overkwam haar wel iets heel dramatisch. Haar zoon werd ter dood veroordeeld. Hij was 17. Robert Acuna was de laatste minderjarige in de VS op ‘death row.’

Toen Robert Acuna werd beschuldigd van een dubbele moord, maakte de openbare aanklager in een tv-interview meteen duidelijk dat ze voor de doodstraf zouden pleiten, hoewel de officiële papieren daartoe pas vier maanden later werden ondertekend. Dit is courant in Texas en vóór het Amerikaanse Hooggerechtshof de doodstraf voor minderjarigen ongrondwettelijk verklaarde, overkwam het ook 17-jarigen. Het zien van dat interview maakte bij Barbara Acuna het besef wakker dat iets niet klopte in deze rechtszaak.

Vond je dat het proces eerlijk verliep?
“Ik was naar twee advocaten gestapt (de procedure voor de doodstraf is veel zwaarder en vereist twee advocaten voor de verdediging, nvdr), maar ze vertelden me koudweg dat ik hun niet kon betalen. Alleen al voor de advocaten moest ik 35.000 $ neertellen en dan moet je nog een team huren dat bestaat uit een detective, een psychiater en een ‘specialist in verzachtende omstandigheden’. De kost is astronomisch voor mensen met een gemiddeld loon. Maar dat was slechts het begin. Zodra de procureur beslist voor de doodstraf te pleiten, begint de ‘machine van de dood’ te draaien. Bij Robert werd de hele procedure op een drafje afgehandeld: men wist dat er een uitspraak van het Hooggerechtshof in de lucht hing die de doodstraf voor minderjarige daders zou afschaffen. Gemiddeld duurt een zaak twee jaar; Robert was echter acht maanden later al veroordeeld. Indien het proces pas begonnen was ná de uitspraak van het Hooggerechtshof over de doodstraf voor minderjarigen, dan was alles heel anders verlopen. De jury zou uit andere mensen bestaan hebben en één advocaat was voldoende geweest.”

De rol van de jury

Wat was de rol van de jury in het proces?
“Die was zeer belangrijk. Bij de keuze van de juryleden wordt gekeken naar een aantal criteria. Zo worden enkel mensen geselecteerd die vóór de doodstraf zijn. Universitaire studies hebben uitgewezen dat dergelijke jury’s de neiging hebben strenge straffen uit te spreken. In het geval van Robert wisten ze ook dat het om een minderjarige verdachte ging.”

Wanneer kreeg je hulp van buitenaf?
“Toen bleek dat de officier van justitie voor de doodstraf ging en er haast mee wou maken, ben ik als een gek beginnen bellen naar alle tegenstanders van de doodstraf. Amnesty zag onmiddellijk de ernst van de situatie in en zette een ‘urgent action’ op. Ze schreven brieven naar de procureur om hem aan te zetten te wachten met de procesgang tot na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Een collectief van advocaten die tegen de doodstraf zijn nam de zaak ter harte. Ze stelden vragen aan de twee advocaten die ons waren toegewezen door de rechtbank. Maar deze laatsten deden niets met de aanbevelingen. De aangestelde specialisten deden evenmin veel. Ze lieten de zaak op hun beloop, waardoor de procureur zowat vrij spel had. De eerste keer dat iemand van ons gezin werd ondervraagd over Robert, was de rechtszaak al bezig. Niet veel later maakte Robert kennis met ‘death row.’

‘Total senses deprivation’

Hoe is het leven in de dodencel?
“Zes maanden zat Robert op death row, tot zijn straf werd omgezet in levenslang na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Er is geen ‘vervroegde vrijlating’ zoals die in België bestaat. Gelukkig zijn z’n omstandigheden nu beter. Death row betekent 23 uur per dag opgesloten zitten in een kleine cel, met niets meer dan een klein radiootje als afleiding. Geen telefoongesprekken, je bent van iedereen gescheiden. Het uurtje per dag dat je buiten mag, krijg je handboeien aan en word je vergezeld door twee bewakers die je behandelen als hun eigendom. ‘Total senses deprivation’, dat is de enigszins klinische term voor dit onmenselijke régime. De gevangene mag aan geen enkele zintuiglijke prikkeling worden blootgesteld. Eenmaal per week mag je bezoek ontvangen. Je wordt dan naar een klein kamertje geleid dat door kogelvrij glas gescheiden wordt van de bezoekersruimte. Praten met je bezoek - maximum 2 mensen - doe je via een telefoontoestel. Voor je iets kan zeggen, moet je je op de rug geboeide handen door een kleine opening in de stalen deur steken, zodat de bewaker je handen kan losmaken. Er is geen enkele vorm van fysiek contact mogelijk. Dat gaat zo door, tot aan je geprogrammeerde dood.”

Wat zijn jouw argumenten tegen de doodstraf?“
Ten eerste is de doodstraf gewoon niet noodzakelijk. Mensen kunnen opgesloten worden of opgenomen in een instelling voor geestesgestoorden. We hoeven ze niet om te brengen. Rechtvaardigheid is geen wraak, doodstraf wel. De doodstraf is een onvoorstelbare geestelijke marteling, zowel voor de betrokkene en als voor zijn familie. Mensen zijn mensen, het zijn geen wegwerpvoorwerpen.”

Wat zeg je tegen voorstanders van de doodstraf?
“Ik probeer ze niet te overtuigen. Ik wil ieders mening respecteren. Ik probeer hen te wijzen op enkele feiten die ze misschien niet kennen, vertel hen wat ik weet. Argumenten als "Het is veel duurder om ze te laten leven" ontkracht ik: de hele procedure die leidt naar de doodstraf is vele malen duurder dan een levenslange gevangenisstraf. Ook andere argumenten haal ik aan: gekleurde mensen hebben statistisch gezien veel meer kans op de doodstraf.”

Iedereen verdient een tweede kans

In maart 2005 kwam dan de langverwachte uitspraak van het hooggerechtshof. Wat voelden jullie toen?

"We wisten dat het zou komen, maar niet op welke dag. Natuurlijk waren we zeer gelukkig. Robert was opgelucht maar tegelijk verdrietig dat de uitspraak niet vroeger was gekomen. Voor velen vóór hem was het te laat, mensen bij wie een redelijke twijfel bestond over hun schuld. Tijdens die zes maanden had hij verschillende mensen zien vertrekken. Ze schuifelden langs de gang voorbij, met hun boeien aan, het hoofd gebogen.”

Denk je dat organisaties zoals Amnesty een verschil kunnen maken?

"Robert zou nog steeds op zijn dood wachten als Amnesty er niet was geweest. Ze hebben jaren gelobbyt bij het verbond van Amerikaanse Advocaten om de stemming in het voordeel van de afschaffing van de doodstraf te keren. De internationale druk heeft ongetwijfeld geholpen om tenminste de doodstraf voor minderjarigen af te schaffen. Als iedereen echt samen aan hetzelfde zeil trekt en eist dat de overheid stopt met het doden van haar eigen burgers, dan kunnen we de doodstraf echt naar de geschiedenis verwijzen.”

Voor Amnesty verdient iedereen een tweede kans, maar zeker kinderen. Minderjarigen onderkennen nog niet altijd de gevolgen van hun daden. De kans dat ze hun leven verbeteren is veel groter dan bij een volwassene. Ze mogen dan ook niet op dezelfde manier bestraft worden. Het Kinderrechtenverdrag verbiedt overigens elke wrede en onmenselijke straf voor minderjarigen. De doodstraf tegen minderjarige daders was dit jaar het centrale thema van de Schrijf-ze-VRIJdag van Amnesty Vlaanderen.

donderdag, augustus 31, 2000

Amnesty kan Braziliaanse mensenrechtencentra ondersteunen

In Brazilië leven meer dan 12 miljoen kinderen op straat. In de krottenwijken rond Rio de Janeiro zwerven 100.000 kinderen rond. Ze leven van wat de straat hen biedt en organiseren zich in straatbendes. Ze stelen of bedelen om in leven te blijven, ze snuiven lijm, zijn aan de drugs, zitten in de prostitutie. Het zijn slachtoffers van een maatschappij waar geen plaats is voor armen.

Sinds 1985 werkt de Vlaming Jan Daniëls, samen met zijn Braziliaanse echtgenote Athamis Barbosa in Sao Martinho. Onlangs kwam hij in België het hebben over een nieuw project rond preventie en reïntegratie. We starten ons gesprek met de vaststelling dat mensenrechten een belangrijk thema zijn in het Brazilië van vandaag.
“In 1988 hebben we de ‘democratisering’ meegemaakt na de dictatuur.”
Een van de resultaten daarvan is dat Brazilië op papier een heel progressieve wetgeving heeft. Vrije meningsuiting, kinderen- en vrouwenrechten worden hoog in het vaandel gedragen. In de praktijk blijft die wet echter dode letter. De democratisering verloopt moeilijk. Alle politieke en economische macht zit nog steeds in dezelfde handen als vroeger. Dezelfde militairen uit de dictatuur, de industriëlen - ze zitten nog allemaal in het zadel.
De programma’s van het IMF werden rigoureus uitgevoerd en momenteel is het land een heus investeringsparadijs voor bedrijven. Tegelijkertijd is er nog nooit zo gesnoeid in sociale programma’s. De steeds aangroeiende massa armen zijn er ondertussen erger aan toe dan onder de dictatuur. Vanuit de kazerne werd nog een populistisch beleid gevoerd met een aantal minimale sociale voordelen om het volk zoet te houden.
Nu is er enkel nog een absoluut wild kapitalisme met als resultaat een veel grotere kloof tussen arm en rijk: bij 5 % van de bevolking vind je een enorme kapitaal concentratie terwijl 70 % veel armer geworden is.
Privatisering van vele staatsbedrijven is op een zeer corrupte manier verlopen. Zo is het grootste mijnbedrijf ter wereld, Rio Dose, verkocht aan 10% van de normale prijs en dat vlak nadat er de grootste aders ter wereld waren gevonden.
Bij de media wordt alle kritiek systematisch weggeknipt.

Onlangs zei de Braziliaanse regering dat het probleem van de straatkinderen opgelost is. Hoe is dat te begrijpen? “Officieel zijn er nog slechts 10.000 in heel het land. De president is enorm aan het investeren in public relations, hij heeft nog nooit zoveel gereisd. Schattingen van onafhankelijke organisaties spreken van 30.000 en ongeveer 50.000 semi-straatkinderen, dat zijn onder meer schoenpoetsertjes die vaak op straat slapen om een dure busrit uit te sparen

Noodlanding

“Onze NGO probeert deze straatkinderen op te vangen die rondzwerven in het centrum en ook in de toeristische buurten. Wij bieden hen een noodlanding aan met basisdiensten zoals 3 maaltijden per dag, Tweedehandskledij, een dokter... Preventief proberen we de kinderen van de straat te houden, in eerste instantie met een volledig opendeur systeem. Allen hebben ze het gesloten internaat meegemaakt waar ze, bij speciale gelegenheden (pausbezoek, carnaval, bezoek van Amerikaanse president etc) steevast worden ingestopt. Achteraf werden ze dan telkens weer de straat op gegooid.
In tweede instantie hebben we ook educatieve en kleine economische activiteiten. Alfabetisering, de opbouw van een sociaal leven stimuleren via onder meer voetbal en muziek - deze laatste twee zijn alomtegenwoordig in Brazilië. In creatieve ateliers leren ze dingen maken. Zo heb je een houtatelier, het werken met machines wordt aangeleerd, zo worden er kleine houten speelgoedjes gemaakt.
Voor schoenpoetsertjes hebben we een coöperatief stelsel opgezet, met een maandloon dat wat hoger ligt dan wat ze normaal verdienen. Kijk, het gaat eigenlijk om fiscale vluchtelingen vanuit de favella’s, vanaf 8 à 9 jaar worden ze aangespoord om buiten de krottenwijken geld te gaan verdienen. In de media is de negatieve beeldvorming aan de orde van de dag. Bij 14-jarigen hebben ze het over “zware criminelen.”
Momenteel geven we ook al aan 750 jongeren werk bij staats- en privébedrijven. Deze krijgen daarvoor belastingsaftrek.
Eén van onze succesprojecten is een ijsroomatelier in de kelders van het grootste sportstadium ter wereld. Dit is ondertussen zelfvoorzienend en is het resultaat van een partnership met het ministerie van justitie. Men heeft vastgesteld dat elke 120 $ die op deze manier in de jongeren geinvesteerd zijn, elke maand 80% resultaat oplevert. In de staatsgevangenis is het omgekeerd.
Verder doen we ook preventief werk in 6 à 7 krottenwijken waar politiebendes zowel als de drugshandel zeer geweldadig te werk gaan. Dat maakt die buurten een pré-reservoir van straatkinderen. Er wonen heel veel jonge moeders en éénoudergezinnen. We hebben er preventieve centra opgericht met onder meer kinderkribbes die werken met vrijwilligers. Zo kunnen de kinderen opgevangen worden terwijl de vrouw gaat werken. Er worden ook knutselateliers en alfabetiseringscursussen voor volwassenen gegeven. Bellangrijk is ook de ondersteuning die we geven aan wijkorganisaties. En het werkt; we hebben gemerkt dat waar zo’n centra actief is, de migratie naar het centrum bijna tot nul herleid is. De grondkrachten in de werking zijn vrouwen - die zich moeten overeind houden in een machismo-cultuur.
In Sao Martinho investeren we stevig in vorming van begeleiders. Ze komen zelf ook uit de krottenwijken en zijn heel gemotiveerd, ze kennen het harde leven van binnenuit. De basis is “empowerment”

Verder hebben we ook een kinderrechtencentrum waar verschillende kinderadvocaten werkzaam zijn. Zij kennen de verschillende mechanismen waardoor de kinderen in de miserie raken en proberen de straffeloosheid te doorbreken van agressoren die het gemunt hebben op hen. Dat heeft de voorbije jaren enkele bescheiden successen opgeleverd. Zo werden verschillende militairen voor de rechter gebracht. Door een wetswijziging van begin 1997 kunnen zij ook voor een burgerrechter gebracht worden, als er voldoende bewijzen zijn.
Jan Daniëls haalt een voorbeeld aan: “in 1998 werden er 4 kinderen vermoord voor een poort, het was in het centrum van de stad, tijdens het spitsuur, terwijl honderden auto’s voorbij reden. De lijken bleven urenlang op straat liggen. Een 13-jarig jongetje was getuige, ondermeer hoe een politieagent stond te kijken op de schietpartij en even later wegwandelde. Het jongetje had luid gezongen en was onder invloed van lijm maar had een fotografisch geheugen. Hij werd op vier uur buiten de stad gebracht en kreeg daar ondersteuning. Dankzij die getuigenis kon een luitenant van de miltitaire politie die al ettelijke kinderen had vermoord, opgepakt worden. De man zit nu in voorarrest, er werd een hoorzitting gorganiseerd vanuit het beschermingsadres van het jongetje. In een ander gelijkaardig geval martelde een doodseskader een jonge getuige met glasscherven. De leider van die bende werd veroordeeld tot 36 jaar. We streven ernaar om een reeks modelprocessen op gang te brengen om een multiplicatoreffect te bereiken. Vele kleine mensenrechtencentra verbinden zich tot een heel netwerk. Daarbij is internationale steun heel belangrijk. Bijvoorbeeld de wereldwijde briefschrijfacties van Amnesty: die kunnen het tij doen keren.
De mensenrechtencentra zijn nog nooit zo succesvol geweest en er is reden voor een relatief optimisme.

Amnesty organiseert rond de zware schendingen een werelddossier. Leden uit de hele wereld zouden dan brieven kunnen sturen naar het “staatssekretariaat voor openbare veiligheid” om verantwoording te vragen. Deze dienst verenigt het hoofd van de politie, staatsveiligheid, geheime politie etc. Als van alle brieven een kopie naar Sao Martinho worden gestuurd dan kunnen ze niet zeggen dat ze niet aankwamen. Zou zou 1 tot 2 maand actie moeten gevoerd worden op concrete dossiers zoals de kindergevangenis. Na de actie zou een delegatie van Amnesty met Jan Daniëls de gebundelde copies moeten gaan afgeven aan de gouverneur of de staatsekretaris.
A.I. heeft daarvoor al aan Sao Martinho een voorstel gevraagd voor de concrete actie. Op het staatssekretariaat zegt men dat de toestand al veel verbeterd is, wij kunnen het tegendeel bewijzen.
De info zou kunnen gaan naar lokale groepen hier met als bijkomend voordeel dat Jan Daniëls Vlaming is.

woensdag, februari 21, 1996

Ze behandelen ons hier als mensen

(21/02/1996)
Restaurant Tropicos is een klein stukje Brazil in Antwerpen. En vanavond leeft het. Een delegatie straatkinderen uit de braziliaanse favella's is even in ons land. Nanko van Duren, nederlander en één van de directeuren van het IBISS, getuigt.

Ze zijn de 'onaanraakbaren' van de braziliaanse maatschappij. Op straat is hun leven letterlijk niets waard. In Sao Paulo worden 4 kinderen per dag vermoord. Ons project is een aanvulling op het straatwerk. Eerst proberen we ze weg te halen van de straat en een relatieve bescherming te bieden in ons centrum. Als belangrijk item gebruiken we voetbal om structuren in hun leven te brengen, voor vele jongeren is het een middel dat aanslaat. Het laat ons toe een educatie op te zetten die aansluit op de dingen waar ze mee bezig zijn, het voetbaljargon opent wegen naar alfabetisering. Via de binding die ontstaat kunnen we ze eveneens sexuele voorlichting geven (met het oog op aidspreventie), we hebben een preventieve gezondheidschool, degelijke maaltijden zijn ook belangrijk. We voorzien huisvesting in kleine appartementen voor telkens 5 jongeren, een structuur die ze steun geeft van elkaar. Iedere avond wordt ons project overspoeld met vragen om kinderen op te zoeken op het politiebureau om mee te gaan naar de rechtbank, om te proberen identiteitspapieren te regelen enz. Slechts een klein gedeelte heeft te maken met criminele zaken van de kinderen zelf, meestal gaat het om geweld tegen de kinderen (van mishandeling tot moord). Met de nieuwe jeugdwet in de hand lukt het ons om straatkinderen uit handen van de politie te houden. Maar met alleen maar een juridische overwinning ben je er natuurlijk niet. We moeten samen met de straatwerkers ook alternatieven voor de kinderen zien te vinden, opdat ze niet weer in de handen van de politie/justitie vallen. Wanneer een kind in Brazilië geen geboortebewijs bezit 'bestaat' het gewoon niet voor de wet. Als een kind dat officieel niet bestaat wordt vermoord is er dus voor de wet geen moord gepleegd. Verder betekent dit dat het geen recht heeft een school te bezoeken, geen recht heeft op gezondheidszorg enz. Met andere woorden, dat het kind alle fundamentele mensenrechten ontzegd worden. Baby's die op straat geboren worden kunnen zelfs niet aangegeven worden omdat de moeder niet bestaat. De baby's kunnen zonder meer afgenomen worden. Allemaal redenen waarom we veel aandacht besteden aan het meest fundamentele recht: het recht om te bestaan.