[Deze tekst is de uitgebreide versie van het interview dat verschijnt in het maart nummer van Amnesty Nieuws (2007). Deze tekst verschijnt ook op de website van Amnesty Vlaanderen]
Met Eva Brems kreeg Amnesty eindelijk nog eens een vrouw als voorzitster. Professor Eva Brems is gespecialiseerd in mensenrechten en niet-westers recht. Ze schrijft voor een 8-tal vaktijdschriften, haar lijst publicaties over mensenrechten oogt bepaald indrukwekkend. Nu haar wittebroodsweken als voorzitster voorbij zijn, wilden wij wel eens weten waar ze met Amnesty Vlaanderen naar toe wil. Het werd een erg leerrijk gesprek over zulke diverse zaken als de opdracht van Amnesty, het voorzitterschap, het armoedeprobleem, enz.
Amnesty: een internationale beweging
Je bent sinds april 2006 verkozen als voorzitster. Sinds het ontstaan van Amnesty Vlaanderen ben je pas de 2e vrouwelijke voorzitster. Hoe zou dat komen?
"Ik vind het vooral een positief teken dat je die vraag stelt. Op veel plaatsen waar ik kom ben ik nog steeds de enige vrouw. Aan de universiteit is er slechts 20% vrouwelijke professoren. Bij Amnesty is er de laatste jaren een enorm genderbewustzijn ontstaan. Diversiteit in de interne werking is een groot aandachtspunt geworden. Op het vlak van etnische diversiteit staan we nog niet ver maar qua participatie van vrouwen zijn we goed op weg om tot een evenwicht te komen. Het moet een natuurlijke reflex zijn om de vraag naar diversiteit te stellen in élke organisatie en zeker in haar raad van bestuur. Dat er dan af en toe vrouwelijke voorzitsters verkozen worden volgt daar automatisch uit.”
Wat houdt je job in als voorzitster van Amnesty Vlaanderen en hoe verhoudt zich dat tegenover het secretariaat?
"Er is een groot verschil tussen de job van directeur (Jan Brocatus, nvdr) en deze van voorzitter. Jan leidt het secretariaat als beroepskracht. De leden van de raad van bestuur en dus ook de voorzitter zijn vrijwilligers. Wij zijn verantwoordelijk voor de strategische beslissingen terwijl het secretariaat operationeel bezig is. Mijn profiel als academicus maakt dat ik vooral het mensenrechtenbeleid in handen neem."
Vooraleer voorzitster te worden was je actief in het 'steunpunt internationaal beleid.' Wat is de rol van dit steunpunt?
"Het steunpunt geeft advies en bereidt beslissingen voor van de raad in verband met inhoudelijke strategische dossiers. Bijvoorbeeld de principiële vraag of Amnesty een standpunt mag hebben over het gebruik van geweld: Kan men een leger inzetten om mensenrechtenschendingen te doen ophouden? Of nog: al meer dan een jaar is besluitvorming aan de gang over de mogelijkheid om te werken rond abortus. Hiervoor was een bredere consultatie via de Algemene Vergadering noodzakelijk. Momenteel staan we zo ver in de discussie dat we waarschijnlijk rond enkele aspecten van abortus zullen werken… Zulke zaken vergen een grondige discussie, die het steunpunt zal voorbereiden."
Je hebt in 2006 het 'international Chairs Forum' meegemaakt. Hoe was dat en wat voor mensen zijn de meeste van je confraters?
"Het Chairs’ Forum bestaat nog maar enkele jaren maar belooft binnen de Amnesty besluitvorming een belangrijke rol te gaan spelen. Een internationale Algemene Vergadering is er maar tweejaarlijks, en tussenin moeten ook belangrijke beslissingen genomen worden. Het Chairs Forum vult die leemte op. Voor mij is zulke vergadering natuurlijk zeer interessant. Op zulke samenkomsten besef je ten volle dat je deel uitmaakt van een internationale beweging. En het is uitermate boeiend om te zien hoe mensen in een andere context problemen aanpakken. Overigens gaan we steeds bewuster om met onze onderlinge diversiteit. Zo worden voorzitters tijdens de debatten heel bewust gemixt waardoor bijvoordeeld niet alle latino’s bij elkaar gaan zitten en mensen zo veel mogelijk verplicht worden hun 2e taal te spreken. Op het vorige forum was diversiteit zelfs het hoofdthema van de vergadering."
Dat zal een leerrijke vergadering geweest zijn...
"Een duidelijke vaststelling is de dominantie van de Angelsaksische manier om de dingen af te handelen. Het is al heel wat als we ons daar bewust van zijn."
De nieuwe opdracht
Ondertussen staat Amnesty voor een belangrijke uitdaging: de uitbreiding van wat vroeger het 'mandaat' heette. Economische, Sociale en Culturele rechten krijgen meer aandacht binnen Amnesty. Niet evident.
"Het is niet zo dat we nu plots alles gaan doen hé. Dat deden we bij burgerlijke en politieke rechten ook niet. Zo nemen we geen standpunt in over het hoofddoeken verbod. Maar we zijn met ESC rechten begonnen vanuit het principe van de ‘ondeelbaarheid’ van mensenrechten: Je kan politieke en sociale rechten moeilijk van elkaar scheiden. Wat is het nut van stemrecht als je geen dak boven je hoofd hebt en niemand waar je op kan stemmen de intentie heeft om daar iets aan te doen? Discriminatie blijkt een heel belangrijk uitsluitingmechanisme. Mensen die slachtoffer zijn van discriminatie in een samenleving worden meestal geschonden in hun ESC-rechten én in hun burgerlijke rechten."
Dat het Amnesty menens is met de nieuwe ‘opdracht’ (het vroegere mandaat, nvdr) blijkt uit het campagnethema van 2008: armoede als schending van mensenrechten, met als focus huisvesting en gezondheidszorg. Een slogan die zo uit de stal van noord-zuid organisaties zoals Oxfam of 11.11.11 zou kunnen komen denk je dan. Maar neen, ook dit wordt Amnesty.
“Het was geen makkelijke beslissing om het vertrouwde mandaat uit te breiden. Onze sectie was er tegen in het begin. Maar dat is op korte tijd sterk veranderd. Er is dan ook al veel sensibiliserend werk verzet. De 60e verjaardag van de UVRM (in 2008, nvdr) is overigens een prima aanleiding om dit campagnethema te lanceren."
Misschien kijken de noord-zuidorganisaties wel net op naar Amnesty om het armoedeprobleem uit de ideologische sfeer te halen?
“Ik weet alleen dat de vraag vanuit die organisaties al langer leeft. Ook ngo’s hebben de meerwaarde ontdekt van het mensenrechtendiscours. En Amnesty wordt al jaren bekritiseerd omdat we de ESC rechten links lieten liggen. Daardoor hebben we mee schuld aan het feit dat deze rechten stiefmoederlijk behandeld worden.”
Amnesty heeft dus iets goed te maken?
“Dat kan je inderdaad zo zeggen. We gaan dat ook doen. Als wij armoede gaan aanklagen als een schending van de mensenrechten dan moeten we ook de oorzaken durven aanwijzen en ijveren voor een internationale wetgeving die basisrechten doet respecteren.”
Ook al neem je dan standpunt in tegen een dominant economisch beleid dat aan de basis ligt van het armoedeprobleem in het zuiden? Met andere woorden, Amnesty International die het werk van de Oxfams van deze wereld legitimeert? Dat is inderdaad nieuw!
“Laat ons zeggen dat we vooral complementair zijn en geen concurrentie. Onze invalshoek blijft dezelfde. Kijk, mensenrechten blijven een revolutionair concept in de geschiedenis. Je hebt een wereldwijde beweging nodig en veel expertise om dat concept ingang te doen vinden."
Wat zijn de gevolgen voor het concrete werk van de organisatie en haar vrijwilligers?
“Het zou kunnen dat we andere werkvormen moeten ontwikkelen. Samenwerken met andere organisaties doen we al langer, bv. rond vrouwenrechten. Nu zullen we nieuwe partners vinden in noordzuid organisaties, vakbonden en 4e wereld organisaties. We zullen ook moeten openstaan voor andere technieken,bv. om samen met armen tegen armoede te strijden. Hier valt zeker wat te leren van andere ngo’s.”
Maar onze leden zullen nog steeds politieke gevangenen proberen vrij te schrijven?
“Natuurlijk. Alleen zullen meerdere elementen in het dossier een rol gaan spelen. Als bijvoorbeeld een groep inheemse ontheemden een protestactie houdt tijdens een grondbezetting en de politie neemt hen onder vuur dan zullen de lokale groepen niet alleen voor hen schrijven omdat er op hen geschoten is maar ook omdat hun recht op land hen ontzegd wordt…”
Je krijgt dan als activist wel een grotere betrokkenheid bij het verhaal van die mensen, dat lijkt een voordeel, niet?
“Ja, maar het veronderstelt ook wel dat we mensen moeten gaan vormen: Amnesty heeft dan ook echt de ambitie om sensibiliserend te werken, veel meer mensen moeten gaan zien dat de mensen die in armoede leven in hun rechten geschonden worden.”
Amnesty versus Cultuurrelativisme?
Je hebt heel wat gepubliceerd rond diversiteit en de mogelijke conflicten met de formele mensenrechten. Kan deze kennis van pas komen om Amnesty het ESC-rechten tijdperk binnen te treden?
“Op de universiteit houd ik me vooral bezig met de vraag hoe universaliteit van mensenrechten niet noodzakelijk uniformiteit hoeft te betekenen. Maar dat speelt niet op het niveau van zware schendingen, waar Amnesty zich vooral mee bezig houdt. Mijn werk gaat over de noodzaak om culturele gevoeligheid in te bouwen in wetgevend werk, het gaat vooral over de modaliteiten van het recht.”
In zijn laatste boek beschuldigt Luc Huyse Amnesty van ‘fundamentalisme’ omdat we hameren op de noodzaak om daders te vervolgen. Is daar iets van aan?
“Amnesty geeft nochtans geen kritiek op landen waar andere manieren worden gebruikt, denk aan de waarheidscommissies. Er bestaan inderdaad cultureel sensitievere manieren zoals bepaalde rituelen om met collectieve trauma’s tussen slachtoffers en daders om te gaan en die kunnen er zeker zijn voor Amnesty. Maar uiteindelijk moeten daders worden berecht. Dat is ons standpunt. Dus zijn kritiek is op zijn minst sterk overtrokken.”
Over rituelen gesproken, wat bijvoorbeeld te doen met cultureel gewoonterecht dat conflicteert met wat wij verstaan onder mensenrechten. Wat is de rol van Amnesty in het debat daarover.
“Er zijn vele conflicten. Afrikaans gewoonterecht conflicteert vaak met vrouwenrechten. Vooral de toegang tot grond is een probleem. Dit is iets wat Afrikaanse vrouwen zelf ook aanklagen. Maar andere culturele normen zijn in hun ogen soms geen schending. Ik herinner me zelfs een vergadering waaraan ook een Somalische deelnam, als besneden vrouw vond ze dat er grotere problemen zijn dan vrouwenbesnijdenis. Terwijl er al vele actiegroepen bestaan die een breder beeld hebben over het lijden dat achter die praktijk schuilt. Mensen beschouwen schendingen vaak als normaal als ze hun mensenrechten niet kennen. Je mag niet vergeten dat mensenrechten een revolutionair concept zijn tegenover traditionele samenlevingen waar het collectieve belang veelal overheerst.”
Recht is niet de hoofdzaak
Geloof je zelf dat wetgeving en wettelijke kaders in staat zijn om mensenrechten overal te waarborgen? Als je ziet hoe sommige internationale machten een loopje ermee nemen?
“We zijn echt wel goed bezig. Je kunt nooit weten welke schendingen zouden gebeuren als je niet bezig was met mensenrechten. Het is trouwens niet alleen een kwestie van recht, dat is zelfs niet de hoofdzaak. De Universele Verklaring is bijvoorbeeld al een niet-bindende tekst. En een sterk rapport van AI heeft meer effect dan het vonnis van een rechtbank. Amnesty gebruikt wel verdragen maar appelleert ook aan het ethisch gevoel.”
Amnesty als waakhond van de civiele maatschappij.
“Ja, dat afschrikkingeffect blijft heel effectief. ‘Naming and shaming’ blijft het sterkste instrument dat we hebben. Mensenrechten gaan altijd moeten bevochten worden. En er is enorme vooruitgang geboekt op vlak van rechten voor vrouwen, homo- en lesbiennes enz. Helaas is het taboe op foltering recent doorbroken door onder meer de VS, dat is dan weer een effectieve achteruitgang.”
De toekomst
Welke uitdagingen en plannen koester je voor Amnesty Vlaanderen de komende jaren?
“Ik zie drie belangrijke uitdagingen. Ten eerste het implementeren van de ESC-rechten in onze werking. Ten tweede zou ik graag het activisme sterk zien toenemen. We zijn geen loutere denktank of lobbymachine, we zijn eerst en vooral een sterke beweging en dus moeten we voortdurend op zoek naar nieuwe werkvormen om daar een actieve beweging van te maken. Ten derde, en dat is mijn stokpaardje, het bereiken van een maximale mensenrechtenimpact. Ik wil m.a.w. meetbare doelstellingen. Daarop moeten we alles afstemmen...”
Wat betekent dat voor de werking?
“Ik wil resultaten zien. We moeten nadenken over hoe we onze acties zo efficiënt mogelijk afstemmen op het realiseren van onze doelstellingen."
Heb je internationale ambities binnen Amnesty Internationaal?
“Het voorzitterschap combineren met mijn gezin en een druk professioneel leven is nu al een hele klus. Wel zou ik blij zijn als anderen uit de beweging doorstromen naar internationale functies, zoals in het verleden al is gebeurd.”
Posts tonen met het label Amnesty. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amnesty. Alle posts tonen
maandag, februari 19, 2007
donderdag, januari 13, 2005
Wat Amnesty wil
[reactie op lezersbrief]
Geachte Pia,
Bedankt voor je reactie op het laatste nummer van Amnesty Nieuws. Het is fijn te merken dat ons ledenblad grondig gelezen wordt. Graag wil ik dan ook even doorgaan op je opmerkingen.Eerst en vooral kan ik (en waarschijnlijk kunnen al onze redacteurs dat) me volledig vinden in je laatste paragraaf: ze verdienen onze hoop, al die slachtoffers van mensenrechtenschendingen overal ter wereld. En het klopt ook dat positiviteit en daadkracht krachtige middelen zijn. Maar het ene gevoel dat mensen in beweging brengt is verontwaardiging. Dat is het wat Peter Benenson en de zijnen beroerde bij de eerste Amnesty actie. Ze konden eenvoudig niet lijdzaam toezien hoe twee Portugese studenten werden opgepakt enkel en alleen omdat ze een dronk op de vrijheid uitbrachten. Het is diezelfde gemeende en eerlijke verontwaardiging die Amnesty leden overal ter wereld in beweging brengt en naar hun pen doet grijpen.
Dat neemt niet weg dat het niet allemaal kommer en kwel is. De wereld evolueert en we behalen ook resultaten. We proberen met het ledenblad dan ook een balans te houden: in een aantal artikels brengen we positieve evoluties en menselijke verhalen. In het december nummer lezen we dat zelfs bejaarde dictators stilaan hun onschendbaarheid verliezen, of dat er stappen gezet worden in de richting van een mijnenvrije wereld. Of we lezen over het engagement van een beiaardier voor Amnesty. In andere artikels kaarten we problemen aan die onze aandacht vragen, zoals de mensenrechtensituatie in de Europese Unie. Een oplossing geven voor het geformuleerde probleem, dat is vaak niet zo eenvoudig gezien de complexiteit van het gegeven. Uit het artikel blijkt wel dat Amnesty de situatie op de voet volgt en haar aanbevelingen op papier zet.
Met andere woorden, jullie en wij allemaal (Amnesty leden) zijn een deel van de oplossing, want met hoe meer we zijn, hoe groter de druk op regeringen om de eigen grondrechten effectief in de praktijk te brengen.De rubrieken Column en In de Marge tenslotte zijn commentaarstukjes en dus altijd wat scherper geformuleerd. Deze rubrieken zijn a.h.w. uitgevonden om de verontwaardiging in al zijn geweld van het blad te doen spatten. Voor nuance en antwoorden moet je hier meestal niet zijn. De geboden ruimte laat overigens ook niet toe om de aangeklaagde feiten uit te werken en oplossingen voor te stellen.Dat het soms allemaal wat te veel wordt voor een goed menend mens, dat gebeurt iedereen van ons regelmatig. En neen, we hoeven onszelf niet met een reusachtig schuldcomplex op te zadelen. Anderzijds moeten we onze kop ook niet in het zand steken voor de realiteit: de belangrijkste beslissingscentra op deze planeet liggen nog steeds in wat we gemeenzaam 'het westen' noemen: Europa en Noord-Amerika. De beslissingen die hier genomen worden zijn lang niet altijd positief voor de menselijke vooruitgang al wordt er veel lippendienst bewezen aan zaken zoals mensenrechten. Als we het dus hebben over de Westerse mogendheden, dan gaat het over een ideologisch en economisch systeem dat luistert naar de belangen van eender wie geld en macht bezit, een systeem dat diep geworteld is in onze contreien. Om nu al de concrete mensen die daarin een rol spelen kwaadaardig te noemen, daar gaat het niet om. Buiten die politieke leiders die echt bloed aan de handen hebben kan je mensen in beslissingscentra hoogstens een gebrek aan verantwoordelijkheid aanwrijven. Wat Amnesty wil, is het systeem veranderen: democratische controle inbouwen, respect voor mensenrechten op alle niveaus doen ingang vinden, daders verantwoording laten afleggen, eender waar ter wereld... het zou al lang een evidentie moeten zijn.
Nog eens dank voor de reactie. Ik blijf zitten met het verontrustende gevoel dat dit bericht geen volledig antwoord biedt. Maar dat is het lot van iedere hoofdredacteur tegenover terechte bekommernissen van betrokken lezers. We zullen toch trachten ze in rekening te brengen.
Hartelijke groet,
Koen Stuyck,
Amnesty Nieuws
Geachte Pia,
Bedankt voor je reactie op het laatste nummer van Amnesty Nieuws. Het is fijn te merken dat ons ledenblad grondig gelezen wordt. Graag wil ik dan ook even doorgaan op je opmerkingen.Eerst en vooral kan ik (en waarschijnlijk kunnen al onze redacteurs dat) me volledig vinden in je laatste paragraaf: ze verdienen onze hoop, al die slachtoffers van mensenrechtenschendingen overal ter wereld. En het klopt ook dat positiviteit en daadkracht krachtige middelen zijn. Maar het ene gevoel dat mensen in beweging brengt is verontwaardiging. Dat is het wat Peter Benenson en de zijnen beroerde bij de eerste Amnesty actie. Ze konden eenvoudig niet lijdzaam toezien hoe twee Portugese studenten werden opgepakt enkel en alleen omdat ze een dronk op de vrijheid uitbrachten. Het is diezelfde gemeende en eerlijke verontwaardiging die Amnesty leden overal ter wereld in beweging brengt en naar hun pen doet grijpen.
Dat neemt niet weg dat het niet allemaal kommer en kwel is. De wereld evolueert en we behalen ook resultaten. We proberen met het ledenblad dan ook een balans te houden: in een aantal artikels brengen we positieve evoluties en menselijke verhalen. In het december nummer lezen we dat zelfs bejaarde dictators stilaan hun onschendbaarheid verliezen, of dat er stappen gezet worden in de richting van een mijnenvrije wereld. Of we lezen over het engagement van een beiaardier voor Amnesty. In andere artikels kaarten we problemen aan die onze aandacht vragen, zoals de mensenrechtensituatie in de Europese Unie. Een oplossing geven voor het geformuleerde probleem, dat is vaak niet zo eenvoudig gezien de complexiteit van het gegeven. Uit het artikel blijkt wel dat Amnesty de situatie op de voet volgt en haar aanbevelingen op papier zet.
Met andere woorden, jullie en wij allemaal (Amnesty leden) zijn een deel van de oplossing, want met hoe meer we zijn, hoe groter de druk op regeringen om de eigen grondrechten effectief in de praktijk te brengen.De rubrieken Column en In de Marge tenslotte zijn commentaarstukjes en dus altijd wat scherper geformuleerd. Deze rubrieken zijn a.h.w. uitgevonden om de verontwaardiging in al zijn geweld van het blad te doen spatten. Voor nuance en antwoorden moet je hier meestal niet zijn. De geboden ruimte laat overigens ook niet toe om de aangeklaagde feiten uit te werken en oplossingen voor te stellen.Dat het soms allemaal wat te veel wordt voor een goed menend mens, dat gebeurt iedereen van ons regelmatig. En neen, we hoeven onszelf niet met een reusachtig schuldcomplex op te zadelen. Anderzijds moeten we onze kop ook niet in het zand steken voor de realiteit: de belangrijkste beslissingscentra op deze planeet liggen nog steeds in wat we gemeenzaam 'het westen' noemen: Europa en Noord-Amerika. De beslissingen die hier genomen worden zijn lang niet altijd positief voor de menselijke vooruitgang al wordt er veel lippendienst bewezen aan zaken zoals mensenrechten. Als we het dus hebben over de Westerse mogendheden, dan gaat het over een ideologisch en economisch systeem dat luistert naar de belangen van eender wie geld en macht bezit, een systeem dat diep geworteld is in onze contreien. Om nu al de concrete mensen die daarin een rol spelen kwaadaardig te noemen, daar gaat het niet om. Buiten die politieke leiders die echt bloed aan de handen hebben kan je mensen in beslissingscentra hoogstens een gebrek aan verantwoordelijkheid aanwrijven. Wat Amnesty wil, is het systeem veranderen: democratische controle inbouwen, respect voor mensenrechten op alle niveaus doen ingang vinden, daders verantwoording laten afleggen, eender waar ter wereld... het zou al lang een evidentie moeten zijn.
Nog eens dank voor de reactie. Ik blijf zitten met het verontrustende gevoel dat dit bericht geen volledig antwoord biedt. Maar dat is het lot van iedere hoofdredacteur tegenover terechte bekommernissen van betrokken lezers. We zullen toch trachten ze in rekening te brengen.
Hartelijke groet,
Koen Stuyck,
Amnesty Nieuws
dinsdag, oktober 14, 2003
Dick Oosting: “vroeger was Amnesty een afstandelijke organisatie”
Stevig verankerd zijn in Europa is uiterst belangrijk
Dick Oosting is niet de eerste de beste. Ooit stond hij mee aan de basis van de Urgent Actions van Amnesty International. Sindsdien heeft hij zowat alle watertjes doorzwommen bij Amnesty. Hij is één van de weinigen die sinds 1973 professioneel actief zijn in de beweging. Nu is hij sinds enkele jaren directeur van het Europese kantoor van AI. Wij hadden een gesprek met deze bevoorrechte getuige, over dertig jaar Amnesty en over de Europese boom.
Dick Oosting is niet de eerste de beste. Ooit stond hij mee aan de basis van de Urgent Actions van Amnesty International. Sindsdien heeft hij zowat alle watertjes doorzwommen bij Amnesty. Hij is één van de weinigen die sinds 1973 professioneel actief zijn in de beweging. Nu is hij sinds enkele jaren directeur van het Europese kantoor van AI. Wij hadden een gesprek met deze bevoorrechte getuige, over dertig jaar Amnesty en over de Europese boom.
Je hebt een indrukwekkende carrière achter de rug bij Amnesty. Wat waren voor jou de belangrijkste gebeurtenissen?
“1973 was getekend door de eerste grote anti-martelcampagne. De campagne was enorm succesvol en binnen het IS werd er een aparte afdeling opgericht: de CAT of ‘campagne voor de afschaffing van martelingen.’ De belangrijkste vraag was toen: hoe kunnen we effectief actie voeren tegen dreigende marteling? We schrijven begin 1974, ik was net begonnen op het IS. Ik had twee jaar achter de rug bij een jonge Nederlandse sectie waar ik vluchtelingenwerk deed. In Londen werd ik stafvertegenwoordiger in het internationaal bestuur voor de campagnedienst. Midden ’74 hebben we dan het model van de Urgent Action bedacht. Aanleiding was een jonge Braziliaanse intellectueel die door het toenmalige régime in Brazilia zonder vorm van proces werd aangehouden omdat hij zijn mening te openlijk had geventileerd. Die eerste actie had een geweldig succes en lag mee aan de basis van de uitzonderlijke groei die Amnesty meemaakte en op de wereldkaart zette. Toen ik in 1977 plaatsvervangend secretaris-generaal werd, barstte de hele organisatie uit zijn voegen. In de vijf jaar die daarop volgde hebben we het IS sterk uitgebouwd. Wanneer mijn carrière in ’82 een andere (rustigere) wending nam was ik er echt aan toe. Amnesty zou ik pas terug zien in 1999 toen men voor de EU een nieuwe directeur zocht.”
Is Amnesty op die dertig jaar dichter bij zijn doelstellingen gekomen?
“De eigenlijke doelstelling: respect voor mensenrechten overal ingang doen vinden? Neen. Maar mensenrechten hebben wel een onwrikbare plaats verworven op de internationale agenda. En wat aan wetgeving ontwikkeld is, is fenomenaal. Mensenrechten zijn een verworvenheid geworden. Alleen schort het natuurlijk aan uitvoering. Momenteel is de mensenrechtenbeweging zoekende naar een nieuwe rol, maar Amnesty’s invloed blijft heel noodzakelijk en relevant!”
Begin jaren ’80 stond je mee aan de basis van de EU-afdeling: een moeilijke start?
“Europa was een economische woestijn tot de Lomé-conventies werden afgesloten, wat nu de Cotonou akkoorden heet. Met deze akkoorden kreeg Europa eindelijk een ontwikkelingsbeleid. Wij wilden lobbywerk verrichten naar het Europees parlement om aan die akkoorden een luik mensenrechten te verbinden. Die eerste jaren had Amnesty hier een éénmanspost. Het is pas begin jaren ’90 dat mensenrechten veel belangrijker zijn geworden voor de EU en de afdeling werd uitgebreid tot 3 mensen. De omslag kwam niet van het Internationaal Secretariaat maar van de Europese secties: zij wilden een meer rechtstreekse link met Brussel als hart van de Europese instellingen.”
Hoe zou je jullie relatie met het IS dan omschrijven?
“Amnesty is een heel centralistisch geleide organisatie met een krachtig centrum: het IS. Alle research en beleid kwam van Londen. Door de oprichting van de Amnesty EU associatie ontstond defacto een buitenpost van het IS. Daarmee werd een soort taboe doorbroken, het ging nl. tegen de centralistische cultuur in. Toen ik hier zelf kwam werken zag ik dat Europa een belangrijke actor was geworden en dus een heel belangrijk strategisch doel voor een grote mensenrechtenorganisatie. Londen had echter niets met de EU. Je zou het een geluk bij een ongeluk kunnen noemen: onze kleine organisatie kon zich ontwikkelen los van het IS. Als je de EU wil benaderen dan is het goed om toegesneden informatie te hebben. Maar wij zijn generalisten. Dus daarvoor moesten we terug in Londen zijn. Ondertussen beginnen ze ons te ontdekken en komen de researchers regelmatig naar ons toe als ze denken dat Europa benaderen kan helpen met hun dossiers.”
Is Europa wel efficiënt te benaderen?
“Europa heeft betrekkingen met heel de wereld. Het potentieel om mensenrechten te belijden is erg groot. Maar met de Europese integratie is er het risico dat we volledig overladen worden door werk. We zijn nu met 7 mensen, er is genoeg werk voor 70… Om de Unie goed te bespelen moet je verdomd goed weten wat, waar en wanneer gebeurt. Geen eenvoudige opdracht in de enorme bureaucratie die Europa is. Je moet ook een betrouwbaar profiel ontwikkelen om over een ruime onderhandelingsmarge te beschikken. Om dat te kunnen hebben we een heel netwerk van lobbyisten opgezet in samenwerking met de landelijke kantoren. Want net zoals de Europese instellingen moet je sterk vertegenwoordigd zijn in elke Europese hoofdstad. Wij spreken ondertussen van de ‘Johanson-doctrine,’ (naar de directeur van AI Finland, Frank Johanson, nvdr): binnen de Unie is elk lobbywerk per definitie EU-lobby omdat alle buitenlands beleid gelinkd is aan EU-beleid. Kleine en zelfs grote landen beginnen zich meer en meer achter een gemeenschappelijk beleid te scharen.”
Is de Unie nu meer bezig met mensenrechten?
“Dat is een moeilijke vraag. De grootste vraag is steeds geweest hoe we de nieuwe waardengemeenschap Europa gaan invullen. Amnesty heeft steeds hard gelobbyd om die ook in de praktijk te brengen met beleidsinstrumenten. Eén duidelijk succesverhaal zijn de “richtlijnen tegen martelingen.” Toen Amnesty drie jaar geleden zijn wereldwijde campagne tegen martelen opzette, hebben wij een speciale EU-strategie ontwikkeld: een aantal praktische maatregelen die de EU zou kunnen nemen tegen martelingen en de doodstraf. Een half jaar later nam de raad de richtlijnen aan. Het is een mensenrechtenclausule die staat in elk verdrag dat de Unie uitgeeft. Ze vormt een sterk sanctie-element al schort het nog vaak aan toepassing wanneer de veiligheids- en economische belangen van de lidstaten in het gedrang komen.
Ook wordt er op vele manieren samengewerkt met de administraties: de publieke rapporten van het IS gaan automatisch naar de officiële instanties in Brussel, zowel in de Raad als de Commissie. Zelf volgen we natuurlijk ook de Europese agenda, wat een heel arbeidsintensief proces is maar het laat ons toe te bepalen waar en wanneer extra lobbywerk nodig is. Een aantal agendapunten bepalen we zelf. Als Amnesty een grote actie gaat voeren dan vertalen wij die naar de EU. Als AI bijvoorbeeld een rapport uitbrengt over Tunesië terwijl de EU met dat land onderhandeld over een associatieakkoord, dan zullen wij het IS vragen zijn timing aan te passen. Op die manier krijgen we een soort makelaarsfunctie tussen het IS, de secties en de realiteit van de Europese instellingen.”
De afgelopen 10 à 20 jaar kwam er een hele dynamiek op gang in de mensenrechtenbeweging. Hoe gaan jullie daar mee om?
“Er kwam inderdaad een explosie van mensenrechten organisaties en die gingen elkaar steeds meer vinden. Bovendien wordt ook steeds meer de link gemaakt met ontwikkelingssamenwerking, sociale doelen en milieu. Dat maakt dat de hele civiele samenleving straks sterker dan ooit zal kunnen opereren. Vroeger was Amnesty een afstandelijke organisatie. Die tijd is voorbij. Je kunt niet meer soloslim opereren: vele zaken hebben bredere implicaties. Stevig verankerd zijn in het Europese weefsel is uitermate belangrijk.”
donderdag, september 28, 2000
Amnesty doet wat aan het Belgische vluchtelingenbeleid
Het Belgische asielbeleid kende in september 1999 niet meer of minder dan een omwenteling. Er werd een volledig nieuw beleid uitgestippeld. Op papier althans. Voor Amnesty Vlaanderen zijn de vluchtelingenproblematiek en het asielbeleid in België een zorgenkindje. Op het secretariaat coördineert één man alle activiteiten daar rond. Sinds een half jaar wordt ook gewerkt aan het opzetten van een TCT (Thema-Coördinatie-Team) om de bredere beweging te betrekken bij deze moeilijke materie.
Toen in September 1999, één jaar na de dood van Semiru Adamu, werd aangekondigd dat het hele beleid zou herzien worden, werd Amnesty betrokken bij de voorbereidende vergadering op het centrum Leman. Duquesne had Jacques Jaumotte aangetrokken als consultant. Deze man zou op enkel maanden een nieuwe wet moeten schrijven. Om zich te informeren reisde hij heel Europa rond en vergaderde hij met heel wat NGO’s over de zaak. In mei van dit jaar werd het nieuwe plan aangekondigd als klaar maar dan hoorden we er niets meer over. Er zou onder de verschillende regeringspartijen een consensus bestaat om de uitvoering ervan uit te stellen tot na de gemeenteraadsverkiezingen. Voorlopig is het dus koffiedik kijken wat de uitvoering van de nieuwe wet betreft.
Ondertussen neemt Amnesty Vlaanderen haast geen individuele cases meer aan. Dat is trouwens een internationale trend. Case-werking vergt gewoon teveel tijd en energie. Op het secretariaat in Antwerpen werkt nu één voltijds tewerkgestelde per jaar. En dat terwijl er 80,000 asielaanvragers per jaar zijn. Niet te doen. Dus wordt alles gezet op beleidsbeïnvloeding en het uitwerken van voorstellen naar een kwalitatief hoogstaande procedure. De enkele individuele dossiers die toch nog worden opgevolgd (het IS vraagt AIVL een 10-tal dossiers per jaar te volgen) worden dan vaak gebruikt als voorbeeld. Voor het lobbywerk wordt er veel samen gewerkt met andere organisaties en asielinstanties. Vooral het OCIV (Overleg Centrum voor Integratie Vluchtelingen) in Brussel is een belangrijke partner. Zij hebben drie juristen in huis en samen met hen heeft Amnesty er al veel gezamenlijke acties op zitten. ‘Netwerking’ in de praktijk, als het ware.
De persoon die dat alles opvolgt in de Kerkstraat is de vluchtelingen-coördinator. Een job die heel wat taken behelst. Het eerste is het opvolgen van het Belgische asielbeleid, d.w.z. de wetgeving zelf, de problemen in verband met de uitwijzingen en detentie van asielzoekers en tenslotte een specifieke problematiek zoals deze van de minderjarige vluchtelingen. Ten tweede, het nemen van initiatieven op Europees niveau, zeg maar lobbywerk, in samenwerking met de Europese lobbygroep van Amnesty. Zo worden de Belgische Europarlementariërs benaderd om druk uit te oefenen. En hier is er een duidelijke link met het nationaal niveau. Duquesne gebruikt vaak het argument dat er op Europees niveau nog niets geregeld is, als excuus voor zijn immobilisme. “Maar België mag best een voortrekkersrol spelen,” zo zegt Tom Bogaert, vluchtelingencoördinator op het secretariaat in Antwerpen. “Er moet overigens dringend gewerkt worden aan de ‘demystificatie’ van de Europese werking. Vooral met Amnesty zijn we daar sterk in, want we beschikken over een professionele lobbygroep, waarin onder meer ook Albert Gans zit, en we hebben de materie stevig onder de knie. In dat verband is het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie binnenkort een belangrijke kans om met nieuwe voorstellen naar buiten te komen.“
Een derde taak is het opvolgen van de politieke actualiteit. Hier kan Amnesty kort op de bal spelen. Er wordt dan ook vaak gewerkt met de pers. In de zaak van Semiru Adamu en recenter dat van de Roma zigeuners verschenen opiniestukken in De Standaard en De Morgen. Er was sprake van een duidelijke link met mensenrechtenschendingen.
Tom Bogaert is jurist van opleiding. Een carrière aan de balie was echter niet aan hem besteedt. Hij deed zijn burgerdienst op het Klein Kasteeltje, waar hij in de eerstelijnsopvang van asielzoekers terechtkwam. En meteen was de toon gezet. Zijn eerste job was op het beruchte Commissariaat-Generaal voor de vluchtelingen en staatlozen waar hij vooral Afrikaanse dossiers te verwerken kreeg. Ervaring die naderhand goed van pas kwam toen Tom voor 2 jaar werd uitgestuurd door de VN als “assistent deskundige.” Bij zijn aansluitend werk, op het regionaal VN-kantoor in Kinshasa, kon hij de nasleep van de Rwanda-crises in 1996 van nabij volgen en later de laatste maanden van het Mobutu-régime. Vervolgens werd hij enkele maanden op missie gestuurd naar Burundi om de situatie van de Rwandese vluchtelingen te evalueren. En tenslotte anderhalf jaar naar Thailand waar hij verantwoordelijk was voor de bescherming van de Birmese vluchtelingen. Terug in België bleek dat Amnesty op zoek was naar een nieuwe vluchtelingencoördinator. Na een maand stoomcursus door zijn voorgangster Shaïda pakte Tom de Amnesty-stier bij de horens. Het was 1 september 1999, een jaar na de dood van Semiru Adamu. Wat hem vooral van pas kwam zijn de ervaringen en contacten op het Commissariaat-Generaal en andere organisaties. Want in zo’n moeilijke materie is het heel belangrijk verschillende klokken te horen luiden.
Het voorbije jaar werd er dan een Thema Coördinatie Team opgericht voor de vluchtelingenproblematiek. Net zoals bij de andere TCT’s die reeds bestaan binnen de werking, was het de bedoeling een groep mensen bijeen te krijgen buiten het secretariaat rond het thema asielzoekers. Zo was uit de beweging de behoefte geuit naar meer informatiedoorstroming. Tom Bogaert: “Want terwijl wij in de Kerkstraat met onze neus op de dingen zitten, is het niet eenvoudig op een geregelde en verstaanbare manier informatie te leveren over de actualiteit.” Zo wilde het secretariaat een denktank oprichten die op korte termijn analyses kan maken van de teksten die ze toegestuurd krijgen. Bijvoorbeeld een nota van de ministerraad. “Wij hebben een klankbord nodig om ideeën uit te wisselen alvorens erover te discussiëren. Dat laatste kan trouwens perfect per e-mail. Daarbij is het zeker niet de bedoeling dat de vluchtelingencoördinator het hoge woord heeft.”
Toen in September 1999, één jaar na de dood van Semiru Adamu, werd aangekondigd dat het hele beleid zou herzien worden, werd Amnesty betrokken bij de voorbereidende vergadering op het centrum Leman. Duquesne had Jacques Jaumotte aangetrokken als consultant. Deze man zou op enkel maanden een nieuwe wet moeten schrijven. Om zich te informeren reisde hij heel Europa rond en vergaderde hij met heel wat NGO’s over de zaak. In mei van dit jaar werd het nieuwe plan aangekondigd als klaar maar dan hoorden we er niets meer over. Er zou onder de verschillende regeringspartijen een consensus bestaat om de uitvoering ervan uit te stellen tot na de gemeenteraadsverkiezingen. Voorlopig is het dus koffiedik kijken wat de uitvoering van de nieuwe wet betreft.
Ondertussen neemt Amnesty Vlaanderen haast geen individuele cases meer aan. Dat is trouwens een internationale trend. Case-werking vergt gewoon teveel tijd en energie. Op het secretariaat in Antwerpen werkt nu één voltijds tewerkgestelde per jaar. En dat terwijl er 80,000 asielaanvragers per jaar zijn. Niet te doen. Dus wordt alles gezet op beleidsbeïnvloeding en het uitwerken van voorstellen naar een kwalitatief hoogstaande procedure. De enkele individuele dossiers die toch nog worden opgevolgd (het IS vraagt AIVL een 10-tal dossiers per jaar te volgen) worden dan vaak gebruikt als voorbeeld. Voor het lobbywerk wordt er veel samen gewerkt met andere organisaties en asielinstanties. Vooral het OCIV (Overleg Centrum voor Integratie Vluchtelingen) in Brussel is een belangrijke partner. Zij hebben drie juristen in huis en samen met hen heeft Amnesty er al veel gezamenlijke acties op zitten. ‘Netwerking’ in de praktijk, als het ware.
De persoon die dat alles opvolgt in de Kerkstraat is de vluchtelingen-coördinator. Een job die heel wat taken behelst. Het eerste is het opvolgen van het Belgische asielbeleid, d.w.z. de wetgeving zelf, de problemen in verband met de uitwijzingen en detentie van asielzoekers en tenslotte een specifieke problematiek zoals deze van de minderjarige vluchtelingen. Ten tweede, het nemen van initiatieven op Europees niveau, zeg maar lobbywerk, in samenwerking met de Europese lobbygroep van Amnesty. Zo worden de Belgische Europarlementariërs benaderd om druk uit te oefenen. En hier is er een duidelijke link met het nationaal niveau. Duquesne gebruikt vaak het argument dat er op Europees niveau nog niets geregeld is, als excuus voor zijn immobilisme. “Maar België mag best een voortrekkersrol spelen,” zo zegt Tom Bogaert, vluchtelingencoördinator op het secretariaat in Antwerpen. “Er moet overigens dringend gewerkt worden aan de ‘demystificatie’ van de Europese werking. Vooral met Amnesty zijn we daar sterk in, want we beschikken over een professionele lobbygroep, waarin onder meer ook Albert Gans zit, en we hebben de materie stevig onder de knie. In dat verband is het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie binnenkort een belangrijke kans om met nieuwe voorstellen naar buiten te komen.“
Een derde taak is het opvolgen van de politieke actualiteit. Hier kan Amnesty kort op de bal spelen. Er wordt dan ook vaak gewerkt met de pers. In de zaak van Semiru Adamu en recenter dat van de Roma zigeuners verschenen opiniestukken in De Standaard en De Morgen. Er was sprake van een duidelijke link met mensenrechtenschendingen.
Tom Bogaert is jurist van opleiding. Een carrière aan de balie was echter niet aan hem besteedt. Hij deed zijn burgerdienst op het Klein Kasteeltje, waar hij in de eerstelijnsopvang van asielzoekers terechtkwam. En meteen was de toon gezet. Zijn eerste job was op het beruchte Commissariaat-Generaal voor de vluchtelingen en staatlozen waar hij vooral Afrikaanse dossiers te verwerken kreeg. Ervaring die naderhand goed van pas kwam toen Tom voor 2 jaar werd uitgestuurd door de VN als “assistent deskundige.” Bij zijn aansluitend werk, op het regionaal VN-kantoor in Kinshasa, kon hij de nasleep van de Rwanda-crises in 1996 van nabij volgen en later de laatste maanden van het Mobutu-régime. Vervolgens werd hij enkele maanden op missie gestuurd naar Burundi om de situatie van de Rwandese vluchtelingen te evalueren. En tenslotte anderhalf jaar naar Thailand waar hij verantwoordelijk was voor de bescherming van de Birmese vluchtelingen. Terug in België bleek dat Amnesty op zoek was naar een nieuwe vluchtelingencoördinator. Na een maand stoomcursus door zijn voorgangster Shaïda pakte Tom de Amnesty-stier bij de horens. Het was 1 september 1999, een jaar na de dood van Semiru Adamu. Wat hem vooral van pas kwam zijn de ervaringen en contacten op het Commissariaat-Generaal en andere organisaties. Want in zo’n moeilijke materie is het heel belangrijk verschillende klokken te horen luiden.
Het voorbije jaar werd er dan een Thema Coördinatie Team opgericht voor de vluchtelingenproblematiek. Net zoals bij de andere TCT’s die reeds bestaan binnen de werking, was het de bedoeling een groep mensen bijeen te krijgen buiten het secretariaat rond het thema asielzoekers. Zo was uit de beweging de behoefte geuit naar meer informatiedoorstroming. Tom Bogaert: “Want terwijl wij in de Kerkstraat met onze neus op de dingen zitten, is het niet eenvoudig op een geregelde en verstaanbare manier informatie te leveren over de actualiteit.” Zo wilde het secretariaat een denktank oprichten die op korte termijn analyses kan maken van de teksten die ze toegestuurd krijgen. Bijvoorbeeld een nota van de ministerraad. “Wij hebben een klankbord nodig om ideeën uit te wisselen alvorens erover te discussiëren. Dat laatste kan trouwens perfect per e-mail. Daarbij is het zeker niet de bedoeling dat de vluchtelingencoördinator het hoge woord heeft.”
woensdag, september 17, 1997
Amnesty: enzym voor de globale aanpak - Meewerken aan het mondiale parlement van de toekomst
"Amnesty situeert zich in het veld waar gestreden wordt voor een andere mondiale ontwikkeling, waar solidariteit en het sociale burgerschap tot ontwikkeling komen." Ricardo Petrella is wel eens het intellectuele geweten van Europa genoemd, hij prijst de grootste mensenrechtenorganisatie ter wereld en dicht haar een grootse toekomst toe.
Het is al vaker gezegd: de grenzen tussen Amnesty's werkterrein en die van andere organisaties vervagen. Parallel aan de wereldwijde opmars van het neoliberale gedachtegoed groeit bij vele actievoerders de idee dat ze eigenlijk allemaal voor hetzelfde vechten. Want nu de dictatuur van de markt in sneltreintempo de wereld aan het veroveren is en in haar kielzog de achtergestelde landen, arm aan het heilige BNP, met zich meesleuren.. Nu plaatsen lokale potentaten steeds meer hun huis-schrijntje rond datzelfde uit zijn voegen gebarsten economische begrip. De perfecte verontschuldiging voor hun moegetergde bevolking.
Toch zijn er, ook in de schoot van het establishment, mensen die niet geloven in dat alles heiligmakende van de markt. Eén van de belangrijkste dissidente stemmen in Europa is Ricardo Petrella, voorzitter van de Groep van Lissabon, die vorsers uit Europa, de V.S. en Japan verenigt. Recent verliet hij de Europese Commissie omdat ze volgens hem een instrument ten dienste van de concurrentie is geworden.
Petrella gelooft niet in schaarste als economisch gegeven. Nochtans kampen organisaties zoals AI allemaal met hetzelfde probleem: stagnering van de inkomsten. Zou het kunnen dat de goede wil van de gewone mens voor het algemeen belang een schaars goed is?
"Men probeert ons er van te overtuigen dat de hulpbronnen niet volstaan om iedereen een deftige levensstandaard te verzekeren. Fout! Sinds de jaren vijftig is de globale productiviteit met vijfentwintig maal toegenomen, veel meer dan de bevolkingaanwas in die zelfde periode. De schaarste is een uitvinding van het economisch systeem dat de conservatieve neoliberale doctrine goed uitkomt om de vele ontslagen en het verlies aan koopkracht van de Westerse bevolking goed te praten. En natuurlijk stagneren de inkomsten van de non-profit organisaties, ze berusten immers op de goede wil van de gewone mens. Die gewone man of vrouw ziet met lede ogen aan hoe de welvaartmaatschappij op de helling wordt gezet. Bovendien werkt de heersende moraal een op zichzelf terugplooien in de hand: mensen worden gevoelig voor het "eigen volk eerst" adagium.
En wat dan te denken van de overheid? "Op binnenlands vlak vindt er een verschuiving plaats van functies, de last van de sociale economie wordt steeds meer op de schouders van niet-gouvernementele organisaties afgeschoven onder het motto 'de staat moet afslanken'. Terwijl privé-interventies afnemen onder druk van de algemene concurrentie." Petrella spreekt over een heuse valstrik voor de NGO's. "Hoe meer de staat haar plichten verzuimt, hoe meer NGO's geïdentificeerd worden met de sociale economie, de zorgenkinderen van elke maatschappij."
Toch is er geen reden voor vertwijfeling, want de toekomst wordt niet gemaakt door de bureaucratie en de bedrijven, aldus Petrella. "Wat belangrijk is, dat zijn de basisorganisaties, gedragen door gewone mensen. Zij vertegenwoordigen de solidariteit, gemeenschapszin en menselijkheid, ja, de liefde zelve.. Alles wat de markt-theologie ons tracht te ontnemen. En U bent daarvan een voorbeeld par excellence." Inwendig blozend aanvaard ik het compliment voor de hele organisatie. Petrella is een passioneel wetenschapper en hij verdedigt zijn overtuiging met verve. Maar.. "Jammer genoeg zijn al de organisaties te verdeeld, te gefragmenteerd. En de politieke krachten zijn te zwak geworden. Ze hebben de progressieven van vroeger als een verdeelde groep achter zich gelaten."
Navelstaarderij is dus uit den boze. Amnesty, Oxfam, Greenpeace, ze moeten samen werken aan een mondiale maatschappij. Hoe ziet Petrella die samenwerking? "Ik heb het eerder gezegd. Jullie vertegenwoordigen momenteel het mondiale geweten. Wie tot op heden vrijwel afwezig bleef dat is de intelligentsia. Er moet dringend een nieuwe schare van intellectuelen komen die hun verantwoordelijkheid nemen. De kritiek vanuit de bewegingen dat ze afwezig waren uit de internationale discussie, dat ze enkel aan de kant van het kapitaal en de handel stonden, is grotendeels gegrond."
Wat voor vorm moet die samenwerking dan aannemen? "Er moet een nieuwe retoriek komen, een nieuwe cultuur van spreken die uitgaat van het algemeen belang. En dat in de schoot van een echt mondiaal parlement dat opnieuw legitimiteit verleent aan de internationale politiek. Een wetgevend orgaan waarin ook de grote wereldbewegingen hun broodnodige rol spelen." Mijn oren gaan spontaan fluiten. Dus niet enkel raadgevende bevoegdheid meer voor Amnesty? "Neen! Het is nodig dat de expertise die ze over de jaren heen opgebouwd hebben, dat die kennis ten goede komt aan de wereld."
(17-9-1997)
Het is al vaker gezegd: de grenzen tussen Amnesty's werkterrein en die van andere organisaties vervagen. Parallel aan de wereldwijde opmars van het neoliberale gedachtegoed groeit bij vele actievoerders de idee dat ze eigenlijk allemaal voor hetzelfde vechten. Want nu de dictatuur van de markt in sneltreintempo de wereld aan het veroveren is en in haar kielzog de achtergestelde landen, arm aan het heilige BNP, met zich meesleuren.. Nu plaatsen lokale potentaten steeds meer hun huis-schrijntje rond datzelfde uit zijn voegen gebarsten economische begrip. De perfecte verontschuldiging voor hun moegetergde bevolking.
Toch zijn er, ook in de schoot van het establishment, mensen die niet geloven in dat alles heiligmakende van de markt. Eén van de belangrijkste dissidente stemmen in Europa is Ricardo Petrella, voorzitter van de Groep van Lissabon, die vorsers uit Europa, de V.S. en Japan verenigt. Recent verliet hij de Europese Commissie omdat ze volgens hem een instrument ten dienste van de concurrentie is geworden.
Petrella gelooft niet in schaarste als economisch gegeven. Nochtans kampen organisaties zoals AI allemaal met hetzelfde probleem: stagnering van de inkomsten. Zou het kunnen dat de goede wil van de gewone mens voor het algemeen belang een schaars goed is?
"Men probeert ons er van te overtuigen dat de hulpbronnen niet volstaan om iedereen een deftige levensstandaard te verzekeren. Fout! Sinds de jaren vijftig is de globale productiviteit met vijfentwintig maal toegenomen, veel meer dan de bevolkingaanwas in die zelfde periode. De schaarste is een uitvinding van het economisch systeem dat de conservatieve neoliberale doctrine goed uitkomt om de vele ontslagen en het verlies aan koopkracht van de Westerse bevolking goed te praten. En natuurlijk stagneren de inkomsten van de non-profit organisaties, ze berusten immers op de goede wil van de gewone mens. Die gewone man of vrouw ziet met lede ogen aan hoe de welvaartmaatschappij op de helling wordt gezet. Bovendien werkt de heersende moraal een op zichzelf terugplooien in de hand: mensen worden gevoelig voor het "eigen volk eerst" adagium.
En wat dan te denken van de overheid? "Op binnenlands vlak vindt er een verschuiving plaats van functies, de last van de sociale economie wordt steeds meer op de schouders van niet-gouvernementele organisaties afgeschoven onder het motto 'de staat moet afslanken'. Terwijl privé-interventies afnemen onder druk van de algemene concurrentie." Petrella spreekt over een heuse valstrik voor de NGO's. "Hoe meer de staat haar plichten verzuimt, hoe meer NGO's geïdentificeerd worden met de sociale economie, de zorgenkinderen van elke maatschappij."
Toch is er geen reden voor vertwijfeling, want de toekomst wordt niet gemaakt door de bureaucratie en de bedrijven, aldus Petrella. "Wat belangrijk is, dat zijn de basisorganisaties, gedragen door gewone mensen. Zij vertegenwoordigen de solidariteit, gemeenschapszin en menselijkheid, ja, de liefde zelve.. Alles wat de markt-theologie ons tracht te ontnemen. En U bent daarvan een voorbeeld par excellence." Inwendig blozend aanvaard ik het compliment voor de hele organisatie. Petrella is een passioneel wetenschapper en hij verdedigt zijn overtuiging met verve. Maar.. "Jammer genoeg zijn al de organisaties te verdeeld, te gefragmenteerd. En de politieke krachten zijn te zwak geworden. Ze hebben de progressieven van vroeger als een verdeelde groep achter zich gelaten."
Navelstaarderij is dus uit den boze. Amnesty, Oxfam, Greenpeace, ze moeten samen werken aan een mondiale maatschappij. Hoe ziet Petrella die samenwerking? "Ik heb het eerder gezegd. Jullie vertegenwoordigen momenteel het mondiale geweten. Wie tot op heden vrijwel afwezig bleef dat is de intelligentsia. Er moet dringend een nieuwe schare van intellectuelen komen die hun verantwoordelijkheid nemen. De kritiek vanuit de bewegingen dat ze afwezig waren uit de internationale discussie, dat ze enkel aan de kant van het kapitaal en de handel stonden, is grotendeels gegrond."
Wat voor vorm moet die samenwerking dan aannemen? "Er moet een nieuwe retoriek komen, een nieuwe cultuur van spreken die uitgaat van het algemeen belang. En dat in de schoot van een echt mondiaal parlement dat opnieuw legitimiteit verleent aan de internationale politiek. Een wetgevend orgaan waarin ook de grote wereldbewegingen hun broodnodige rol spelen." Mijn oren gaan spontaan fluiten. Dus niet enkel raadgevende bevoegdheid meer voor Amnesty? "Neen! Het is nodig dat de expertise die ze over de jaren heen opgebouwd hebben, dat die kennis ten goede komt aan de wereld."
(17-9-1997)
Abonneren op:
Posts (Atom)
