Posts tonen met het label Interview. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Interview. Alle posts tonen

zondag, december 09, 2007

Piet De Moor werkt grimmig aan zijn geluk


Is journalistiek nog steeds de waakhond van de democratie?

Piet de Moor is een geëngageerd man. Iemand die gaat voor zijn principes, ook al moet hij daarvoor een aantal heilige huisjes omver schoppen. Dat deed hij in 2006 met zijn zg. ‘bitterbrieven’ waarin hij de krant De Standaard en de Vlaamse media in het algemeen de mantel uitveegde om hun vermeende banalisering van extreem rechts. Wij hadden een gesprek met hem dat meanderde tussen het gevaar van extreem rechts, het conservatisme in Oost-Europa en de verkleuterende media.


Schrijver De Moor ziet vele parallellen tussen het discours van extreem rechtse partijen in Vlaanderen en het totalitarisme, dat hij al jarenlang bestudeert. Zijn favoriete biotoop is het naoorlogse oost- en midden Europa. Hij schreef er verschillende boeken over. De Moor is een journalist die, moest hij werkzaam zijn in pakweg Colombia of Iran, hoog zou scoren op de lange lijst dissidenten waarvoor Amnesty briefschrijvers over heel de wereld in hun pen kruipen. Wat is volgens hem de aantrekkingskracht van het extreemrechtse discours? Zouden mensen ondertussen nog niet beter moeten weten? “Het is eigen aan de mens dat je bij elke generatie opnieuw moet beginnen. Maar je kan steeds leren uit de geschiedenis. Vandaar dat contact tussen de generaties belangrijk is. Als je geen transmissie hebt naar het verleden en je leidt aan de perceptie van ‘wij kunnen alles’ dan zijn anderen alleen maar lastig.”

U schreef ook dat een totalitaire partij het abnormale ‘normaal’ wil laten worden voor burgers. U bedoelt dat ze een mythe, die van een éénduidige Vlaamse identiteit met duidelijk vastgelegde culturele patronen en gebruiken, als de norm willen opleggen. Maar verandert de samenleving niet te snel voor vele mensen?
“Alles wat nieuw is schrikt mensen af. Spanningen zijn er altijd, je moet ze niet onder de mat schuiven, je moet er mee leren omgaan. En dat betekent beseffen dat elk persoon meerdere identiteiten heeft. Het is de taak van politiek, media en onderwijs om conflicten en spanningen beheersbaar te maken. Toch geloof ik ook dat een land niet onbeperkt asielzoekers kan opvangen. Het is de taak van de politiek om ervoor te zorgen dat landen en bevolkingen zich kunnen ontwikkelen waardoor wanhoopsmigratie overbodig wordt. De meerderheid van de mensen wil toch liefst zijn leven opbouwen op zijn geboortegrond, dicht bij zijn familie en eigen cultuur. Het gaat ook niet echt over migratie. Het gaat over armoede, zowel hier als ginder. Idealiter zou globalisering moeten zorgen voor communicerende vaten. Dan kan enkel als de internationale verhoudingen geen kwestie meer is van centrum tegenover periferie. Idealiter zouden internationale relaties tussen landen en mensen een kwestie van communicerende vaten moeten zijn. Mensen die reizen om te leren en te werken in alle richtingen…”

De machtsgreep van de apenplaneet

In uw ogen hebben de media een belangrijke verantwoordelijkheid. Zijn ze hun maatschappelijke opdracht uit het oog verloren? “Er is te weinig beroepseer. Kijk- en leescijfers zijn het enige dat hen nog interesseert, het is bijna een soort competitie in kwaliteitsvermindering. Kijk, vroeger waren publiciteit en redactie twee gescheiden werelden. Nu daarentegen wordt de invloed van de marketing jongens op de journalisten steeds groter. De publiciteitswereld is een soort apenplaneet: het is een schijnwereld die de werkelijke wereld overneemt. En zo wordt de realiteit verdonkeremaand.” Iets dat in de jaren ’30 van de vorige eeuw ook gebeurde, zegt u. “Ja, ook al lag er toen een politieke kaste aan de basis en nu niet: het blijft verontrustend. En het resultaat is defaitisme: de onontkoombaarheid van de evolutie heeft zich genesteld in de geesten van het journaille. Het feit dat er zo’n grote instroom is van jonge mensen en dat oudere journalisten massaal bij het groot huisvuil gezet zijn is daar ook niet vreemd aan.”
Waar moeten we dan de oorzaken zoeken van deze evolutie? “De mediabedrijven van vandaag zijn economische moghuls geworden. En de wereld van de aandeelhouders kent geen maatschappelijk project. Zij willen alleen winst op korte termijn. Kritische journalistiek vraagt investeringen. Het vraagt ook aanmoediging, begeleiding en waardering van mensen. Daaraan ontbreekt het op vele redacties vandaag.”

Uit het grootste land van Oost-Europa lijkt al enkele jaren een erg conservatieve wind te waaien. Verworven mensenrechten zoals het verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid komen er op de helling te staan. Hoe verklaart u de reactionaire tendensen in Polen?
“In Polen leeft men als sinds mensenheugenis met de angst platgedrukt te worden door de twee grote buren: Rusland en Duitsland. Een sterke as Moskou-Berlijn of nu de as Brussel-Moskou met grote invloed van Berlijn is een schrikbeeld. Er is steeds over hun hoofden heen gekonkelfoesd en dat maakt ze paranoïde en makkelijke slachtoffers voor populisten die dat willen uitspelen. De tweelingbroers Lech en Jarosław Kaczyński, resp. president en premier worden ‘de twee Bolsjewieken’ genoemd omdat ze dezelfde technieken toepassen. Zo hebben ze aan het Hooggerechtshof in het kader van een rechtszaak gezegd dat het ook moet denken aan het ‘staatsraison’ en dat ze dus niet alleen moeten rechtspreken. Dat is een pure verkrachting van de rechtstaat.”

In uw boek Schemerland schreef u het volgende: “De terugkeer van de vaders was een verkeken kans: wat had er niet van onze moeders kunnen worden als ze toen hun lach hadden behouden en als ze staande hadden gehouden dat ze zekeringen konden repareren? Het lag binnen hun bereik om eindelijk de kettingen te verbreken, om eindelijk de zoons van de vaders te scheiden, om te kijken wat er gebeurt als er geen man is van wie de krijgshaftige pose of het machtswoord kan worden geïmiteerd, wat er gebeurt als zoons en dochters door moeders worden opgevoed die hun verstand en hun vitaliteit niet als voer aan het zelfbewustzijn van hun man onderwerpen." Is machismo één van de fundamentele problemen waar de mensheid mee worstelt? De moor: “ik heb vooral een probleem met niet-gefundeerd autoritarisme. De Oostenrijkste schrijfster Elfriede Jelinek zei dat “vrouwen in familieverband de neiging hebben met de man te collaboreren en het kind te onderdrukken.” Wat tijdens de oorlog gebeurde was nieuw: vrouwen die alles zelf moesten en konden doen. De kennis die ze daarbij vergaarden, hun talenten die ze daarbij moesten inzetten, dat alles moesten ze weer afgeven als de mannen terugkwamen. Net als hun nieuw verworven eigenwaarde. Volgens dichterfilosoof Friedrich Von Schiller kan het ontwikkelen van innerlijke vrijheid niet zonder het nemen van eigen beslissingen. In je eigen leven heb je steeds terreinen waarop je zelf de nodige moed kan tonen. Onderwijs en huisgezin stimuleren dat veel te weinig.”

Uw recentste boek heet “het grimmige heden.” Is het heden dan echt grimmig voor u? “Het boek heeft ook een ondertitel hé: ‘een polyfonie.’ Maar wat ik bedoel is: je kunt zelf op een grimmige manier werken aan je geluk zonder er zelf grimmig van te worden. Leuk aan het schrijven van een dagboek is dat het hoofdpersonage iemand is aan wie anderen zich kunnen spiegelen. Natuurlijk moet een verhaal ook spannend en mooi zijn, je mag je publiek niet vervelen, het mag ook niet gezocht zijn. Dat is de taak van literatuur: schoonheid en kritiek spuien.”

maandag, februari 19, 2007

"Amnesty heeft iets goed te maken" - Eva Brems over de nieuwe marsrichting van de beweging

[Deze tekst is de uitgebreide versie van het interview dat verschijnt in het maart nummer van Amnesty Nieuws (2007). Deze tekst verschijnt ook op de website van Amnesty Vlaanderen]

Met Eva Brems kreeg Amnesty eindelijk nog eens een vrouw als voorzitster. Professor Eva Brems is gespecialiseerd in mensenrechten en niet-westers recht. Ze schrijft voor een 8-tal vaktijdschriften, haar lijst publicaties over mensenrechten oogt bepaald indrukwekkend. Nu haar wittebroodsweken als voorzitster voorbij zijn, wilden wij wel eens weten waar ze met Amnesty Vlaanderen naar toe wil. Het werd een erg leerrijk gesprek over zulke diverse zaken als de opdracht van Amnesty, het voorzitterschap, het armoedeprobleem, enz.


Amnesty: een internationale beweging

Je bent sinds april 2006 verkozen als voorzitster. Sinds het ontstaan van Amnesty Vlaanderen ben je pas de 2e vrouwelijke voorzitster. Hoe zou dat komen?
"Ik vind het vooral een positief teken dat je die vraag stelt. Op veel plaatsen waar ik kom ben ik nog steeds de enige vrouw. Aan de universiteit is er slechts 20% vrouwelijke professoren. Bij Amnesty is er de laatste jaren een enorm genderbewustzijn ontstaan. Diversiteit in de interne werking is een groot aandachtspunt geworden. Op het vlak van etnische diversiteit staan we nog niet ver maar qua participatie van vrouwen zijn we goed op weg om tot een evenwicht te komen. Het moet een natuurlijke reflex zijn om de vraag naar diversiteit te stellen in élke organisatie en zeker in haar raad van bestuur. Dat er dan af en toe vrouwelijke voorzitsters verkozen worden volgt daar automatisch uit.”

Wat houdt je job in als voorzitster van Amnesty Vlaanderen en hoe verhoudt zich dat tegenover het secretariaat?
"Er is een groot verschil tussen de job van directeur (Jan Brocatus, nvdr) en deze van voorzitter. Jan leidt het secretariaat als beroepskracht. De leden van de raad van bestuur en dus ook de voorzitter zijn vrijwilligers. Wij zijn verantwoordelijk voor de strategische beslissingen terwijl het secretariaat operationeel bezig is. Mijn profiel als academicus maakt dat ik vooral het mensenrechtenbeleid in handen neem."

Vooraleer voorzitster te worden was je actief in het 'steunpunt internationaal beleid.' Wat is de rol van dit steunpunt?
"Het steunpunt geeft advies en bereidt beslissingen voor van de raad in verband met inhoudelijke strategische dossiers. Bijvoorbeeld de principiële vraag of Amnesty een standpunt mag hebben over het gebruik van geweld: Kan men een leger inzetten om mensenrechtenschendingen te doen ophouden? Of nog: al meer dan een jaar is besluitvorming aan de gang over de mogelijkheid om te werken rond abortus. Hiervoor was een bredere consultatie via de Algemene Vergadering noodzakelijk. Momenteel staan we zo ver in de discussie dat we waarschijnlijk rond enkele aspecten van abortus zullen werken… Zulke zaken vergen een grondige discussie, die het steunpunt zal voorbereiden."

Je hebt in 2006 het 'international Chairs Forum' meegemaakt. Hoe was dat en wat voor mensen zijn de meeste van je confraters?
"Het Chairs’ Forum bestaat nog maar enkele jaren maar belooft binnen de Amnesty besluitvorming een belangrijke rol te gaan spelen. Een internationale Algemene Vergadering is er maar tweejaarlijks, en tussenin moeten ook belangrijke beslissingen genomen worden. Het Chairs Forum vult die leemte op. Voor mij is zulke vergadering natuurlijk zeer interessant. Op zulke samenkomsten besef je ten volle dat je deel uitmaakt van een internationale beweging. En het is uitermate boeiend om te zien hoe mensen in een andere context problemen aanpakken. Overigens gaan we steeds bewuster om met onze onderlinge diversiteit. Zo worden voorzitters tijdens de debatten heel bewust gemixt waardoor bijvoordeeld niet alle latino’s bij elkaar gaan zitten en mensen zo veel mogelijk verplicht worden hun 2e taal te spreken. Op het vorige forum was diversiteit zelfs het hoofdthema van de vergadering."

Dat zal een leerrijke vergadering geweest zijn...
"Een duidelijke vaststelling is de dominantie van de Angelsaksische manier om de dingen af te handelen. Het is al heel wat als we ons daar bewust van zijn."


De nieuwe opdracht

Ondertussen staat Amnesty voor een belangrijke uitdaging: de uitbreiding van wat vroeger het 'mandaat' heette. Economische, Sociale en Culturele rechten krijgen meer aandacht binnen Amnesty. Niet evident.
"Het is niet zo dat we nu plots alles gaan doen hé. Dat deden we bij burgerlijke en politieke rechten ook niet. Zo nemen we geen standpunt in over het hoofddoeken verbod. Maar we zijn met ESC rechten begonnen vanuit het principe van de ‘ondeelbaarheid’ van mensenrechten: Je kan politieke en sociale rechten moeilijk van elkaar scheiden. Wat is het nut van stemrecht als je geen dak boven je hoofd hebt en niemand waar je op kan stemmen de intentie heeft om daar iets aan te doen? Discriminatie blijkt een heel belangrijk uitsluitingmechanisme. Mensen die slachtoffer zijn van discriminatie in een samenleving worden meestal geschonden in hun ESC-rechten én in hun burgerlijke rechten."

Dat het Amnesty menens is met de nieuwe ‘opdracht’ (het vroegere mandaat, nvdr) blijkt uit het campagnethema van 2008: armoede als schending van mensenrechten, met als focus huisvesting en gezondheidszorg. Een slogan die zo uit de stal van noord-zuid organisaties zoals Oxfam of 11.11.11 zou kunnen komen denk je dan. Maar neen, ook dit wordt Amnesty.
“Het was geen makkelijke beslissing om het vertrouwde mandaat uit te breiden. Onze sectie was er tegen in het begin. Maar dat is op korte tijd sterk veranderd. Er is dan ook al veel sensibiliserend werk verzet. De 60e verjaardag van de UVRM (in 2008, nvdr) is overigens een prima aanleiding om dit campagnethema te lanceren."

Misschien kijken de noord-zuidorganisaties wel net op naar Amnesty om het armoedeprobleem uit de ideologische sfeer te halen?
“Ik weet alleen dat de vraag vanuit die organisaties al langer leeft. Ook ngo’s hebben de meerwaarde ontdekt van het mensenrechtendiscours. En Amnesty wordt al jaren bekritiseerd omdat we de ESC rechten links lieten liggen. Daardoor hebben we mee schuld aan het feit dat deze rechten stiefmoederlijk behandeld worden.”

Amnesty heeft dus iets goed te maken?
“Dat kan je inderdaad zo zeggen. We gaan dat ook doen. Als wij armoede gaan aanklagen als een schending van de mensenrechten dan moeten we ook de oorzaken durven aanwijzen en ijveren voor een internationale wetgeving die basisrechten doet respecteren.”

Ook al neem je dan standpunt in tegen een dominant economisch beleid dat aan de basis ligt van het armoedeprobleem in het zuiden? Met andere woorden, Amnesty International die het werk van de Oxfams van deze wereld legitimeert? Dat is inderdaad nieuw!
“Laat ons zeggen dat we vooral complementair zijn en geen concurrentie. Onze invalshoek blijft dezelfde. Kijk, mensenrechten blijven een revolutionair concept in de geschiedenis. Je hebt een wereldwijde beweging nodig en veel expertise om dat concept ingang te doen vinden."

Wat zijn de gevolgen voor het concrete werk van de organisatie en haar vrijwilligers?
“Het zou kunnen dat we andere werkvormen moeten ontwikkelen. Samenwerken met andere organisaties doen we al langer, bv. rond vrouwenrechten. Nu zullen we nieuwe partners vinden in noordzuid organisaties, vakbonden en 4e wereld organisaties. We zullen ook moeten openstaan voor andere technieken,bv. om samen met armen tegen armoede te strijden. Hier valt zeker wat te leren van andere ngo’s.”

Maar onze leden zullen nog steeds politieke gevangenen proberen vrij te schrijven?
“Natuurlijk. Alleen zullen meerdere elementen in het dossier een rol gaan spelen. Als bijvoorbeeld een groep inheemse ontheemden een protestactie houdt tijdens een grondbezetting en de politie neemt hen onder vuur dan zullen de lokale groepen niet alleen voor hen schrijven omdat er op hen geschoten is maar ook omdat hun recht op land hen ontzegd wordt…”

Je krijgt dan als activist wel een grotere betrokkenheid bij het verhaal van die mensen, dat lijkt een voordeel, niet?
“Ja, maar het veronderstelt ook wel dat we mensen moeten gaan vormen: Amnesty heeft dan ook echt de ambitie om sensibiliserend te werken, veel meer mensen moeten gaan zien dat de mensen die in armoede leven in hun rechten geschonden worden.”


Amnesty versus Cultuurrelativisme?

Je hebt heel wat gepubliceerd rond diversiteit en de mogelijke conflicten met de formele mensenrechten. Kan deze kennis van pas komen om Amnesty het ESC-rechten tijdperk binnen te treden?
“Op de universiteit houd ik me vooral bezig met de vraag hoe universaliteit van mensenrechten niet noodzakelijk uniformiteit hoeft te betekenen. Maar dat speelt niet op het niveau van zware schendingen, waar Amnesty zich vooral mee bezig houdt. Mijn werk gaat over de noodzaak om culturele gevoeligheid in te bouwen in wetgevend werk, het gaat vooral over de modaliteiten van het recht.”

In zijn laatste boek beschuldigt Luc Huyse Amnesty van ‘fundamentalisme’ omdat we hameren op de noodzaak om daders te vervolgen. Is daar iets van aan?
“Amnesty geeft nochtans geen kritiek op landen waar andere manieren worden gebruikt, denk aan de waarheidscommissies. Er bestaan inderdaad cultureel sensitievere manieren zoals bepaalde rituelen om met collectieve trauma’s tussen slachtoffers en daders om te gaan en die kunnen er zeker zijn voor Amnesty. Maar uiteindelijk moeten daders worden berecht. Dat is ons standpunt. Dus zijn kritiek is op zijn minst sterk overtrokken.”

Over rituelen gesproken, wat bijvoorbeeld te doen met cultureel gewoonterecht dat conflicteert met wat wij verstaan onder mensenrechten. Wat is de rol van Amnesty in het debat daarover.
“Er zijn vele conflicten. Afrikaans gewoonterecht conflicteert vaak met vrouwenrechten. Vooral de toegang tot grond is een probleem. Dit is iets wat Afrikaanse vrouwen zelf ook aanklagen. Maar andere culturele normen zijn in hun ogen soms geen schending. Ik herinner me zelfs een vergadering waaraan ook een Somalische deelnam, als besneden vrouw vond ze dat er grotere problemen zijn dan vrouwenbesnijdenis. Terwijl er al vele actiegroepen bestaan die een breder beeld hebben over het lijden dat achter die praktijk schuilt. Mensen beschouwen schendingen vaak als normaal als ze hun mensenrechten niet kennen. Je mag niet vergeten dat mensenrechten een revolutionair concept zijn tegenover traditionele samenlevingen waar het collectieve belang veelal overheerst.”


Recht is niet de hoofdzaak

Geloof je zelf dat wetgeving en wettelijke kaders in staat zijn om mensenrechten overal te waarborgen? Als je ziet hoe sommige internationale machten een loopje ermee nemen?
“We zijn echt wel goed bezig. Je kunt nooit weten welke schendingen zouden gebeuren als je niet bezig was met mensenrechten. Het is trouwens niet alleen een kwestie van recht, dat is zelfs niet de hoofdzaak. De Universele Verklaring is bijvoorbeeld al een niet-bindende tekst. En een sterk rapport van AI heeft meer effect dan het vonnis van een rechtbank. Amnesty gebruikt wel verdragen maar appelleert ook aan het ethisch gevoel.”

Amnesty als waakhond van de civiele maatschappij.
“Ja, dat afschrikkingeffect blijft heel effectief. ‘Naming and shaming’ blijft het sterkste instrument dat we hebben. Mensenrechten gaan altijd moeten bevochten worden. En er is enorme vooruitgang geboekt op vlak van rechten voor vrouwen, homo- en lesbiennes enz. Helaas is het taboe op foltering recent doorbroken door onder meer de VS, dat is dan weer een effectieve achteruitgang.”


De toekomst

Welke uitdagingen en plannen koester je voor Amnesty Vlaanderen de komende jaren?
“Ik zie drie belangrijke uitdagingen. Ten eerste het implementeren van de ESC-rechten in onze werking. Ten tweede zou ik graag het activisme sterk zien toenemen. We zijn geen loutere denktank of lobbymachine, we zijn eerst en vooral een sterke beweging en dus moeten we voortdurend op zoek naar nieuwe werkvormen om daar een actieve beweging van te maken. Ten derde, en dat is mijn stokpaardje, het bereiken van een maximale mensenrechtenimpact. Ik wil m.a.w. meetbare doelstellingen. Daarop moeten we alles afstemmen...”

Wat betekent dat voor de werking?
“Ik wil resultaten zien. We moeten nadenken over hoe we onze acties zo efficiënt mogelijk afstemmen op het realiseren van onze doelstellingen."

Heb je internationale ambities binnen Amnesty Internationaal?
“Het voorzitterschap combineren met mijn gezin en een druk professioneel leven is nu al een hele klus. Wel zou ik blij zijn als anderen uit de beweging doorstromen naar internationale functies, zoals in het verleden al is gebeurd.”

maandag, januari 02, 2006

Raak me aan als ik dood ben: Interview Barbara Acuna

Laatst veroordeelde minderjarige in de VS ontsnapt nipt aan terechtstelling

Barbara Acuna is een gewone Amerikaanse vrouw met een gewoon gezin. Ze woont in een gewone buitenwijk in een Texaanse stad. Ze staat erop dat we haar leven niet als iets buitengewoon omschrijven. Alleen overkwam haar wel iets heel dramatisch. Haar zoon werd ter dood veroordeeld. Hij was 17. Robert Acuna was de laatste minderjarige in de VS op ‘death row.’

Toen Robert Acuna werd beschuldigd van een dubbele moord, maakte de openbare aanklager in een tv-interview meteen duidelijk dat ze voor de doodstraf zouden pleiten, hoewel de officiële papieren daartoe pas vier maanden later werden ondertekend. Dit is courant in Texas en vóór het Amerikaanse Hooggerechtshof de doodstraf voor minderjarigen ongrondwettelijk verklaarde, overkwam het ook 17-jarigen. Het zien van dat interview maakte bij Barbara Acuna het besef wakker dat iets niet klopte in deze rechtszaak.

Vond je dat het proces eerlijk verliep?
“Ik was naar twee advocaten gestapt (de procedure voor de doodstraf is veel zwaarder en vereist twee advocaten voor de verdediging, nvdr), maar ze vertelden me koudweg dat ik hun niet kon betalen. Alleen al voor de advocaten moest ik 35.000 $ neertellen en dan moet je nog een team huren dat bestaat uit een detective, een psychiater en een ‘specialist in verzachtende omstandigheden’. De kost is astronomisch voor mensen met een gemiddeld loon. Maar dat was slechts het begin. Zodra de procureur beslist voor de doodstraf te pleiten, begint de ‘machine van de dood’ te draaien. Bij Robert werd de hele procedure op een drafje afgehandeld: men wist dat er een uitspraak van het Hooggerechtshof in de lucht hing die de doodstraf voor minderjarige daders zou afschaffen. Gemiddeld duurt een zaak twee jaar; Robert was echter acht maanden later al veroordeeld. Indien het proces pas begonnen was ná de uitspraak van het Hooggerechtshof over de doodstraf voor minderjarigen, dan was alles heel anders verlopen. De jury zou uit andere mensen bestaan hebben en één advocaat was voldoende geweest.”

De rol van de jury

Wat was de rol van de jury in het proces?
“Die was zeer belangrijk. Bij de keuze van de juryleden wordt gekeken naar een aantal criteria. Zo worden enkel mensen geselecteerd die vóór de doodstraf zijn. Universitaire studies hebben uitgewezen dat dergelijke jury’s de neiging hebben strenge straffen uit te spreken. In het geval van Robert wisten ze ook dat het om een minderjarige verdachte ging.”

Wanneer kreeg je hulp van buitenaf?
“Toen bleek dat de officier van justitie voor de doodstraf ging en er haast mee wou maken, ben ik als een gek beginnen bellen naar alle tegenstanders van de doodstraf. Amnesty zag onmiddellijk de ernst van de situatie in en zette een ‘urgent action’ op. Ze schreven brieven naar de procureur om hem aan te zetten te wachten met de procesgang tot na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Een collectief van advocaten die tegen de doodstraf zijn nam de zaak ter harte. Ze stelden vragen aan de twee advocaten die ons waren toegewezen door de rechtbank. Maar deze laatsten deden niets met de aanbevelingen. De aangestelde specialisten deden evenmin veel. Ze lieten de zaak op hun beloop, waardoor de procureur zowat vrij spel had. De eerste keer dat iemand van ons gezin werd ondervraagd over Robert, was de rechtszaak al bezig. Niet veel later maakte Robert kennis met ‘death row.’

‘Total senses deprivation’

Hoe is het leven in de dodencel?
“Zes maanden zat Robert op death row, tot zijn straf werd omgezet in levenslang na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Er is geen ‘vervroegde vrijlating’ zoals die in België bestaat. Gelukkig zijn z’n omstandigheden nu beter. Death row betekent 23 uur per dag opgesloten zitten in een kleine cel, met niets meer dan een klein radiootje als afleiding. Geen telefoongesprekken, je bent van iedereen gescheiden. Het uurtje per dag dat je buiten mag, krijg je handboeien aan en word je vergezeld door twee bewakers die je behandelen als hun eigendom. ‘Total senses deprivation’, dat is de enigszins klinische term voor dit onmenselijke régime. De gevangene mag aan geen enkele zintuiglijke prikkeling worden blootgesteld. Eenmaal per week mag je bezoek ontvangen. Je wordt dan naar een klein kamertje geleid dat door kogelvrij glas gescheiden wordt van de bezoekersruimte. Praten met je bezoek - maximum 2 mensen - doe je via een telefoontoestel. Voor je iets kan zeggen, moet je je op de rug geboeide handen door een kleine opening in de stalen deur steken, zodat de bewaker je handen kan losmaken. Er is geen enkele vorm van fysiek contact mogelijk. Dat gaat zo door, tot aan je geprogrammeerde dood.”

Wat zijn jouw argumenten tegen de doodstraf?“
Ten eerste is de doodstraf gewoon niet noodzakelijk. Mensen kunnen opgesloten worden of opgenomen in een instelling voor geestesgestoorden. We hoeven ze niet om te brengen. Rechtvaardigheid is geen wraak, doodstraf wel. De doodstraf is een onvoorstelbare geestelijke marteling, zowel voor de betrokkene en als voor zijn familie. Mensen zijn mensen, het zijn geen wegwerpvoorwerpen.”

Wat zeg je tegen voorstanders van de doodstraf?
“Ik probeer ze niet te overtuigen. Ik wil ieders mening respecteren. Ik probeer hen te wijzen op enkele feiten die ze misschien niet kennen, vertel hen wat ik weet. Argumenten als "Het is veel duurder om ze te laten leven" ontkracht ik: de hele procedure die leidt naar de doodstraf is vele malen duurder dan een levenslange gevangenisstraf. Ook andere argumenten haal ik aan: gekleurde mensen hebben statistisch gezien veel meer kans op de doodstraf.”

Iedereen verdient een tweede kans

In maart 2005 kwam dan de langverwachte uitspraak van het hooggerechtshof. Wat voelden jullie toen?

"We wisten dat het zou komen, maar niet op welke dag. Natuurlijk waren we zeer gelukkig. Robert was opgelucht maar tegelijk verdrietig dat de uitspraak niet vroeger was gekomen. Voor velen vóór hem was het te laat, mensen bij wie een redelijke twijfel bestond over hun schuld. Tijdens die zes maanden had hij verschillende mensen zien vertrekken. Ze schuifelden langs de gang voorbij, met hun boeien aan, het hoofd gebogen.”

Denk je dat organisaties zoals Amnesty een verschil kunnen maken?

"Robert zou nog steeds op zijn dood wachten als Amnesty er niet was geweest. Ze hebben jaren gelobbyt bij het verbond van Amerikaanse Advocaten om de stemming in het voordeel van de afschaffing van de doodstraf te keren. De internationale druk heeft ongetwijfeld geholpen om tenminste de doodstraf voor minderjarigen af te schaffen. Als iedereen echt samen aan hetzelfde zeil trekt en eist dat de overheid stopt met het doden van haar eigen burgers, dan kunnen we de doodstraf echt naar de geschiedenis verwijzen.”

Voor Amnesty verdient iedereen een tweede kans, maar zeker kinderen. Minderjarigen onderkennen nog niet altijd de gevolgen van hun daden. De kans dat ze hun leven verbeteren is veel groter dan bij een volwassene. Ze mogen dan ook niet op dezelfde manier bestraft worden. Het Kinderrechtenverdrag verbiedt overigens elke wrede en onmenselijke straf voor minderjarigen. De doodstraf tegen minderjarige daders was dit jaar het centrale thema van de Schrijf-ze-VRIJdag van Amnesty Vlaanderen.

woensdag, april 13, 2005

Totale vertwijfeling toen het Westen zich terugtrok - Paul Rusesabagina en Terry George over ‘Hotel Rwanda’

United Artists: Hotel Rwanda

Hotel Rwanda. Wie de film nog niet zag, haast zich best naar de filmzaal. De commentaren liegen er niet om: “de meest indrukwekkende film in zijn soort sinds Schindler’s list.” Een krachtig document dat het verhaal vertelt van Paul Rusesabagina, in 1994 manager van een luxe hotel in de Rwandese hoofdstad Kigali. In het heetst van de strijd slaagt hij erin om 1200 mensen te redden van de machetes. Wij waren op de avant-première in Brussel. Vooraf hadden we een gesprek met de echte Paul Rusesabagina én met Terry George, de bevlogen regisseur van de film.

Hotel Rwanda is een film met een missie. Wat hoopt u ermee te bereiken?
T.G.: “Ten eerste hoop ik dat mensen de zaal verlaten met het gevoel dat ze, net zoals Paul, kunnen protesteren tegen het slechte in deze wereld. Ten tweede moeten we het Westen beschamen, in de hoop dat de internationale gemeenschap volgende keer haar verantwoordelijkheid opneemt.”

Hoe kwam u op het idee om met Amnesty samen te werken voor Hotel Rwanda?
T.G.: “Ik ken de persattaché van het Amnesty kantoor in Los Angeles. Twee jaar geleden hebben we samen gewerkt aan de video voor de John Lennon song Imagine (die tijdens de mensenrechtendag in 2003 overal werd gespeeld voor Amnesty, nvdr.). Amnesty wil Hotel Rwanda gebruiken om de situatie in de DR Congo en Darfour te belichten.”

Cynisme

In de film geeft een Italiaanse cameraman een staaltje weg van journalistiek cynisme wanneer hij Paul met zijn voeten op de grond zet: “Ik vrees dat mensen mijn beelden zullen zien op het nieuws, dat ze even zullen stoppen met avondeten en zeggen hoe erg de beelden zijn, en dat ze vervolgens verder eten, de beelden reeds vergeten.” Deelt u die mening?
T.G.: “De uitdaging is mensen zover te brengen dat ze het er precies niet bij laten. Niet zoals onze politici die keer op keer hun ogen sloten: Cambodja, Irak, Rwanda en nu Sudan. Bij een recente missie naar Darfour is Paul meegegaan samen met een nieuwsploeg van het populaire Amerikaanse programma Nightline. Daarmee krijgt de problematiek de aandacht die het anders nooit zou gehad hebben. Nu willen we hetzelfde trachten te bereiken in Europa.”

T.G.: “Van de politieke kant bekeken gaat het over niet meer of minder dan institutioneel racisme. Het leven in Afrika is gewoon veel minder waard dan in de rest van de wereld. En die discriminatie moet stoppen. Wat houdt ons tegen om er in Sudan dezelfde middelen tegenaan te gooien als op andere plaatsen?

Mr. Rusesabagina, geeft de film volgens u een goed begrip van wat er gebeurd is?
P.R.:“Hangt er vanaf wat je bedoeld. Het objectief van de film was niet zozeer om echt de genocide te laten zien. Wel wat er gebeurd is in het hotel des Milles Collines. Alhoewel er genoeg gesuggereerd wordt van de gebeurtenissen in de straten van Kigali. In feite gaat het erom mensen te doen beseffen dat er ook nog mensen waren die andere mensen hielpen.”
T.G.: “Het mooie aan de persoon van Paul is dat hij erg veel van de meesten van ons weg heeft: hij is een geraffineerd man uit de middenklasse met een mooi gezin die in een vreselijke situatie terecht komt. Hij ziet zichzelf geplaatst voor aartsmoeilijke keuzes.”

Was het moeilijk voor u om de film te helpen maken?
P.R.: “Niet echt. Voor de film had ik al veel contacten met journalisten. Dat maakt dat ik wist welke aspecten in mijn verhaal belangrijk waren. De mediamensen hadden het verhaal van de Milles Collines al gehoord kort na de dramatische gebeurtenissen in 1994. Ze vroegen aan het overblijvende personeel in het hotel wat er was gebeurd, hoe het kon dat het hotel en zijn bewoners zo weinig had geleden. Allen verwezen ze naar mij. En ze zijn beginnen zoeken. Tot ze mij terugvonden hier in België...”

Deze film vertelt het verhaal over de moed van één man, een typisch Westers uitgangspunt. Is dit uw manier om de missie over te brengen?
T.G.: “Mijn eerste plicht is om een stuk entertainment te brengen. Je moet eerst mensen willen laten komen kijken. De film is eerder een springplank naar meer kennis over het gebeurde dan een echte studie of een verhaal over wat er gebeurde. Maar film is een zeer krachtig medium: mijn grote voorbeelden in deze zijn “Schindlers list,” de “Killing Fields” over Cambodja en “Missing” over Chili.”

Over de genocide zelf. Voelde u die aankomen?
P.R.: “Er waren al slachtingen geweest op verschillende plaatsen in het land. Rond Kigali stikte het van de vluchtelingen. De toenmalige president (Juvenal Habyarimana, nvdr.) had zelf ook een militie opgericht die opposanten uitmoordde. Iedereen had schrik. Veel mensen waren reeds buiten de stad gaan wonen. Op 4 augustus werd een vredesbestand getekend met de rebellen. En dan kwam de V.N. met soldaten om de vrede te bewaren. Dat was een teken van hoop voor ons. Het moment dat de internationale gemeenschap haar handen van het Rwandese wespennest af haalde was er één van totale vertwijfeling voor iedereen.” (In de film een onvergetelijk beeld wanneer Paul met zijn Afrikaanse gasten achterblijft in de regen terwijl Franse soldaten alle Westerlingen naar de luchthaven escorteren).

Déja-vu

U bent pas terug gegaan, vele jaren later, samen met Terry George. Was het land veranderd volgens u?
P.R.: “Er was niets ten goede veranderd. De wegen waren nog steeds kapot, nergens werkte de electriciteit enz. De situatie is weer net zo penibel als net voor de genocide... Ook reeds toen ik definitief vertrok in 1996 begon ik in te zien dat alle machthebbers op elkaar lijken.”

Vandaag wil president Kagamé de begrippen Hutu en Tutsi van de aardbodem doen verdwijnen. Vind u dat een goed idee?
P.R.: “Dat men Hutu en Tutsi niet meer op het paspoort zet is een prima idee. Maar het zijn nog steeds mensen die mensen gedood hebben. Een oplossing zal er pas echt komen als we allemaal aanvaarden wie we zijn. Je moet mensen laten praten met elkaar, ze rond één tafel zetten.”

Krijgt u een déjà-vu gevoel bij wat er in Darfour gebeurd?
P.R.: “Helemaal. Alles wat daar gebeurt volgt hetzelfde verloop als in Rwanda. Er zijn nu 2 miljoen inheemse vluchtelingen in Soedan. Het conflict is twee jaar aan de gang. In Darfour schieten helicopters van de overheid vanuit de lucht op weerloze vluchtelingen. Dat is perfect vergelijkbaar met de militie van Habyarimana. Ze gaan zelfs de waterputten vergiftigen van de geviseerde bevolking. Dat is je reinste etnische zuivering!”

En waarom toch? Wat hebben ze erbij te winnen?
P.R.: “Het schijnt dat er veel olie zit in de provincie Darfour... (diepe zucht). Het is steeds hetzelfde. Men is nu een tweede genocide aan het maken. En het Westen doet weer niets.”

Vind u dat de wereld überhaupt iets geleerd heeft sinds 1994?
T.G.: “We hebben nog steeds de VN Vredesmacht niet hervormd. De MONUC in Oost-Congo is een totale mislukking, ze zijn er niet in geslaagd de interhamwe te ontwapenen, noch stabiliteit te brengen in het gebied. Ik heb gesproken met vele activisten. Wat we nodig hebben is een internationale politiemacht, geen kleine legertjes zonder mandaat of middelen...”

woensdag, oktober 13, 2004

Beiaardiers hangen mensenrechten aan de grote klok

Mensenrechtendag, 10 december 2003, precies half zeven ‘s avonds. Een uniek moment in de vaderlandse geschiedenis. Talloze mensen in de Vlaamse binnensteden keerden hun hoofd naar de hemel en luisterden hoe oude beiaards vanuit hoge klokkentorens ‘Imagine’ zongen. Over heel Vlaanderen speelden 25 beiaardiers het beroemde lied speciaal voor Amnesty. De reacties waren zo enthousiast dat ze het dit jaar nog eens over doen. Dringend tijd voor een babbel met Carl Van Eyndhoven, voorzitter van de Vlaamse beiaardvereniging.

[Body]: Als een arendsnest hoog in de bergen, zo ?hangt de ‘stuurhut’?? van de beiaardier op zo’n slordige 90 meter boven de Antwerpse Groenplaats. Opgehangen tussen gotische spijlen die samen de spitse pinakel van de kathedraaltoren schragen. De houten cabine hangt tussen een woud van klokken, die ondanks de stevige wind op deze hoogte roerloos hangen.
Na een klim van 400 verweerde trappen komen we enigszins buiten adem op het platform in de toren vanwaar een houten ladder naar de cabine leidt. Het kleine interieur wordt haast volledig ingenomen door het stokkenklavier. Aan de muur oude foto’s van de grote voorgangers. We zetten ons op het bankje voor het klavier.

Carl Van Eyndhoven is organist en muziekpedagoog maar zijn absolute passie is de beiaard, daarom ging hij nog 5 jaar bij studeren in de beiaardschool van het Nederlandse Amersfoort. Naast een fulltime betrekking als docent aan het Leuvense Lemmensinstituut waar hij les geeft in… beiaardspel is hij nu als vast beiaardier verbonden aan de stad Mol. En bovendien is hij voorzitter van de Vlaamse beiaardvereniging. Dat is wel heel veel beiaard voor één man.
“Ja, ik ben er echt wel aan verknocht,” lacht Carl Van Eyndhoven. “Klokken hebben een grote symbolische functie. Ze zitten als het ware in ons collectief geheugen ingebeiteld. Mensen moeten ook luisteren als je speelt, het is moeilijk om je ervoor af te sluiten. Bovendien kunnen ze een bepaalde boodschap verklanken.”

Zoals de boodschap dat mensenrechten belangrijk zijn? “Natuurlijk. De vraag tot samenwerking kwam er op suggestie van Luc Rombauts, beiaardier van de Leuvense universiteitsbibliotheek. Het idee kwam van jullie directeur (Jan Brokatus, nvdr.) die Luc erover aansprak in Leuven. We hebben er goed over nagedacht in het bestuur. Want morgen kunnen anderen aan onze deur kloppen en wat doen we dan? Maar Amnesty vinden wij belangrijk. De waarden waar Amnesty voor staat, daar kan je niet tegen zijn, ze zijn universeel.
We zouden bijvoorbeeld nooit hetzelfde doen voor een politieke partij.”

Het viel op hoe de beiaardiers er vorig jaar voor gingen. Was het zo eenvoudig hen te overtuigen om mee te doen? “Beiaardiers werken in een kleine wereld. Iedereen kent iedereen en er is veel solidariteit onder elkaar. Toen we met het bestuur de oproep lanceerden waren de reacties heel positief. De actie kostte ons ook weinig moeite. De beiaardiers moesten gewoon op 10 december om 18u30 één nummer spelen, we bezorgden aan iedereen die mee deed op voorhand het arrangement voor Imagine. En de reacties van het publiek waren onverdeeld enthousiast. We hebben met de Vlaamse beiaardvereniging altijd geprobeerd de beiaard positief in het nieuws te brengen. Met beperkt succes. Door de samenwerking met Amnesty was de belangstelling overdonderend. We kwamen op Klara, Radio 1, verschillende kranten, zelfs Studio Brussel kwam opnemen. Het sprak behoorlijk tot de verbeelding.. En dat hebben wij alvast nog nooit meegemaakt. Nu hopen we er een traditie van te maken op 10 december.”

Wat staat er dit jaar op het programma? “Dit jaar is het thema van de Mensenrechtendag het artikel 4 van de UVRM, nl. het verbod op slavenarbeid. En dus spelen we het overbekende slavenkoor uit de opera Nabuko van Verdi.”
In Lier spelen jullie een heuse marathon, van 10 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds. Waarom precies Lier?
“De beiaard van Lier is pas volledig gerestaureerd, pas in september werd hij opgeleverd. Het stadsbestuur van Lier zag het ook onmiddellijk zitten, toen we de vraag stelden; 10 december is meteen het moment om er een feest van te maken. Voor de gelegenheid zakken een tiental beiaardiers af naar de stad aan de Nete, ze zullen elkaar om het uur aflossen aan het klavier. In de vooravond haasten elk van hen zich terug naar hun eigen beiaard want om half zeven moeten overal de eerste noten van het slavenkoor weerklinken, van Limburg tot aan de kust.”

Kan je eigenlijk alles spelen op zo’n beiaard? “Eigenlijk wel. Alleen bestaat er vaak geen aangepast arrangement. Maar dat kan geschreven worden; ik heb al Metallica en Bon Jovi gespeeld in Mol. Op de dag na zijn dood speelde ik Frank Sinatra en beneden aan de toren stond een fan mij op te wachten met tranen in zijn ogen en een fles wijn.


Vorig jaar waren er zelfs te weinig beschikbaar en moest ik enkele van mijn studenten inschakelen.

Toen ik vorig jaar Imagine speelde, liepen de rillingen over mijn rug. EN wat me persoonlijk opviel aan deze hele organisatie is de wonderlijke wijze waarop deze samenwerking tot stand kwam.

Dit jaar zullen lokale Amnesty-groepen volop kunnen participeren. Voor mij

Laatste vraag: is het niet vreselijk koud om hier in de winter te spelen?
Carl Van Eyndhoven: “ dat valt heel goed mee, het is een afgesloten cabine,
met verwarming. Spelen in de winter heeft trouwens veel charme, wanneer beneden de ‘gluhwein’ staat te borrelen. Een idee alvast voor de lokale Amnesty-groepen…

dinsdag, april 06, 2004

Huispersoneel in India: “belachelijk, dom en simpel” - Belgische zuster neemt het op voor meest uitgebuite vrouwen

Toen Jeanne Devos in 1963 naar India trok, was ze sterk gefascineerd door het mystieke en de verbondenheid met alles. Maar al snel botste ze in haar zoektocht naar diepe menselijkheid op de manifeste ongelijkheid in de Indiase samenleving. Nu, veertig jaar later, is ze de patrones van vrouwen die tot voor kort totaal genegeerd werden in haar rechten: huispersoneel. Amnesty zocht haar op in haar piepkleine appartementje in Mumbai.

Na een tijdje gewerkt te hebben met gehandicapten en dorpsontwikkeling kreeg je begin jaren ’80 een sterke voorkeur voor vrouwen, waarom die toespitsing?
“Omdat vrouwen een cruciale rol spelen in ontwikkeling. En ook omdat ze op zo’n massale manier worden geëxploiteerd. Mijn interesse ging uit naar de meest uitgebuite van allemaal: de sekswerkers en het alomtegenwoordige huispersoneel waarin ik me al snel begon te specialiseren omdat ze zo’n
totaal onderbelichte en verborgen groep vormen.”

Wat is er zo specifiek aan hun situatie?
“Ze hebben geen enkele mogelijkheid iets te doen met hun ervaringen. Die worden enkel vanuit het perspectief van de werkgever geïnterpreteerd. Ik wilde hen een eigen stem geven. Ze toelaten hun eigen verhaal te vertellen. Eerste probleem is dat hun eigenwaarde vernietigd is: hun ‘wij zijn goed voor niets houding.’ En verder: hun totaal gebrek aan rechten; in de media worden ze voorgesteld als belachelijk, dom en simpel. Ook kunnen ze zich niet organiseren, er bestaat geen vakbond voor hen.”

Was het eenvoudig om zich met deze relatief onbekende problematiek in te laten? “Er was veel tegenstand: ik kreeg allerlei bedreigingen, je werkt tenslotte alle machtigen tegen, iedereen die het zich kan veroorloven heeft huispersoneel. Gelukkig geloofde mijn congregatie in mij en ook bij Broederlijk Delen vond ik van in het begin steun. Na een tijdje zegden ook Indiase mensenrechten advocaten hun steun toe. Ondertussen hebben we 11 wetsvoorstellen kunnen indienen in het parlement. In één van de eerste voorstellen uit 1989 worden een aantal basisrechten opgesomd. Nadat het in vier staten werd voorgesteld is het aangenomen in Tamil Nadu. In Mumbai werd het eveneens aangenomen maar lieten tegenstanders alle cijfers eruit halen. Zo overleefde het voorgestelde minimumloon de tegenkanting niet. Wél, en dat was nieuw, werd het bestaan van huisarbeiders erkend.”

Jullie staan niet helemaal alleen met dat werk, mogen we hopen? ”Wij lanceren de wet mee, maar het lobbywerk wordt gedaan door specialisten. Van de wetsvoorstellen zijn er twee gedaan op nationaal niveau. Maar India is sterk gefederaliseerd. De anderen zijn op staatsniveau ingediend.
In de media hebben we onderhand wel 2 à 3 journalisten op onze hand in elke grote krant. Als er iets gebeurd, een verkrachting of een dood van een huisarbeidster, dan slagen we erin om dat in de media te krijgen.
Er zijn ook dievenbendes die misbruik maken van het statuut van huispersoneel. Ze melden zich aan als werker, winnen het vertrouwen van de eigenaar en bestelen en vermoorden dan iedereen. Wij helpen mee deze bendes te ontmaskeren en het publiek ervoor te waarschuwen via de pers.”

“We hebben ook een nationale campagne opgezet tegen vrouwenhandel. Zo zijn er zogenaamde ‘handelaars’ die naar de dorpen gaan en die meisjes kopen om ze in de stad weer te verkopen. Luisteren naar de vrouwen is belangrijk: hun verhalen zijn de realiteit. En daarmee gaan we aan de slag. Zo hebben we voor één wetsvoorstel bijna 1 miljoen handtekeningen kunnen verzamelen, meestal duimafdrukken want weinigen kunnen schrijven.”

Moet je nu, na al die jaren, nog oppassen voor je eigen veiligheid? “De Indiase ambassade in België pluist de Belgische pers sterk uit: als ze iets vinden dat tegen de regering ingaat, staan ze heel snel hier en kunnen ze het me knap lastig maken om nog campagne te voeren. Maar mij persoonlijk raken, neen. Daarvoor is het merk Jeanne Devos ondertussen te bekend.”

dinsdag, oktober 14, 2003

Dick Oosting: “vroeger was Amnesty een afstandelijke organisatie”

Stevig verankerd zijn in Europa is uiterst belangrijk

Dick Oosting is niet de eerste de beste. Ooit stond hij mee aan de basis van de Urgent Actions van Amnesty International. Sindsdien heeft hij zowat alle watertjes doorzwommen bij Amnesty. Hij is één van de weinigen die sinds 1973 professioneel actief zijn in de beweging. Nu is hij sinds enkele jaren directeur van het Europese kantoor van AI. Wij hadden een gesprek met deze bevoorrechte getuige, over dertig jaar Amnesty en over de Europese boom.

Je hebt een indrukwekkende carrière achter de rug bij Amnesty. Wat waren voor jou de belangrijkste gebeurtenissen?
“1973 was getekend door de eerste grote anti-martelcampagne. De campagne was enorm succesvol en binnen het IS werd er een aparte afdeling opgericht: de CAT of ‘campagne voor de afschaffing van martelingen.’ De belangrijkste vraag was toen: hoe kunnen we effectief actie voeren tegen dreigende marteling? We schrijven begin 1974, ik was net begonnen op het IS. Ik had twee jaar achter de rug bij een jonge Nederlandse sectie waar ik vluchtelingenwerk deed. In Londen werd ik stafvertegenwoordiger in het internationaal bestuur voor de campagnedienst. Midden ’74 hebben we dan het model van de Urgent Action bedacht. Aanleiding was een jonge Braziliaanse intellectueel die door het toenmalige régime in Brazilia zonder vorm van proces werd aangehouden omdat hij zijn mening te openlijk had geventileerd. Die eerste actie had een geweldig succes en lag mee aan de basis van de uitzonderlijke groei die Amnesty meemaakte en op de wereldkaart zette. Toen ik in 1977 plaatsvervangend secretaris-generaal werd, barstte de hele organisatie uit zijn voegen. In de vijf jaar die daarop volgde hebben we het IS sterk uitgebouwd. Wanneer mijn carrière in ’82 een andere (rustigere) wending nam was ik er echt aan toe. Amnesty zou ik pas terug zien in 1999 toen men voor de EU een nieuwe directeur zocht.”

Is Amnesty op die dertig jaar dichter bij zijn doelstellingen gekomen?
“De eigenlijke doelstelling: respect voor mensenrechten overal ingang doen vinden? Neen. Maar mensenrechten hebben wel een onwrikbare plaats verworven op de internationale agenda. En wat aan wetgeving ontwikkeld is, is fenomenaal. Mensenrechten zijn een verworvenheid geworden. Alleen schort het natuurlijk aan uitvoering. Momenteel is de mensenrechtenbeweging zoekende naar een nieuwe rol, maar Amnesty’s invloed blijft heel noodzakelijk en relevant!”

Begin jaren ’80 stond je mee aan de basis van de EU-afdeling: een moeilijke start?
“Europa was een economische woestijn tot de Lomé-conventies werden afgesloten, wat nu de Cotonou akkoorden heet. Met deze akkoorden kreeg Europa eindelijk een ontwikkelingsbeleid. Wij wilden lobbywerk verrichten naar het Europees parlement om aan die akkoorden een luik mensenrechten te verbinden. Die eerste jaren had Amnesty hier een éénmanspost. Het is pas begin jaren ’90 dat mensenrechten veel belangrijker zijn geworden voor de EU en de afdeling werd uitgebreid tot 3 mensen. De omslag kwam niet van het Internationaal Secretariaat maar van de Europese secties: zij wilden een meer rechtstreekse link met Brussel als hart van de Europese instellingen.”

Hoe zou je jullie relatie met het IS dan omschrijven?
“Amnesty is een heel centralistisch geleide organisatie met een krachtig centrum: het IS. Alle research en beleid kwam van Londen. Door de oprichting van de Amnesty EU associatie ontstond defacto een buitenpost van het IS. Daarmee werd een soort taboe doorbroken, het ging nl. tegen de centralistische cultuur in. Toen ik hier zelf kwam werken zag ik dat Europa een belangrijke actor was geworden en dus een heel belangrijk strategisch doel voor een grote mensenrechtenorganisatie. Londen had echter niets met de EU. Je zou het een geluk bij een ongeluk kunnen noemen: onze kleine organisatie kon zich ontwikkelen los van het IS. Als je de EU wil benaderen dan is het goed om toegesneden informatie te hebben. Maar wij zijn generalisten. Dus daarvoor moesten we terug in Londen zijn. Ondertussen beginnen ze ons te ontdekken en komen de researchers regelmatig naar ons toe als ze denken dat Europa benaderen kan helpen met hun dossiers.”

Is Europa wel efficiënt te benaderen?
“Europa heeft betrekkingen met heel de wereld. Het potentieel om mensenrechten te belijden is erg groot. Maar met de Europese integratie is er het risico dat we volledig overladen worden door werk. We zijn nu met 7 mensen, er is genoeg werk voor 70… Om de Unie goed te bespelen moet je verdomd goed weten wat, waar en wanneer gebeurt. Geen eenvoudige opdracht in de enorme bureaucratie die Europa is. Je moet ook een betrouwbaar profiel ontwikkelen om over een ruime onderhandelingsmarge te beschikken. Om dat te kunnen hebben we een heel netwerk van lobbyisten opgezet in samenwerking met de landelijke kantoren. Want net zoals de Europese instellingen moet je sterk vertegenwoordigd zijn in elke Europese hoofdstad. Wij spreken ondertussen van de ‘Johanson-doctrine,’ (naar de directeur van AI Finland, Frank Johanson, nvdr): binnen de Unie is elk lobbywerk per definitie EU-lobby omdat alle buitenlands beleid gelinkd is aan EU-beleid. Kleine en zelfs grote landen beginnen zich meer en meer achter een gemeenschappelijk beleid te scharen.”

Is de Unie nu meer bezig met mensenrechten?
“Dat is een moeilijke vraag. De grootste vraag is steeds geweest hoe we de nieuwe waardengemeenschap Europa gaan invullen. Amnesty heeft steeds hard gelobbyd om die ook in de praktijk te brengen met beleidsinstrumenten. Eén duidelijk succesverhaal zijn de “richtlijnen tegen martelingen.” Toen Amnesty drie jaar geleden zijn wereldwijde campagne tegen martelen opzette, hebben wij een speciale EU-strategie ontwikkeld: een aantal praktische maatregelen die de EU zou kunnen nemen tegen martelingen en de doodstraf. Een half jaar later nam de raad de richtlijnen aan. Het is een mensenrechtenclausule die staat in elk verdrag dat de Unie uitgeeft. Ze vormt een sterk sanctie-element al schort het nog vaak aan toepassing wanneer de veiligheids- en economische belangen van de lidstaten in het gedrang komen.
Ook wordt er op vele manieren samengewerkt met de administraties: de publieke rapporten van het IS gaan automatisch naar de officiële instanties in Brussel, zowel in de Raad als de Commissie. Zelf volgen we natuurlijk ook de Europese agenda, wat een heel arbeidsintensief proces is maar het laat ons toe te bepalen waar en wanneer extra lobbywerk nodig is. Een aantal agendapunten bepalen we zelf. Als Amnesty een grote actie gaat voeren dan vertalen wij die naar de EU. Als AI bijvoorbeeld een rapport uitbrengt over Tunesië terwijl de EU met dat land onderhandeld over een associatieakkoord, dan zullen wij het IS vragen zijn timing aan te passen. Op die manier krijgen we een soort makelaarsfunctie tussen het IS, de secties en de realiteit van de Europese instellingen.”

De afgelopen 10 à 20 jaar kwam er een hele dynamiek op gang in de mensenrechtenbeweging. Hoe gaan jullie daar mee om?
“Er kwam inderdaad een explosie van mensenrechten organisaties en die gingen elkaar steeds meer vinden. Bovendien wordt ook steeds meer de link gemaakt met ontwikkelingssamenwerking, sociale doelen en milieu. Dat maakt dat de hele civiele samenleving straks sterker dan ooit zal kunnen opereren. Vroeger was Amnesty een afstandelijke organisatie. Die tijd is voorbij. Je kunt niet meer soloslim opereren: vele zaken hebben bredere implicaties. Stevig verankerd zijn in het Europese weefsel is uitermate belangrijk.”

vrijdag, april 25, 2003

De VS in Irak: de ene oorlogsmisdaad na de andere - Vlaamse dokter getuigt

Dokter Harrie Dewitte is een gedreven man. Maar een avonturier is hij niet, zegt hij. Toch trok hij naar Bagdad om in het heetst van de strijd hulp te bieden aan een geterroriseerde bevolking én om getuige te zijn van het vuile spel dat de oorlog is. Het was allemaal nog veel erger dan verwacht. Amnesty sprak met deze bevoorrechte getuige.

Was u voorbereid op wat ging komen?
“In mijn hoofd speelden drie begrippen waar we maanden aan één stuk mee rond de oren werden geslagen. Ten eerste massavernietigingswapens, ze zullen die nu toch wel eens gaan vinden? Tenslotte was dat de hoofdreden voor die hele aanval. Ten tweede: de strijd tegen terreur. En ten derde: clean war. Welnu, elk van die begrippen kregen tijdens mijn verblijf in Irak een totaal andere inhoud.”

Welke betekenis kregen ze dan?
“Het begon al bij de reis. We vlogen op Damascus en vonden een taxi die ons de hele 900 kilometer naar Bagdad wilde brengen. Ondanks de wegblokkades aan de grens en de oprukkende oorlog en het gevaar van gewelddadige milities. Hij bracht er ons allemaal zonder kleerscheuren voorbij. Maar pas bij het naderen van de hoofdstad voelden we ons gevoel voor verhoudingen écht aangesproken. Het was een laatste stuk van 7 kilometer voor de grenzen van de stad. De bombardementen waren hier kortgeleden overheen geraasd. Langs en op de weg stonden de uitgebrande tanks van het Irakese leger. Hun luchtafweergeschut bestond uit manuele geschutskoepels. Je moet je voorstellen dat soldaten door aan een wieltje te draaien hun vuurmond op het doelwit richtten. Met hun geschut konden ze hoogstens 5 à 7 kilometer hoog schieten terwijl de Amerikaanse vliegtuigen bombarderen van op 10 à 15 kilometer hoogte. Vergeleken bij de satellietgeleide en computergestuurde reuzetanks van de tegenstanders zagen de Irakese rupsvoertuigen er klein en verouderd uit. Waar waren de zogenaamde massavernietingswapens?”

En toen moest het nog beginnen. Wat waren de zwaarste momenten?
“Onze ergste dag was toen de stad werd ingenomen. We bevonden ons in het Saddam Centre for Plastic Surgery. Dat was omgebouwd tot noodhospitaal met allemaal bedden en materiaal voor de eerste opvang van gewonden. Ik had grote bewondering voor de motivatie van de lokale artsen. Die zouden een comfortabel en goed betaalde loopbaan kunnen genieten in de golfstaten, maar neen, het was hun plicht om hun volk bij te staan in hun ergste nood. Een primair humanitaire reflex.
Om 13 uur staken de Amerikaanse tanks de Tigris over. We hoorden de granaten in hoog tempo vliegen. Tien minuten later kwamen de eerste gewonden, allen burgers, binnen stromen. Hun verhalen klonken steeds eender: de mensen zagen de tanks en onmiddellijk volgde een regen van kogels en granaten. De slachtoffers kwamen toe bij bosjes, op stootkarren, gedragen door totaal ontredderde familieleden of toevallige voorbijgangers die zelf gewond waren. Op dat ogenblik begreep ik wat het begrip “clean war” echt betekende: een oorlog zonder getuigen - ze schieten eenvoudig de straat schoon.”

“We are still human beeings.”

Hebben jullie de Amerikaanse soldaten geconfronteerd met jullie getuigenissen?
“De tweede shock kwam niet veel later. We hoorden de aanhoudende sirene van een ambulance buiten. Het splinternieuwe voertuig was letterlijk doorzeefd. Achterin lagen twee zieltogende slachtoffers, de verpleger was getroffen in de rug, hij kon enkel gered worden na een operatie van 7 à 8 uur. Voor de bestuurder was het te laat. Ondanks hun duidelijk medische missie waren ze onder vuur genomen door een Amerikaanse patrouille.
Op dat ogenblik knakte er iets bij onze medisch directeur: ik zie hem nog neerzakken op een stoel. Al dagen was de man in de weer, in verschrikkelijke omstandigheden zijn ziekenhuis recht trachten te houden. Het enige wat hij zei: “we are still human beeings.” Wanneer we de Amerikaanse soldaten later confronteerden met het gebeurde, hadden ze het over zelfmoordcommando’s. En dit was geen alleenstaand geval. Er werden nog verschillende andere ambulances onder vuur genomen. We hebben van alle verklaringen video-opnamen gemaakt, ook de kogelgaten en de slachtoffers zijn gefotografeerd – we zullen dan ook klacht neerleggen tegen generaal Franks.”

Iedereen verbaasde zich hier over de plunderingen. Hoe hebt u dat meegemaakt?
“Het was de derde shock van die dag. De plunderaars waren net als een bende wolven. Als we niet zo verontwaardigd waren geweest dan had het feit ons heel bevreemdend voorgekomen. De meute kwamen in het zog van de zogenaamde bevrijders. Alle controle leek verdwenen te zijn. Alles waar ze langs kwamen moest eraan geloven. Officiële gebouwen, ziekenhuizen, ze vernielden grondig. Het Saddam Centre for Plastic Surgery was één van de weinige ziekenhuizen die aan de plundering ontsnapte, niet zozeer omwille van de twee dokters die aan de poort stonden met kalashnikovs, maar eerder omdat Reuters, die er een gewonde journalist had liggen, de Amerikanen kon overtuigen om dat ziekenhuis te beschermen. Daarop was één jeep en twee soldaten voldoende om de wolven buiten te houden. Merkwaardig toch.
De volgende dag probeerden we de discussie aan te gaan met een deel van de bende die het ultramoderne fertility-center binnen viel. Maar het hielp allemaal niets. Kabels werden uitgetrokken, toetsenborden meegenomen. Er stond een nieuwe NMR-scanner, een toestel dat miljoenen kost en dat ze in de komende weken nog hard zouden nodig hebben. Ik zag hoe ze met de monitor aan de haal gingen, onbruikbaar voor andere doeleinden. De zinloosheid!”

Zoals u het beschrijft lijkt het haast opgezet spel…
“Enige dagen later hebben we kennis gemaakt met een Irakese zakenman. Hij had afdelingen van zijn bedrijf in alle delen van het land. Volgens hem waren de plunderaars in Bagdad dezelfden als in Basra en spraken ze een dialect dat niet van de hoofdstad was. Hoe verklaar je dat?”

De methoden waarvan de Verenigde Staten zich bedienden… je voelt op je sokken aan dat de Conventie van Génève hier met zachte dwang aan de kant werd geschoven.
“Aan de kant geschoven? Hier werd de ene oorlogsmisdaad na de andere gepleegd! We hebben het over het bombarderen van burgerdoelwitten, het gebruik van clusterbommen en het inzetten van nieuwe massavernietigingswapens. Want niet alleen werd er volop op burgers geschoten, ze maakten daarbij gebruik van bijzonder vernietigend wapentuig zoals een soort kleine bommen die uiteenspatten in honderden scherpe stukjes metaal. Zo kreeg ik een man onder ogen die zo’n stuk metaal in zijn hoofd had gekregen. Ondertussen hadden we geen anesthesie meer, geen elektriciteit, zelfs geen water. Ik kon niets meer doen dan een lichte pijnstiller geven. De man is 24 uur later bezweken aan niets anders dan ondraaglijke pijn. Niet lang ervoor was “medical city” geplunderd, een verdeelcentrum van bloed, plasma, medisch materiaal. Het ging ieders verstand te boven. Nog andere misdaden: het schieten op ziekenwagens en het verhinderen van medische zorgverlening.”

Welk gevoel houdt u aan dit conflict over?
“Wat ons die dagen overeind hield was pure kwaadheid. Dit was allemaal gepland. Heel deze gigantische oorlogsmachine die overal, en op elk moment kon toeslaan, het vernietigen van de nutsvoorzieningen, de plunderingen… alles om mensen het gevoel te geven dat ze nergens nog veilig waren, dat elk verzet tegen de supermacht nutteloos was. Deze ervaringen grijpen diep in het weefsel van elke dokter die getuige is.”

vrijdag, april 11, 2003

Recht op water bestaat nog steeds niet - Consensus over aanpak groeit bij activisten

Water, weinig gaven van de natuur zijn zo fundamenteel voor het menselijk bestaan. Je zou dan ook denken dat de toegang tot het ‘blauwe goud’ stevig gebeiteld is in de internationale wetgeving. Maar dat is niet zo. Het Recht op Water bestaat eigenlijk nog steeds niet. Wel zijn er enkele aanzetten gegeven tot wat ooit een passende wetgeving zou kunnen worden. Er beweegt dan ook heel wat rond deze « problematiek van de toekomst. » Activist op zoek naar een nieuw thema? Enkelen gingen u voor.

[body] Stef Lambrecht, coördinator van de Vlaamse NGO Protos, was erbij op het Wereld Water Forum dat onlangs in Kyoto werd gehouden. Hij was daar als één van de enige Belgen en nam deel aan de NGO-delegatie. Amnesty vroeg aan hem hoe dat nu eigenlijk zit met het Recht op Water. « De commissie van Economisch-Sociaal-Culturele rechten (zie ook Dossier, pagina 14 van dit nummer) van de VN heeft op 27 november 2002 het recht op een minimum hoeveelheid water voor iedereen erkend. Ze verklaart ook dat de overheden de juridische verantwoordelijkheid hebben om dit recht vast te leggen. Helaas is de Commissie slechts een expertencomité dat niet erkend is door de VN zelf en zijn de teksten geen echt juridische basis zoals de UVRM. » Inhoudelijk zijn er ook een aantal fundamentele tekortkomingen ? « Inderdaad. Want hoe definiëren we het recht zo dat het geldt voor iedereen ? Wat zullen de uitvoeringsmechanismen zijn ? Er is ook nood aan sterkere juridische instrumenten. Overigens zien veel staten in het zuiden dit allerminst zitten omdat hen verantwoordelijkheden worden opgedrongen die ze niet kunnen betalen… »

[streamer] Een arm gezin in de krottenwijken van Port-au-Prince geeft 7 à 8 maal meer uit aan water dan in de begoede wijken.

De Commissie erkent dat water een publiek goed is. Er groeit internationaal een consensus hierover. Al heersen in de praktijk nog steeds vaak cowboy principes : toevallige eigenaars claimen het eigendom van het water dat opwelt uit hun grond. Maar de belangrijkste discussies gaan over de uitbatingsrechten van het water. Je hebt immers een installatie nodig om het water bij de mensen te brengen. « Hierover bestaat geen consensus. Volgens ons mag de uitbating gebeuren door privé-actoren maar wel onder duidelijke voorwaarden. Zo moeten de cruciale functies in verband met het beheer van het water in handen zijn van een sterke overheid. We hebben het dan over prijszetting, verdeelsleutels van het water over verschillende gebruikers, controle op operatoren en controle op kwaliteit. In dat verband moet het zelfbeschikkingsrecht van overheden gerespecteerd worden.»

Dat veronderstelt allemaal dat overheden transparant en performant werken. « Er is een grote nood aan capaciteitsopbouw. Ik was zelf de laatste zes maanden op bezoek bij een aantal landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en allen klagen ze over een gebrek aan managementstructuur bij de lokale overheden. Vaak kijken ze dan naar privébedrijven om hen daarbij te helpen.»

Alle experts hangen aan de alarmbel. Er wordt al gesproken over een regionale oorlogen met als inzet water. De Verenigde Naties schijnen alle heil te verwachten van bedrijven. Maar activisten en NGO’s allerhande geloven niet in die oplossing? « Anderhalf miljard mensen beschikken vandaag niet over toegang tot proper water. Hier is de privésector gewoon niet geïnteresseerd om te investeren omdat er geen winstmogelijkheden in zitten. In het zuiden zijn het vooral de kernsteden die wel over watertoegang beschikken. Op het platteland is de investeringskost veel hoger maar geraken de mensen meestal wel rechtstreeks aan water, al moeten ze er twee uur voor lopen en is de kwaliteit vaak van bedenkelijke kwaliteit. Problematisch zijn de volks- en krottenwijken rond de steden waar mensen vaak een enorme prijs betalen voor hun water, gewoon door de vele tussenhandelaren die allemaal langs de kassa passeren. Bijvoorbeeld geeft een arm gezin in de krottenwijken van Port-au-Prince 7 à 8 maal meer uit aan water dan in de begoede wijken. » Hoe gaat dat dan in zijn werk ? « Vaak heeft iemand een eigen boorput. Die persoon verkoopt het water aan een eigenaar van een tankwagen welke het brengt naar een reservoir bij de woonwijken. En dan is er een hele reeks aan ambulante verkopers die het water verder verkopen aan de eindgebruikers. Dit hele circuit situeert zich in de informele sector waarover geen enkel functionerend rechtsmechanisme de plak zwaait. »

Is er dan geen enkele manier om het recht op water af te dwingen ? Stef Lambrecht blijft met de voeten op de grond : « Daar zijn we de eerste tien jaar niet aan toe, vrees ik. Eerst moet er duidelijker gespecifieerd worden waarover het gaat. Wat is dat precies : toegang tot water ? Bedoelen we op minder dan twee uur lopen of moet het thuis uit een kraantje komen ? En dan zijn er de verantwoordelijkheden die moeten vastgelegd worden : wij schuiven daarvoor drie principes naar voor : ten eerste dient het beheer van het water zo dicht mogelijk bij de gebruiker te gebeuren door de lokale overheden. Ten tweede dient het beheer georganiseerd te worden binnen hydrografische eenheden zoals stroombekkens of aquafers (ondergrondse zoetwatervoorraden). Tenslotte moet het solidariteitsprincipe gedefinieerd en afdwingbaar gemaakt worden, ook internationaal. Water zelf heeft geen prijs maar wel het aanleggen en onderhouden van installaties die de toegang ertoe moeten verzekeren. »

Hoe ver staat de civiele samenleving met constructieve voorstellen ? « Een genuanceerde discussie is enorm moeilijk. In Kyoto was de kloof duidelijk tussen de vermarktingsgoeroes en het linkse kamp. Toch groeit een consensus dat we ons moeten concentreren op sturingsmechanismen en niet op al dan niet het betrekken van privé-actoren. Cruciale vraag blijft : hoe maak je de operatoren performant – dat is ook de vraag die activisten in het zuiden zich stellen. Daarmee zullen we ook op de officiële dicussieplatformen pogen te wegen.»

maandag, januari 14, 2002

Wereld heeft geen nood aan een oorlog tegen het ‘terrorisme'

“De wereld heeft geen nood aan een oorlog tegen het ‘terrorisme,’ de wereld heeft wel nood aan een cultuur van vrede, gebaseerd op mensenrechten en rechtvaardigheid voor iedereen.” Dat zei de secretaris-generaal op 10 december, internationale dag van de Mensenrechten, terwijl ze de symbolische Amnesty kaars aanstak, omringd door Afghaanse kinderen in het vluchtelingenkamp van Jalozai. Van 8 tot 14 december was Irene Khan in Pakistan waar ze een mensenrechtenagenda voor Afghanistan ging bespreken met slachtoffers, vluchtelingen, mensenrechtengroepen en vertegenwoordigers van de overheid en de civiele maatschappij.

Eén van de delegatieleden was Rob Brouwer van Amnesty Nederland. Hij filmde talrijke getuigenissen en noteerde verhalen die niet verteld worden in de media. Verhalen uit de donkere achterkant van ‘the war on terrorism’. Voor Rob Brouwers is de conclusie duidelijk: “De effecten van de bombardementen zijn veel ernstiger dan wat je hoort. De beelden van bombardementen in desolate landschappen verhullen menselijke drama’s. Terwijl de militairen de burgerslachtoffers minimaliseren, doen er onder de vluchtelingen verhalen de ronde van 20 tot 30 doden tijdens één bombardement.”

Eén van de belangrijkste doelstellingen van de missie was het bezoeken van de vluchtelingen in de Pakistaanse kampen en te spreken met de opvangorganisaties. Rob was erbij toen ze de Afghan Women Counsel bezochten. Hun gastvrouw en gids was Nadia Naji, vice-coördinator en zeer energieke woordvoerster van de A.W.C. “Nadia Naji heeft een enorme dossierkennis. Ik heb grote bewondering voor Afghan Women Counsel. Ze zijn zeer goed georganiseerd. Over alle vrouwen die toekomen leggen ze dossiers aan met gegevens van waar ze komen, hoe ze gekomen zijn, met wie, hoe lang ze erover deden. Sinds het begin van de bombardementen zijn er 3500 families geregistreerd, 700 van de vrouwen waren weduwen. Zij hebben het sowieso moeilijker want ze hebben totaal geen inkomen, ook hun zonen zijn vaak dood. Onder de Taliban verloren ze ook al hun kinderen.
De Counsel is gevestigd in Peshawar maar heeft meerdere kantoren in Pakistan en Afghanistan. Ook hebben ze klinieken onder meer in Kaboel waar de vrouwen gratis behandelingen en apotheekvoorlichting kunnen krijgen..
Vreemd genoeg heeft een Noord-Amerikaanse organisatie haar financiering voor hen stopgezet voor de bombardementen begonnen, steun is nochtans broodnodig.

Hoe geraken de vluchtelingen in Pakistan?
“Ook dat zijn hallucinante verhalen. Ze zijn vaak het ganse land doorgereisd – steeds verder op de loop voor de bombardementen. Daarbij zijn ze veelal hals over kop moeten vluchten, het weinige dat ze hadden achterlatend in hun huizen of wat er van overbleef. Vaak gaat het over vrouwen alleen of met kinderen, hun mannen en zoons zijn gedood in de oorlog of hebben het leven gelaten bij de bombardementen. Omdat Pakistan de grenzen heeft gesloten, moeten de vluchtelingen clandestien de grens over, na eerst nachten te hebben gelopen door de bergen. Hun laatste geld gaat op aan de gidsen die hen over de bergpaadjes leiden en corrupte grenswachten.” Uiteindelijk komen de vrouwen, totaal berooid, met letterlijk niets anders meer dan de kleren die ze aan hebben in Pakistan terecht.
Ik heb gesproken met een vrouw die haar benen kwijt was.

“Het zijn hartverscheurende verhalen van levens die nauwelijks dat woord waard zijn. Zo is er Soltaneh, een Pashtun vrouw die bij de Amerikaanse bombardementen haar man en 7 kinderen kwijt raakte. Zij werd gered omdat zij toevallig in een ander kamertje was: de kinderen heeft ze uit elkaar gereten terug gevonden. Ze heeft hen niet kunnen begraven, ze werden zonder kist de grond in gestoken. Drie jaar geleden verloor ze reeds 15 leden van haar familie, toen de Taliban de macht overnamen en alles verwoestten. Niet alleen haar gezin en familie is ze kwijt, al haar bezittingen zijn vernietigd. Zo zijn er vele verhalen.”

We hebben interviews gehad met vrouwen in de urbane gebieden; ze hadden nauwelijks voedsel, ’s nachts moesten ze in de kou op de lemen vloer slapen. Vele mensen zijn al dood gegaan van de kou. In de urbane gebieden wonen mensen vaak samen in bestaande woningen : soms met 11 in één kamertje, ze pakken alle werk aan dat ze kunnen krijgen voor een hongerloontje. Het is de meest abominabele miserie.”
Vele van de vrouwen zijn ziek en depressief. Hun kinderen zijn er ook slecht aan toe, wanneer ze een vliegtuig horen overvliegen, drukken ze hun handen tegen hun oren, beginnen ze te zweten en worden heel angstig. Ook al zijn ze nu veilig in Pakistan, slapen gaat niet, ze zijn allen zwaar getraumatiseerd.”

Over hoeveel mensen gaat het eigenlijk? “Alleen al in het kamp van ‘Jalouzai’ zitten zo’n 80.000 mensen. Sinds de bombardementen zitten er in de omgeving van de stad nog 100.000. Het totaal van de vluchtelingen wordt geschat op 2.000.000.” De kampen van het Hoog Commissariaat van de Verenigde Naties zijn iets beter georganiseerd maar ze kunnen het werk niet aan en met duizenden moeten de vluchtelingen huizen onder plastiek zeiltjes. Irene Khan sprak met vele van hen, aanhoorde hun verhalen, stak kaarsen aan. A.I. kan alleen maar op deze manier haar solidariteit betuigen en beroep doen op andere organisaties die de mogelijkheid hebben om rechtstreeks te helpen.

A.I. eist dat er de gedwongen terugkeer wordt afgeschaft, de mensen moeten ook beter opgevangen worden, de delegatie maakte zich onder meer ernstig zorgen over de opvangcapaciteit. Verder is A.I. tegen het gesloten houden van de grenzen en moet de enorme corruptie aan de grens aangepakt worden.
Hierover en over de mensenrechtensituatie in Pakistan zelf ging Irene Khan spreken met president Musharaf en de minister van buitenlandse zaken van Pakistan. Eén positief effect van de gesprekken die Irene Khan had met de bewindslieden is alvast dat er heel wat minderjarigen uit de doodstrafcellen gehaald werden. Rob Brouwers: “meteen na het gesprek werd de missie verzekerd dat jongeren niet meer zullen terechtgesteld worden, wél nog levenslang opgesloten… In november werd nog een 13-jarig jongetje opgehangen.”

dinsdag, april 10, 2001

Tunesië: Nooit nog vrij spreken of samen komen

Radhia Nasraoui komt als advocate op voor de mensenrechten in Tunesië. Ze wordt regelmatig bedreigd en haar kinderen zijn ondervraagd door de autoriteiten. Recent werd ze gesignaleerd in Brussel op uitnodiging van onze Franstalige collega’s van AIBF. Wij hadden een gesprek.

Het wordt steeds moeilijker om in Tunesië op te komen voor de rechten van de mens. Iedereen die zich inzet voor de mensenrechten, individueel of als lid van een organisatie, krijgt vroeg of laat te maken met onderdrukking en intimidatie door de Tunesische autoriteiten. Radhia Nasraoui is mensenrechtenadvocate, komt op voor rechten van vrouwen en is lid van de Tunesische Orde van Advocaten. Haar echtgenoot, Hamma Hammami, een vooraanstaand persoon binnen de verboden partij PCOT, werd verschillende malen vastgehouden als gewetensgevangene. Sinds februari van dit jaar leeft hij ondergedoken. In maart 1998 werd Radhia Nasraoui aangeklaagd vanwege 'terrorisme' en 'banden met een criminele organisatie'. Dit gebeurde op een moment dat ze in Mali voor Amnesty International een proces waarnam. Bij terugkeer in Tunesië werd ze ondervraagd door de rechter van instructie en op de hoogte gesteld van de aanklachten tegen haar. Radhia Nasraoui kreeg te horen dat ze het land of de hoofdstad niet mag verlaten. Daarmee werd haar werk ernstig beperkt omdat ze buiten de stad haar cliënten moet kunnen bezoeken of processen bijwonen.

Maar ook haar kinderen werden geïntimideerd door de autoriteiten. De jongste van negen werd ondervraagd over de verblijfplaats van haar vader en was eenmaal slachtoffer van een voorgewende poging tot ontvoering. Ook is op Radhia Nasraoui druk uitgeoefend via haar cliënten, die zijn ondervraagd en geadviseerd van advocaat te veranderen.

Radhia Nasraoui begint met te zeggen dat Amnesty heel belangrijk was en is voor haar strijd. “Jullie steun geeft de moed om verder te gaan. Alhoewel de situatie voortdurend verergert. Sinds deze zomer was het discours van president Zine el-`Abidine Ben `Ali: “nooit zullen mensen nog vrij kunnen spreken of samenkomen.” Daarop begon een hele serie intimidaties door de politie. Mensen mochten niet meer samen komen want ze zouden complotten kunnen beraden tegen de staat.”

Wat gebeurt er met mensen die verdacht worden?
“Mijn broer doet hetzelfde als ik. Hij werd tot 8 jaar cel veroordeeld. Toen hij normaal voorwaardelijk in vrijheid zou gesteld worden wilden ze dat beletten en hem nog 5 jaar laten zitten. Het hele proces was erg gemediatiseerd. In de VS werd een hele actie voor hem opgezet. Maar de overheid wilde blijkbaar een voorbeeld stellen: zelfs hij mag niets meer zeggen. Buiten hem zijn er duizenden Islamisten en linkse activisten die vast zitten omwille van hun overtuiging.”

Hoe is de positie van het gerecht in dit alles?
“De justitie is niet onafhankelijk. Magistraten worden bedreigd, ze hebben angst en doen wat hen wordt opgedragen. Tijdens de vorige president, Bourguiba, hadden de magistraten zelfs wel eens gestaakt. Nu kan een rechter zijn job verliezen als ze als hij iemand niet wil veroordelen. Ze worden geterroriseerd. Meer nog: justitie wordt gebruikt als instrument om het project van de machtigen uit te voeren. Het voornaamste probleem is dat mensen worden veroordeeld op basis van lege dossiers. Zo waren er een aantal hongerstakers, drie maand hadden ze niet gegeten, het waren skeletten. De reactie van de rechter luidde dat ze “niet wilden spreken,” terwijl ze daar gewoon niet meer toe in staat waren. In zulke toestand kunnen mensen gewoon helemaal niet berecht worden. En toch is het gebeurd.”
“Ondertussen zijn er velen gevlucht naar het buitenland. Een aantal dissidenten bleef. Maar ze leven in moeilijke omstandigheden, overal is er politie. Er is geen gebouw waar de conciërge niet samen werkt met de politie. Iedereen wordt opgeroepen om met de ‘ordehandhaving’ te collaboreren. Ook kinderen worden geterroriseerd. Vooral zij wiens ouders militanten zijn, komen onder vuur te liggen.”

Neemt de pers haar kritische rol dan niet waar?
“De journalisten schrijven al helemaal niet over de mistoestanden. Hun chefs worden geterroriseerd en de kranten doen aan auto-censuur. En dat terwijl Tunesië één van de landen is die het verdrag tegen marteling geratificeerd heeft. Maar daar wordt niet over geschreven. Mijn man is dagelijks gefolterd. Bourguiba nam tenminste nog maatregelen tegen deze praktijken.”


Wat zijn uw ervaringen met Amnesty?
“Wanneer ik de eerste maal in contact kwam met AI, was ik een jonge advocate aan het begin van mijn carrière. Het was 1978, de tijd van het oproer en de onderdrukking van de vakbondsleden van de Algemene Vakbond van de Werkers van Tunesië, I ontdekte de ernst waarmee Amnesty vertegenwoordigers de dossiers behandelden waarmee ze te maken hadden. Hun zoektocht naar de waarheid en discretie. Ik was getroffen door de onafhankelijkheid naar iedereen. Terwijl ik werkte aan de dossiers van mijn cliënten, die van verscheidene achtergronden en politieke overtuigingen waren, begreep ik hoe efficiënt Amnesty’s werk is. Zo werd een cliënt die ‘verdwenen’ was voor de openbare aanklager gebracht nadat een ‘Dringende actie’ voor hem was opgezet. Een andere cliënt die was geslagen en slecht behandeld in de gevangenis kreeg een betere behandeling na een actie van AI. Wanneer een cliënt van mij door heeft dat er mensen zijn die hij niet kent, uit een ver land, die naar zijn vrijlating of gezondheid vragen… Dat speelt een grote rol in het verlichten van zijn eenzaamheid. Het biedt hoop en helpt om tijdens de vaak onmenselijke omstandigheden vol te houden.”

Hoe is het uw man vergaan?
“Hamma Hammami is altijd gewetensgevangene geweest. Sinds zijn onderduiking is hij wel eens de meest gezochte man van Tunesië genoemd. Men omsingelt hele wijken, valt onverhoeds binnen in huizen terwijl de bewoners slapen. Er staat geen maat meer op de acties van de politie. Zelfs toevallige vrienden van mijn dochter werden opgepakt voor ondervraging.
Toen mijn man in 1994 gearresteerd werd, gemarteld en veroordeeld tot gevangenisstraf, heb ik zelf aan de lijve ondervonden hoe effectief Amnesty’s acties zijn. AI en andere NGO’s (Niet Gouvernementele Organisaties) speelden een belangrijke rol in het verbeteren van de schrikbarende omstandigheden in de gevangenis en in zijn vrijlating. Maanden van isolatie, psychische en lichamelijke agressie moest hij ondergaan. Ik zal de morele ondersteuning nooit vergeten, vooral sommige telefoontjes van AI vrienden in moeilijke momenten. Ik kon er steeds zeker van zijn dat alle informatie die ik over mijn man doorgaf, naar alle hoeken van de wereld werd verspreid. Hierdoor werd het gevoel van isolement doorbroken en konden de daders onder de aandacht gebracht worden.

“Uiteindelijk werd ik zelf ook doelwit van voortdurende pesterijen. Mijn overtuiging dat AI een uiterst belangrijke de rol te spelen heeft werd eens te meer bevestigd: Mijn persoonlijke ervaringen hielpen me inzien dat de tussenkomsten van AI de autoriteiten eraan herinnerd dat het slachtoffer niet vergeten is, en dat honderden, zoniet duizenden mensen in de hele wereld bezorgd zijn over het lot van deze persoon.”

Wat zou u Amnesty nog willen aanraden?
Het is heel belangrijk dat AI geen rekening houdt met de sociale achtergrond, ideologische of politieke overtuiging van het slachtoffer. Jullie acties bewijzen dat ‘mensenrechten voor iedereen’ geen lege slogan is. De honderden postkaarten dat ik en mijn man ontvingen zijn het levende bewijs van deze solidariteit van jullie leden die op de hoogte zijn van onze situatie. Het werk van AI is echt vitaal, op dat ooit alle mensenrechtenschendingen ophouden te bestaan.

maandag, januari 29, 2001

De perversie heeft alle grenzen overschreden - Els de Temmerman over meisjes in de Afrikaanse armenlegers

De laatste twee jaar is journaliste Els de Temmerman bijna uitsluitend met de problematiek van de kindsoldaten bezig geweest. En dan vooral de meisjes. Sinds haar boek uitkwam “de meisjes van Aboke,” is alles in een stroomversnelling terecht gekomen. De journaliste was zo getroffen door de tragiek van de kindsoldaten dat ze een vzw “sponsering kinderen Oeganda” oprichtte samen met een aantal vrijwilligers om de ontsnapte slachtoffertjes terug naar school te laten gaan. Al het geld dat het boek, lezingen en andere activiteiten tot nu toe opgebracht hebben is via die vzw allemaal rechtstreeks naar de opvang van ontsnapte kindsoldaten in Oeganda gegaan. Ze bezocht het Oost-Afrikaanse land ondertussen zeven maal. Haar boek heeft ze ondertussen zelf vertaald in het Engels. Binnenkort volgt er een lezingenreeks in Canada.

Het fenomeen van de kindsoldaten is niet nieuw meer. Maar dat meisjes worden gerekruteerd, dat hadden we vóór uw boek nog niet gehoord. “inderdaad, ook voor mij was dit nieuw. Toen ik het kindsoldaten leger van Charles Taylor bezocht in Liberia was er geen sprake van meisjes. In Sierra Leone worden en werden kinderen ontvoerd door het RUF (Revolutionary United Front) maar ook daar heb ik geen weet van meisjes.”
Het “Weerstandsleger van de Heer” van Joseph Kony echter, dat op grote schaal kinderen ontvoert in Noord-Oeganda, maakt er een bewuste strategie van om meisjes op te nemen in haar rangen. Het leger van Kony is echt een kinderleger. Het bestaat voor 90% uit kinderen. 40% daarvan zijn meisjes. “De meisjes worden niet ingezet in de frontlinie. Wel moeten ze zelf vechten voor hun eten. Ze worden gedwongen om dorpen te overvallen om eten te stelen. Verder worden ze vooral gebruikt als seksslavinnen. Vanaf 12 jaar worden ze gegeven aan commandanten die zich het ijverigst hebben getoond, dat wil zeggen, de grootste vechtersbazen die het meest gemoord en gefolterd hebben.”

Er worden blijkbaar echte moordmachines van gemaakt. “Ja, de kinderen mogen geen emoties tonen. Vrienden gaan makkelijker samen spannen tegen Joseph Kony. Er zouden dissidente groepen kunnen ontstaan. Alle relaties worden dan ook verboden, als een jongen en een meisje samen worden betrapt, dan worden ze gedood.”
Van diegenen die ontsnappen zijn de meisjes het moeilijkst te rehabiliteren. Ze zijn ernstig seksueel getraumatiseerd. De meesten kunnen over hun seksuele trauma helemaal niet spreken of ontkennen zelfs dat ze gebruikt werden. Terwijl we weten dat ze allemaal werden gebruikt. Zoals in vele Afrikaanse landen heerst er een schaamtecultuur. Over zulke dingen wordt niet gesproken. De meisjes vrezen bovendien dat ze helemaal geen goede man meer zullen vinden. Psychologisch zijn ze totaal hun zelfrespect kwijt. Ze verafschuwen zichzelf zo dat ze bijvoorbeeld tien of twaalf keer per dag een douche willen nemen alsof ze het vuil er niet af krijgen.”

Hoe worden de meisjes opgevangen als ze ontsnapt zijn? “Er zijn verschillende centra’s, onder meer twee Christelijke in Gulu, die via het geloof proberen om ze psychologisch te helpen. In Gusco is er een centrum dat een meer Afrikaanse aanpak heeft. Bij hen heb ik de stappen wat gevolgd: Het eerste dat wordt gedaan is het ‘uniform’ van het weersta ndsleger verbranden en alles wat aan hen herinnerd. Vervolgens krijgen ze nieuwe kleren en kunnen ze zich grondig wassen. Na wat op adem te zijn gekomen probeert men op één of andere manier hun verhaal naar buiten te krijgen, bijvoorbeeld door ze te laten tekenen, of door theater of andere expressievormen zoals zingen, dansen, het spelen van muziekinstrumenten. Spreken gaat zeer moeilijk, zowel voor meisjes als jongens. In een derde fase wordt gepoogd af te rekenen met het verleden door symbolische daden te stellen zoals opnieuw dopen, of een traditionele duivelsuitdrijving. Er is psychiatrische begeleiding met individuele gesprekken. Maar de therapie blijft vooral toegespitst op jongens. Meisjes vertellen hun verhalen makkelijker samen met de anderen. Alles komt dan vaak aan bod behalve het seksuele trauma. Ook wanneer meisjes terug keren met een baby geven ze nog moeilijk toe dat die baby van hen is. Of zwangere meisjes.” Een punt van discussie is hier, verplicht je haar om het kind te houden als ze het niet wil? Volgens “World Vision,” een Noord-Amerikaanse organisatie die gesteund wordt door de republikeinen, mag abortus niet. In de centra die zij steunen wordt het dus geweigerd het meisje ter wille te zijn. “Ik heb zelf een meisje gesproken dat haar kind niet wilde. Toen het later geboren werd kwam ze het op het centrum afgeven en zei: breng het maar naar zijn vader.”
Een ander probleem zijn de vele geslachtsziekten waar de meisjes mee terug keren. Haast allemaal zijn ze geïnfecteerd. Aids verspreid zich razendsnel

Wat zit erachter? Er moet nog een reden zijn voor de meisjes? “De aangroei van binnenuit. Er zouden nu al zo’n 500 kinderen geboren zijn binnen het leger. Die baby’s groeien op onder onvoorstelbare omstandigheden. Vanaf drie jaar moeten ze een geweer dragen. En vanaf 5 jaar worden ze ingezet in de strijd. Het worden Kony’s beste volgelingen en echte moordmachines. Meisjes worden systematisch geslagen, kinderen worden gedood. Ik heb een getuigenis gelezen in een Amnesty rapport waarin verteld werd hoe enkele kinderen met handgeklap gewekt werden. Vervolgens moesten ze op de grond gaan liggen in een cirkel van kaarsen, de omstaande kinderen moesten hen dan doden met messen.
Ondertussen zijn op dat soort berichten internationaal zoveel reacties gekomen dat het nu meer in het verborgene gebeurd. Iedereen maakt zich ernstig zorgen, nu al zijn er Afrika-specialisten die kindsoldaten een groter gevaar noemen dan aids.
Overigens is de leeftijd van de ontvoerde meisjes (kinderen?) steeds jonger. Toen ik pas begon aan mijn boek was die leeftijd 7 jaar. Tegen het einde was dat 5 jaar jong en nu worden zelfs 2-jarigen al meegenomen. Het blijkt trouwens dat er in Soedan zelf ook meer en meer meisjes worden gekidnapt… voor de slavenhandel die terug opgekomen is. In de burgeroorlog tussen noord en zuid bombardeert het leger dorpen plat en haalt de vrouwen er weg om ze te verkopen aan Arabisch-Soedanese families als huisslaven. In 1988 al kwamen er Arabieren kinderen ‘kopen voor één jaar’ van arme families in het zuiden. Ze betaalden de ouders ongeveer 10 dollar voor het kind.

Wat zijn volgens Els De Temmerman de oorzaken van deze ontwikkelingen. Waarom de kinderen? “Het westen draagt hier een zware verantwoordelijkheid. Een eerste grote reden is de enorme verspreiding van lichte wapens. Die zijn makkelijk te dragen en licht aan onderhoud. Er zouden nu al machinegeweren op de markt zijn met speciaal aangepaste handvaten voor kinderen. Een tweede belangrijke reden is een wereldwijd verlies aan waarden.” Getuige daarvan de seksindustrie. “Inderdaad. Een tijdje geleden werd in Italië nog een database gevonden in Italië. Geïnteresseerden konden ‘live’ kinderen zien vermoorden na het betalen van 800.000 frank. Kinderen worden een commercieel product.
En ten derde, heel belangrijk voor de armenlegers van het zuiden: kinderen zijn de beste en goedkoopste soldaten. Ze hebben geen schrik, hebben geen benul van de dood, hen wordt wijsgemaakt dat ze, door zichzelf in te smeren met olie (bij Kony), onkwetsbaar worden voor kogels. Vijf-jarige kinderen lopen zo gewoon op kogelregens toe. Ze zijn manipuleerbaar en gehoorzaam, hoeven geen salaris en verbruiken minder voedsel. De perversie heeft alle grenzen overschreden.”

woensdag, september 27, 2000

Colombiaans Advocaat hangt aan de noodklok

Colombia is anno 2000 het gewelddadigste land in Zuid-Amerika. De Mensenrechten zijn een nog weinig aan te treffen bekommernis geworden, in een groot deel van het land zwaaien rechtse paramilitairen de plak. Met als drogreden de drugsbestrijding neemt de militarisering van het Andesland hallucinante vormen aan. Miguel Puerto probeert er iets aan te doen, hij was onlangs in ons land om getuigenis af te leggen.

Een zonnige vrijdagochtend in Brussel komt Miguel Puerto spreken over Colombia. Hij maakt deel uit van een advocatencollectief in de hoofdstad Bogotá dat zich inzet voor mensenrechtenorganisaties en -activisten (onder meer politieke gevangenen) die worden bedreigd en vervolgd. Met als gevolg dat ook zij zelf bedreigd worden. Het “Colectivo de Abogados José Alvear Restrepo” bestaat uit 9 advocaten. Miguel Puerto begint met zijn ervaringen als advocaat voor de organisatie Credhos (Reginaal comité voor de verdediging van de mensenrechten) in de noordelijke stad Barrancabermeja. Daar had op 16 mei 1998 een massamoord plaats door paramilitairen. “We hebben dossiers van de staatsveiligheid gevonden die wijzen op het medeweten en de steun van de overheid voor de gewelddadige groepen. Democratie en mensenrechten in Colombia zijn niet te vergelijken met die in andere landen. Statistieken tonen aan dat de toestand catastrofaal is. De voorbije 30 jaar zijn duizenden mensen verdwenen maar niemand is vervolgd, om de twee dagen verdwijnen gemiddeld 10 mensen.” Volgens Puerto is president Andrés Pastrana op de hoogte van het probleem én van de omvang. Hij wil echter niet optreden, waardoor de straffeloosheid hoogtij viert. ‘Verdwijningen' worden niet beschouwd als een misdaad.

“Paramilitairen zijn geen derde partij,” aldus Puerto. “Ze zijn verbonden aan de regering die de groeperingen gebruikt voor politieke genocide op haar tegenstrevers. Via het leger profiteren de paramilitairen mee van het defensiebudget en beide blijven ongestraft.” Militaire rechtbanken spreken geen straffen uit. Integendeel, repressie en vervolging door de regering is schering en inslag: mensenrechtenactivisten worden bedreigd en verdwijnen. Door het schrikbewind zijn veel activisten verplicht het land te verlaten. Er is een vuile oorlog gaande.”

De Colombiaanse overheid voelt zich gesterkt door de steun vanuit de Verenigde Staten. Dit land beloofde recent voor miljoenen dollars aan steun aan het ‘Plan Colombia,’ een ambitieus plan om de drugsproductie uit te roeien. Maar volgens vele waarnemers is het plan vooral militair ingevuld en druist het in tegen de Burgerlijke en Politieke Rechten. Miguel Puerto: “Het Plan is opgesteld onder het mom van de strijd tegen de drugshandel maar biedt geen garantie over de inzet van de militairen. Ze kunnen even goed ingezet worden om burgerdorpen te bombarderen. Er zijn nu al meer dan 1 miljoen ontheemden in Colombia, en dat cijfer kan nog verdubbelen.” De Noord-Amerikaanse steun zou gaan naar het leger, en vooral gebruikt worden voor een versterking van de militaire aanwezigheid in het zuiden waar het meeste van de coca verbouwd wordt. Dat is ook de regio waar de linkse guerrillero’s sterk staan. Het noorden zou dan echter buiten schot blijven terwijl daar het grootste deel van de verwerking van de coca plaats vindt, en bovendien de rechtse paramilitairen er erg sterk staan. Nu gebruiken de beide fracties geweld. Maar terwijl de guerrilla zich vooral richt tegen de overheid gaat het bij de paramilitairen om regelrechte terreur tegen de bevolking. Ze schuwen geen enkele methode. Willekeurige moorden, mensen doden voor de ogen van anderen als intimidatie etc

Zit er dan echt geen opening in de actuele situatie? Miguel Puerto: “toen het vredesproces werd besproken op internationaal niveau werden diverse bomaanslagen gepleegd. Er werd gezegd dat deze werd gepleegd door de guerrilla maar onafhankelijk onderzoek wees op betrokkenheid van (ex-)militairen om paniek te creëren en het vredesproces te torpederen.” Blijkbaar zijn er meerdere partijen die willen dat de oorlog blijft duren. “De inzet is macht en geld. De internationale gemeenschap moet dit inzien en de regering verplichtingen opleggen. Dat is nodig want momenteel escaleert de situatie totaal.”

donderdag, augustus 31, 2000

Amnesty kan Braziliaanse mensenrechtencentra ondersteunen

In Brazilië leven meer dan 12 miljoen kinderen op straat. In de krottenwijken rond Rio de Janeiro zwerven 100.000 kinderen rond. Ze leven van wat de straat hen biedt en organiseren zich in straatbendes. Ze stelen of bedelen om in leven te blijven, ze snuiven lijm, zijn aan de drugs, zitten in de prostitutie. Het zijn slachtoffers van een maatschappij waar geen plaats is voor armen.

Sinds 1985 werkt de Vlaming Jan Daniëls, samen met zijn Braziliaanse echtgenote Athamis Barbosa in Sao Martinho. Onlangs kwam hij in België het hebben over een nieuw project rond preventie en reïntegratie. We starten ons gesprek met de vaststelling dat mensenrechten een belangrijk thema zijn in het Brazilië van vandaag.
“In 1988 hebben we de ‘democratisering’ meegemaakt na de dictatuur.”
Een van de resultaten daarvan is dat Brazilië op papier een heel progressieve wetgeving heeft. Vrije meningsuiting, kinderen- en vrouwenrechten worden hoog in het vaandel gedragen. In de praktijk blijft die wet echter dode letter. De democratisering verloopt moeilijk. Alle politieke en economische macht zit nog steeds in dezelfde handen als vroeger. Dezelfde militairen uit de dictatuur, de industriëlen - ze zitten nog allemaal in het zadel.
De programma’s van het IMF werden rigoureus uitgevoerd en momenteel is het land een heus investeringsparadijs voor bedrijven. Tegelijkertijd is er nog nooit zo gesnoeid in sociale programma’s. De steeds aangroeiende massa armen zijn er ondertussen erger aan toe dan onder de dictatuur. Vanuit de kazerne werd nog een populistisch beleid gevoerd met een aantal minimale sociale voordelen om het volk zoet te houden.
Nu is er enkel nog een absoluut wild kapitalisme met als resultaat een veel grotere kloof tussen arm en rijk: bij 5 % van de bevolking vind je een enorme kapitaal concentratie terwijl 70 % veel armer geworden is.
Privatisering van vele staatsbedrijven is op een zeer corrupte manier verlopen. Zo is het grootste mijnbedrijf ter wereld, Rio Dose, verkocht aan 10% van de normale prijs en dat vlak nadat er de grootste aders ter wereld waren gevonden.
Bij de media wordt alle kritiek systematisch weggeknipt.

Onlangs zei de Braziliaanse regering dat het probleem van de straatkinderen opgelost is. Hoe is dat te begrijpen? “Officieel zijn er nog slechts 10.000 in heel het land. De president is enorm aan het investeren in public relations, hij heeft nog nooit zoveel gereisd. Schattingen van onafhankelijke organisaties spreken van 30.000 en ongeveer 50.000 semi-straatkinderen, dat zijn onder meer schoenpoetsertjes die vaak op straat slapen om een dure busrit uit te sparen

Noodlanding

“Onze NGO probeert deze straatkinderen op te vangen die rondzwerven in het centrum en ook in de toeristische buurten. Wij bieden hen een noodlanding aan met basisdiensten zoals 3 maaltijden per dag, Tweedehandskledij, een dokter... Preventief proberen we de kinderen van de straat te houden, in eerste instantie met een volledig opendeur systeem. Allen hebben ze het gesloten internaat meegemaakt waar ze, bij speciale gelegenheden (pausbezoek, carnaval, bezoek van Amerikaanse president etc) steevast worden ingestopt. Achteraf werden ze dan telkens weer de straat op gegooid.
In tweede instantie hebben we ook educatieve en kleine economische activiteiten. Alfabetisering, de opbouw van een sociaal leven stimuleren via onder meer voetbal en muziek - deze laatste twee zijn alomtegenwoordig in Brazilië. In creatieve ateliers leren ze dingen maken. Zo heb je een houtatelier, het werken met machines wordt aangeleerd, zo worden er kleine houten speelgoedjes gemaakt.
Voor schoenpoetsertjes hebben we een coöperatief stelsel opgezet, met een maandloon dat wat hoger ligt dan wat ze normaal verdienen. Kijk, het gaat eigenlijk om fiscale vluchtelingen vanuit de favella’s, vanaf 8 à 9 jaar worden ze aangespoord om buiten de krottenwijken geld te gaan verdienen. In de media is de negatieve beeldvorming aan de orde van de dag. Bij 14-jarigen hebben ze het over “zware criminelen.”
Momenteel geven we ook al aan 750 jongeren werk bij staats- en privébedrijven. Deze krijgen daarvoor belastingsaftrek.
Eén van onze succesprojecten is een ijsroomatelier in de kelders van het grootste sportstadium ter wereld. Dit is ondertussen zelfvoorzienend en is het resultaat van een partnership met het ministerie van justitie. Men heeft vastgesteld dat elke 120 $ die op deze manier in de jongeren geinvesteerd zijn, elke maand 80% resultaat oplevert. In de staatsgevangenis is het omgekeerd.
Verder doen we ook preventief werk in 6 à 7 krottenwijken waar politiebendes zowel als de drugshandel zeer geweldadig te werk gaan. Dat maakt die buurten een pré-reservoir van straatkinderen. Er wonen heel veel jonge moeders en éénoudergezinnen. We hebben er preventieve centra opgericht met onder meer kinderkribbes die werken met vrijwilligers. Zo kunnen de kinderen opgevangen worden terwijl de vrouw gaat werken. Er worden ook knutselateliers en alfabetiseringscursussen voor volwassenen gegeven. Bellangrijk is ook de ondersteuning die we geven aan wijkorganisaties. En het werkt; we hebben gemerkt dat waar zo’n centra actief is, de migratie naar het centrum bijna tot nul herleid is. De grondkrachten in de werking zijn vrouwen - die zich moeten overeind houden in een machismo-cultuur.
In Sao Martinho investeren we stevig in vorming van begeleiders. Ze komen zelf ook uit de krottenwijken en zijn heel gemotiveerd, ze kennen het harde leven van binnenuit. De basis is “empowerment”

Verder hebben we ook een kinderrechtencentrum waar verschillende kinderadvocaten werkzaam zijn. Zij kennen de verschillende mechanismen waardoor de kinderen in de miserie raken en proberen de straffeloosheid te doorbreken van agressoren die het gemunt hebben op hen. Dat heeft de voorbije jaren enkele bescheiden successen opgeleverd. Zo werden verschillende militairen voor de rechter gebracht. Door een wetswijziging van begin 1997 kunnen zij ook voor een burgerrechter gebracht worden, als er voldoende bewijzen zijn.
Jan Daniëls haalt een voorbeeld aan: “in 1998 werden er 4 kinderen vermoord voor een poort, het was in het centrum van de stad, tijdens het spitsuur, terwijl honderden auto’s voorbij reden. De lijken bleven urenlang op straat liggen. Een 13-jarig jongetje was getuige, ondermeer hoe een politieagent stond te kijken op de schietpartij en even later wegwandelde. Het jongetje had luid gezongen en was onder invloed van lijm maar had een fotografisch geheugen. Hij werd op vier uur buiten de stad gebracht en kreeg daar ondersteuning. Dankzij die getuigenis kon een luitenant van de miltitaire politie die al ettelijke kinderen had vermoord, opgepakt worden. De man zit nu in voorarrest, er werd een hoorzitting gorganiseerd vanuit het beschermingsadres van het jongetje. In een ander gelijkaardig geval martelde een doodseskader een jonge getuige met glasscherven. De leider van die bende werd veroordeeld tot 36 jaar. We streven ernaar om een reeks modelprocessen op gang te brengen om een multiplicatoreffect te bereiken. Vele kleine mensenrechtencentra verbinden zich tot een heel netwerk. Daarbij is internationale steun heel belangrijk. Bijvoorbeeld de wereldwijde briefschrijfacties van Amnesty: die kunnen het tij doen keren.
De mensenrechtencentra zijn nog nooit zo succesvol geweest en er is reden voor een relatief optimisme.

Amnesty organiseert rond de zware schendingen een werelddossier. Leden uit de hele wereld zouden dan brieven kunnen sturen naar het “staatssekretariaat voor openbare veiligheid” om verantwoording te vragen. Deze dienst verenigt het hoofd van de politie, staatsveiligheid, geheime politie etc. Als van alle brieven een kopie naar Sao Martinho worden gestuurd dan kunnen ze niet zeggen dat ze niet aankwamen. Zou zou 1 tot 2 maand actie moeten gevoerd worden op concrete dossiers zoals de kindergevangenis. Na de actie zou een delegatie van Amnesty met Jan Daniëls de gebundelde copies moeten gaan afgeven aan de gouverneur of de staatsekretaris.
A.I. heeft daarvoor al aan Sao Martinho een voorstel gevraagd voor de concrete actie. Op het staatssekretariaat zegt men dat de toestand al veel verbeterd is, wij kunnen het tegendeel bewijzen.
De info zou kunnen gaan naar lokale groepen hier met als bijkomend voordeel dat Jan Daniëls Vlaming is.