zondag, december 09, 2007

Piet De Moor werkt grimmig aan zijn geluk


Is journalistiek nog steeds de waakhond van de democratie?

Piet de Moor is een geëngageerd man. Iemand die gaat voor zijn principes, ook al moet hij daarvoor een aantal heilige huisjes omver schoppen. Dat deed hij in 2006 met zijn zg. ‘bitterbrieven’ waarin hij de krant De Standaard en de Vlaamse media in het algemeen de mantel uitveegde om hun vermeende banalisering van extreem rechts. Wij hadden een gesprek met hem dat meanderde tussen het gevaar van extreem rechts, het conservatisme in Oost-Europa en de verkleuterende media.


Schrijver De Moor ziet vele parallellen tussen het discours van extreem rechtse partijen in Vlaanderen en het totalitarisme, dat hij al jarenlang bestudeert. Zijn favoriete biotoop is het naoorlogse oost- en midden Europa. Hij schreef er verschillende boeken over. De Moor is een journalist die, moest hij werkzaam zijn in pakweg Colombia of Iran, hoog zou scoren op de lange lijst dissidenten waarvoor Amnesty briefschrijvers over heel de wereld in hun pen kruipen. Wat is volgens hem de aantrekkingskracht van het extreemrechtse discours? Zouden mensen ondertussen nog niet beter moeten weten? “Het is eigen aan de mens dat je bij elke generatie opnieuw moet beginnen. Maar je kan steeds leren uit de geschiedenis. Vandaar dat contact tussen de generaties belangrijk is. Als je geen transmissie hebt naar het verleden en je leidt aan de perceptie van ‘wij kunnen alles’ dan zijn anderen alleen maar lastig.”

U schreef ook dat een totalitaire partij het abnormale ‘normaal’ wil laten worden voor burgers. U bedoelt dat ze een mythe, die van een éénduidige Vlaamse identiteit met duidelijk vastgelegde culturele patronen en gebruiken, als de norm willen opleggen. Maar verandert de samenleving niet te snel voor vele mensen?
“Alles wat nieuw is schrikt mensen af. Spanningen zijn er altijd, je moet ze niet onder de mat schuiven, je moet er mee leren omgaan. En dat betekent beseffen dat elk persoon meerdere identiteiten heeft. Het is de taak van politiek, media en onderwijs om conflicten en spanningen beheersbaar te maken. Toch geloof ik ook dat een land niet onbeperkt asielzoekers kan opvangen. Het is de taak van de politiek om ervoor te zorgen dat landen en bevolkingen zich kunnen ontwikkelen waardoor wanhoopsmigratie overbodig wordt. De meerderheid van de mensen wil toch liefst zijn leven opbouwen op zijn geboortegrond, dicht bij zijn familie en eigen cultuur. Het gaat ook niet echt over migratie. Het gaat over armoede, zowel hier als ginder. Idealiter zou globalisering moeten zorgen voor communicerende vaten. Dan kan enkel als de internationale verhoudingen geen kwestie meer is van centrum tegenover periferie. Idealiter zouden internationale relaties tussen landen en mensen een kwestie van communicerende vaten moeten zijn. Mensen die reizen om te leren en te werken in alle richtingen…”

De machtsgreep van de apenplaneet

In uw ogen hebben de media een belangrijke verantwoordelijkheid. Zijn ze hun maatschappelijke opdracht uit het oog verloren? “Er is te weinig beroepseer. Kijk- en leescijfers zijn het enige dat hen nog interesseert, het is bijna een soort competitie in kwaliteitsvermindering. Kijk, vroeger waren publiciteit en redactie twee gescheiden werelden. Nu daarentegen wordt de invloed van de marketing jongens op de journalisten steeds groter. De publiciteitswereld is een soort apenplaneet: het is een schijnwereld die de werkelijke wereld overneemt. En zo wordt de realiteit verdonkeremaand.” Iets dat in de jaren ’30 van de vorige eeuw ook gebeurde, zegt u. “Ja, ook al lag er toen een politieke kaste aan de basis en nu niet: het blijft verontrustend. En het resultaat is defaitisme: de onontkoombaarheid van de evolutie heeft zich genesteld in de geesten van het journaille. Het feit dat er zo’n grote instroom is van jonge mensen en dat oudere journalisten massaal bij het groot huisvuil gezet zijn is daar ook niet vreemd aan.”
Waar moeten we dan de oorzaken zoeken van deze evolutie? “De mediabedrijven van vandaag zijn economische moghuls geworden. En de wereld van de aandeelhouders kent geen maatschappelijk project. Zij willen alleen winst op korte termijn. Kritische journalistiek vraagt investeringen. Het vraagt ook aanmoediging, begeleiding en waardering van mensen. Daaraan ontbreekt het op vele redacties vandaag.”

Uit het grootste land van Oost-Europa lijkt al enkele jaren een erg conservatieve wind te waaien. Verworven mensenrechten zoals het verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid komen er op de helling te staan. Hoe verklaart u de reactionaire tendensen in Polen?
“In Polen leeft men als sinds mensenheugenis met de angst platgedrukt te worden door de twee grote buren: Rusland en Duitsland. Een sterke as Moskou-Berlijn of nu de as Brussel-Moskou met grote invloed van Berlijn is een schrikbeeld. Er is steeds over hun hoofden heen gekonkelfoesd en dat maakt ze paranoïde en makkelijke slachtoffers voor populisten die dat willen uitspelen. De tweelingbroers Lech en Jarosław Kaczyński, resp. president en premier worden ‘de twee Bolsjewieken’ genoemd omdat ze dezelfde technieken toepassen. Zo hebben ze aan het Hooggerechtshof in het kader van een rechtszaak gezegd dat het ook moet denken aan het ‘staatsraison’ en dat ze dus niet alleen moeten rechtspreken. Dat is een pure verkrachting van de rechtstaat.”

In uw boek Schemerland schreef u het volgende: “De terugkeer van de vaders was een verkeken kans: wat had er niet van onze moeders kunnen worden als ze toen hun lach hadden behouden en als ze staande hadden gehouden dat ze zekeringen konden repareren? Het lag binnen hun bereik om eindelijk de kettingen te verbreken, om eindelijk de zoons van de vaders te scheiden, om te kijken wat er gebeurt als er geen man is van wie de krijgshaftige pose of het machtswoord kan worden geïmiteerd, wat er gebeurt als zoons en dochters door moeders worden opgevoed die hun verstand en hun vitaliteit niet als voer aan het zelfbewustzijn van hun man onderwerpen." Is machismo één van de fundamentele problemen waar de mensheid mee worstelt? De moor: “ik heb vooral een probleem met niet-gefundeerd autoritarisme. De Oostenrijkste schrijfster Elfriede Jelinek zei dat “vrouwen in familieverband de neiging hebben met de man te collaboreren en het kind te onderdrukken.” Wat tijdens de oorlog gebeurde was nieuw: vrouwen die alles zelf moesten en konden doen. De kennis die ze daarbij vergaarden, hun talenten die ze daarbij moesten inzetten, dat alles moesten ze weer afgeven als de mannen terugkwamen. Net als hun nieuw verworven eigenwaarde. Volgens dichterfilosoof Friedrich Von Schiller kan het ontwikkelen van innerlijke vrijheid niet zonder het nemen van eigen beslissingen. In je eigen leven heb je steeds terreinen waarop je zelf de nodige moed kan tonen. Onderwijs en huisgezin stimuleren dat veel te weinig.”

Uw recentste boek heet “het grimmige heden.” Is het heden dan echt grimmig voor u? “Het boek heeft ook een ondertitel hé: ‘een polyfonie.’ Maar wat ik bedoel is: je kunt zelf op een grimmige manier werken aan je geluk zonder er zelf grimmig van te worden. Leuk aan het schrijven van een dagboek is dat het hoofdpersonage iemand is aan wie anderen zich kunnen spiegelen. Natuurlijk moet een verhaal ook spannend en mooi zijn, je mag je publiek niet vervelen, het mag ook niet gezocht zijn. Dat is de taak van literatuur: schoonheid en kritiek spuien.”

Mensenrechten zijn geen strategie

Philip Alston, de speciale rapporteur voor willekeurige executies bij de Verenigde Naties, heeft een probleem. Alston maakt deel uit van het legertje rapporteurs dat voor de VN verslag uitbrengt over mensenrechtenthema's. Alleen krijgen ze zelden of nooit toegang tot de landen die ze willen onderzoeken. Niet dat ze botweg de toegang geweigerd worden, zo ver gaat alleen de despotische stadstaat Singapore. De meeste landen blijven geplande bezoeken gewoon oneindig uitstellen. Of ze doen of hun neus bloedt en antwoorden eenvoudig niet op de vraag uit New York… En de heel geslepen leiders geven eerst met veel misbaar hun akkoord om dat daarna in alle stilte terug in te trekken.

Bovendien: de bevoegde 'Raad voor de Mensenrechten' laat betijen. Hun oprichtingsresolutie suggereert nochtans dat dit soort problemen door hen moeten opgelost worden. Blijkbaar leidt de Raad aan hetzelfde gebrek aan daadkracht als haar weinig illustere voorganger, de VN-mensenrechtencommissie. Als het erop aan komt landen op de vingers te tikken heeft de Raad voor de Mensenrechten geen enkel mechanisme om de verzoeken van de rapporteurs op te volgen. De raad wordt bevolkt door 47 mensen van evenzoveel landen die zich kandidaat gesteld hebben en verkozen zijn in de Algemene Vergadering. Daar zijn zes landen bij die zelf niet reageerden op een uitnodiging om een rapporteur te ontvangen… Overigens zijn er weinig landen voor wie het bezoek van een rapporteur géén genante statistieken zou opleveren.

Wat willen we dan eigenlijk: een Raad met een mooie naam maar die verder machteloos moet toekijken wegens totaal gepolitiseerd en het voorwerp van strategische spelletjes onder landen? Of een Raad die bestaat uit ongebonden mensen met een engagement en mandaat om te doen wat moet gebeuren? Goed, een voorstel: kandidaat-landen moeten hun vertegenwoordiger kiezen uit hun nationale parlement. Kwestie van de Raad een legitiem karakter te geven. Verder hebben de grote mensenrechtenngo’s met raadgevende bevoegdheid een vertegenwoordiger in de raad. Beslissingen worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Het hoeft niet zo moeilijk te zijn.

donderdag, juli 12, 2007

Amnesty Marokko werkt aan attitude - Portret van een kleine maar nijvere sectie


De Marokkaanse sectie van Amnesty in Rabat is klein. Met vier mensen doen ze al het werk dat het secretariaat nodig heeft. Van lobby- en campagnewerk over secretariaatswerk tot het werven en motiveren van vrijwilligers. Salah Abdellaoui is tegelijk verantwoordelijk voor de beweging en het uitwerken van de nieuwe campagnes maar hij staat ook de directeur bij in zijn representatiefunctie. Abdellaoui: "in Marokko ligt onze grootste uitdaging in de mensenrechteneducatie."

Amnesty Maroc heeft zo'n 1200 leden, verspreid over het hele land. Maar gezien het thema waarmee Amnesty zich bezighoudt vindt je die leden vooral onder de gestudeerde middenklasse. Er zijn groepen van advocaten, van dokters enz. "Helaas maken mensenrechten nog steeds geen deel uit van de bekommernissen van de mensen die aan de macht zijn in Marokko. Er is een verandering van attitude nodig," zegt Abdellaoui.

De 'niet werken in eigen land'-regel is voor Marokko geen louter principiële kwestie. De overheid wordt nog steeds sterk geassocieerd met de figuur van de koning. En men is overgevoelig voor alles wat zweemt naar kritiek op de monarch. Met de zg. 'wet op het antiterrorisme' die in mei 2003 werd aangenomen kreeg de overheid nog meer armslag om de repressie tegen ongewenste politieke dissidenten op te voeren. In de beste post-11 september traditie geeft de wet een zeer brede en onduidelijke definitie van "terrorisme." De wet verlengt de wettelijke aanhoudingstermijn (de periode dat de gevangene is aangehouden door de veiligheidsdiensten zonder aanklacht of juridische controle) tot 12 dagen in het geval van "terrorisme." Ook is het recht van de gevangene op juridische bijstand ingeperkt, terwijl tijdens deze periode de kans op marteling of slechte behandeling het grootst is. De antiterrorisme wet breidde tenslotte ook het toepassingsgebied uit van de doodstraf.

Voornaamste doelwitten van de nieuwe wet: islamitische integristen of wie daarvan wordt verdacht en natuurlijk de militanten van het zieltogende Polisario-front, Marokko's eigen regionale verzetsbeweging.

Verschillende lokale ngo's volgen de situatie op de voet: AMDH (Association Marocaine des Droits Humains), OMDH (Organisation Marocaine des droits humains) enzovoort. Dat dit niet zonder gevolg blijft bewijst het gebeurde van 1 mei 2007: 7 leden van AMDH werden opgepakt tijdens een manifestatie toen ze slogans scandeerden die kritisch waren voor het koningshuis. Op 5 en 6 juni werden nog eens 10 leden van dezelfde organisatie opgepakt tijdens een sit-in uit solidariteit met de 7 reeds opgepakte mensen. Allemaal riskeren ze verschillende jaren in de gevangenis.

"Dit soort specifieke gevallen worden rechtstreeks door Londen gedaan," zegt Abdellaoui. Wanneer delegaties een onderzoek komen voeren, is dat ook volledig los van de sectie in Rabat. Vaak weten ze op het secretariaat zelfs niet dat ze er zijn. "Wij geven hoogstens de centrale persberichten door aan de nationale pers. En de Marokkaanse overheid weet dat zeer goed, want Amnesty is zeer bekend en gerespecteerd hier." Daarom dat de Marokkaanse sectie wel kan werken rond de grote thema's en internationale campagne's: doodstraf, geweld tegen vrouwen enz. Voor deze laatste campagne haalde de sectie vorig jaar niet minder dan 100.000 handtekeningen op die ze wist af te geven aan de Eerste Minister.

Eén van hun grote projecten in eigen land is de humanisering van het gevangenisregime. Ze hebben een overeenkomst gemaakt met de directeur van het gevangeniswezen. Bedoeling is het geven van vorming aan gevangenisbewakers rond mensenrechten en magistraten. "Een werk op lange termijn," geeft Abdellaoui toe.

Intussen heeft Amnesty International vorig jaar een belangrijke uitbreiding van zijn zelfverklaarde 'opdracht' goedgekeurd. In plaats van de traditionele focus op burgerlijke en politieke rechten is er een uitbreiding gekomen met economische, sociale en culturele rechten. (Lees ook interview met Eva Brems, februari nummer van dit jaar). Het is een niet te onderschatten koerswijziging. Ik vroeg me af hoe dat hier in Marokko werd opgepakt. En blijkbaar was de uitbreiding voor de Marokkaanse achterban makkelijker te verteren dan in Vlaanderen. Abdellaoui:"ook wij zijn begonnen met de nieuwe opdracht rond ESC-rechten. Economische, sociale en culturele rechten, dat raakt de alledaagse leefwereld van de mensen." En vermits vele van deze rechten allerminst verworven zijn in het Marokkaanse hinterland, zagen de leden makkelijk het belang in van deze uitbreiding.

Zo veel activiteiten, dat kost geld. Wat met fondsenwerving? En hoe maakt de Marokkaanse Amnesty sectie zich bekend binnen de grenzen?
"Het belangrijkste moment waarop we elk jaar naar buiten komen is het Internationaal boekensalon in Casablanca. Daar komen 400.000 bezoekers op af. Er is ook een sterke aanwezigheid van de Marokkaanse pers," zegt Abdellaoui. Wat zijn werkmiddelen aangaat, is de sectie zoals de meeste secties in het zuiden grotendeels afhankelijk van Londen. Vanzelfsprekend aanvaard Amnesty, net als bij ons, geen enkele vorm van subsidie. En met de lidgelden springen ze ook niet ver: 100 dirham (ongeveer 10 €) voor volwassenen per jaar en 50 dirham voor jongeren. Schenkingen, dat is héél beperkt. Het is immers makkelijker om mensen te overtuigen geld te geven voor een lokale moskee dan voor een abstract onderwerp zoals mensenrechtenschendingen in verre landen. Een mogelijkheid waar we al langer op hopen is het verkrijgen van het 'statut utilité public,' een statuut dat toelaat om grote fondsenwervende activiteiten te organiseren zoals galabals e.d. Je kan dan ook fiscale attesten afleveren aan donatoren," zegt Abdellaoui. “De vorige eerste minister had enkele jaren geleden nochtans het statuut toegezegd aan Amnesty. Zo'n statuut moet gebetonneerd worden in een decreet. Maar ondertussen blijft het dossier om een onduidelijke reden geblokkeerd op het niveau van het secretariaat van de regering. Iemand die de Amnesty-werking niet echt genegen is? Wie zal het zeggen?”

vrijdag, april 13, 2007

Klare taal

Godsdienst en mensenrechten, ze lijken op gespannen voet met elkaar te leven. Religies werden gekaapt door extremisten, die zich beroepen op een heilige missie om hun acties goddelijk te legitimeren. Mensenrechten zijn verworden tot een politiek instrument, de banier waarachter Westerse regeringen zich scharen wanneer ze ten strijde trekken in sterk gemediatiseerde krachtmetingen waarbij de discours langs beide kanten homerische proporties aannemen. De propaganda is als een gigantische pot vette saus die over kookt. In het mediageweld dat volgt krijgt de publieke opinie een dodelijke cocktail van begrippen over zich heen die zich in hun hoofd vermengt tot een giftig amalgaam van foute betekenissen.

De laatste jaren heeft het Amerikaanse imperium de mensenrechten aan de haak gehangen wegens niet meer bruikbaar. Hun zelf gecreëerde imago van 'hoeders van de democratie' is niet langer houdbaar - Guantánamo, Abu Ghraib, de geheime CIA vluchten - bruut geweld is nu hun credo. In de naam van de vrijheid en van hun eigen religie. Ze zijn aan elkaar gewaagd: de Islamisten van Al-Qaeda, de Soedanese president al-Bashir, de Israëlische regering Olmert, de Russische ‘nieuwe tsaar’ Poetin, de Bush-administratie. Hun taal is doorspekt met een ondoorzichtig arsenaal aan tendentieuze termen.

Orthodoxie, fundamentalisme, terrorisme en politiek extremisme zijn niet hetzelfde. Toch worden ze steeds meer door elkaar gehaald. Dat is een gevaarlijke evolutie. "Laten we ophouden de boel door elkaar te halen," zegt de Nederlandse auteur Fouad Laroui in zijn laatste boek, en hij heeft groot gelijk.
Laat ons een voorbeeld nemen aan dit onnavolgbare stukje klare taal: “Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.” (Art. 18 UVRM)

maandag, februari 19, 2007

"Amnesty heeft iets goed te maken" - Eva Brems over de nieuwe marsrichting van de beweging

[Deze tekst is de uitgebreide versie van het interview dat verschijnt in het maart nummer van Amnesty Nieuws (2007). Deze tekst verschijnt ook op de website van Amnesty Vlaanderen]

Met Eva Brems kreeg Amnesty eindelijk nog eens een vrouw als voorzitster. Professor Eva Brems is gespecialiseerd in mensenrechten en niet-westers recht. Ze schrijft voor een 8-tal vaktijdschriften, haar lijst publicaties over mensenrechten oogt bepaald indrukwekkend. Nu haar wittebroodsweken als voorzitster voorbij zijn, wilden wij wel eens weten waar ze met Amnesty Vlaanderen naar toe wil. Het werd een erg leerrijk gesprek over zulke diverse zaken als de opdracht van Amnesty, het voorzitterschap, het armoedeprobleem, enz.


Amnesty: een internationale beweging

Je bent sinds april 2006 verkozen als voorzitster. Sinds het ontstaan van Amnesty Vlaanderen ben je pas de 2e vrouwelijke voorzitster. Hoe zou dat komen?
"Ik vind het vooral een positief teken dat je die vraag stelt. Op veel plaatsen waar ik kom ben ik nog steeds de enige vrouw. Aan de universiteit is er slechts 20% vrouwelijke professoren. Bij Amnesty is er de laatste jaren een enorm genderbewustzijn ontstaan. Diversiteit in de interne werking is een groot aandachtspunt geworden. Op het vlak van etnische diversiteit staan we nog niet ver maar qua participatie van vrouwen zijn we goed op weg om tot een evenwicht te komen. Het moet een natuurlijke reflex zijn om de vraag naar diversiteit te stellen in élke organisatie en zeker in haar raad van bestuur. Dat er dan af en toe vrouwelijke voorzitsters verkozen worden volgt daar automatisch uit.”

Wat houdt je job in als voorzitster van Amnesty Vlaanderen en hoe verhoudt zich dat tegenover het secretariaat?
"Er is een groot verschil tussen de job van directeur (Jan Brocatus, nvdr) en deze van voorzitter. Jan leidt het secretariaat als beroepskracht. De leden van de raad van bestuur en dus ook de voorzitter zijn vrijwilligers. Wij zijn verantwoordelijk voor de strategische beslissingen terwijl het secretariaat operationeel bezig is. Mijn profiel als academicus maakt dat ik vooral het mensenrechtenbeleid in handen neem."

Vooraleer voorzitster te worden was je actief in het 'steunpunt internationaal beleid.' Wat is de rol van dit steunpunt?
"Het steunpunt geeft advies en bereidt beslissingen voor van de raad in verband met inhoudelijke strategische dossiers. Bijvoorbeeld de principiële vraag of Amnesty een standpunt mag hebben over het gebruik van geweld: Kan men een leger inzetten om mensenrechtenschendingen te doen ophouden? Of nog: al meer dan een jaar is besluitvorming aan de gang over de mogelijkheid om te werken rond abortus. Hiervoor was een bredere consultatie via de Algemene Vergadering noodzakelijk. Momenteel staan we zo ver in de discussie dat we waarschijnlijk rond enkele aspecten van abortus zullen werken… Zulke zaken vergen een grondige discussie, die het steunpunt zal voorbereiden."

Je hebt in 2006 het 'international Chairs Forum' meegemaakt. Hoe was dat en wat voor mensen zijn de meeste van je confraters?
"Het Chairs’ Forum bestaat nog maar enkele jaren maar belooft binnen de Amnesty besluitvorming een belangrijke rol te gaan spelen. Een internationale Algemene Vergadering is er maar tweejaarlijks, en tussenin moeten ook belangrijke beslissingen genomen worden. Het Chairs Forum vult die leemte op. Voor mij is zulke vergadering natuurlijk zeer interessant. Op zulke samenkomsten besef je ten volle dat je deel uitmaakt van een internationale beweging. En het is uitermate boeiend om te zien hoe mensen in een andere context problemen aanpakken. Overigens gaan we steeds bewuster om met onze onderlinge diversiteit. Zo worden voorzitters tijdens de debatten heel bewust gemixt waardoor bijvoordeeld niet alle latino’s bij elkaar gaan zitten en mensen zo veel mogelijk verplicht worden hun 2e taal te spreken. Op het vorige forum was diversiteit zelfs het hoofdthema van de vergadering."

Dat zal een leerrijke vergadering geweest zijn...
"Een duidelijke vaststelling is de dominantie van de Angelsaksische manier om de dingen af te handelen. Het is al heel wat als we ons daar bewust van zijn."


De nieuwe opdracht

Ondertussen staat Amnesty voor een belangrijke uitdaging: de uitbreiding van wat vroeger het 'mandaat' heette. Economische, Sociale en Culturele rechten krijgen meer aandacht binnen Amnesty. Niet evident.
"Het is niet zo dat we nu plots alles gaan doen hé. Dat deden we bij burgerlijke en politieke rechten ook niet. Zo nemen we geen standpunt in over het hoofddoeken verbod. Maar we zijn met ESC rechten begonnen vanuit het principe van de ‘ondeelbaarheid’ van mensenrechten: Je kan politieke en sociale rechten moeilijk van elkaar scheiden. Wat is het nut van stemrecht als je geen dak boven je hoofd hebt en niemand waar je op kan stemmen de intentie heeft om daar iets aan te doen? Discriminatie blijkt een heel belangrijk uitsluitingmechanisme. Mensen die slachtoffer zijn van discriminatie in een samenleving worden meestal geschonden in hun ESC-rechten én in hun burgerlijke rechten."

Dat het Amnesty menens is met de nieuwe ‘opdracht’ (het vroegere mandaat, nvdr) blijkt uit het campagnethema van 2008: armoede als schending van mensenrechten, met als focus huisvesting en gezondheidszorg. Een slogan die zo uit de stal van noord-zuid organisaties zoals Oxfam of 11.11.11 zou kunnen komen denk je dan. Maar neen, ook dit wordt Amnesty.
“Het was geen makkelijke beslissing om het vertrouwde mandaat uit te breiden. Onze sectie was er tegen in het begin. Maar dat is op korte tijd sterk veranderd. Er is dan ook al veel sensibiliserend werk verzet. De 60e verjaardag van de UVRM (in 2008, nvdr) is overigens een prima aanleiding om dit campagnethema te lanceren."

Misschien kijken de noord-zuidorganisaties wel net op naar Amnesty om het armoedeprobleem uit de ideologische sfeer te halen?
“Ik weet alleen dat de vraag vanuit die organisaties al langer leeft. Ook ngo’s hebben de meerwaarde ontdekt van het mensenrechtendiscours. En Amnesty wordt al jaren bekritiseerd omdat we de ESC rechten links lieten liggen. Daardoor hebben we mee schuld aan het feit dat deze rechten stiefmoederlijk behandeld worden.”

Amnesty heeft dus iets goed te maken?
“Dat kan je inderdaad zo zeggen. We gaan dat ook doen. Als wij armoede gaan aanklagen als een schending van de mensenrechten dan moeten we ook de oorzaken durven aanwijzen en ijveren voor een internationale wetgeving die basisrechten doet respecteren.”

Ook al neem je dan standpunt in tegen een dominant economisch beleid dat aan de basis ligt van het armoedeprobleem in het zuiden? Met andere woorden, Amnesty International die het werk van de Oxfams van deze wereld legitimeert? Dat is inderdaad nieuw!
“Laat ons zeggen dat we vooral complementair zijn en geen concurrentie. Onze invalshoek blijft dezelfde. Kijk, mensenrechten blijven een revolutionair concept in de geschiedenis. Je hebt een wereldwijde beweging nodig en veel expertise om dat concept ingang te doen vinden."

Wat zijn de gevolgen voor het concrete werk van de organisatie en haar vrijwilligers?
“Het zou kunnen dat we andere werkvormen moeten ontwikkelen. Samenwerken met andere organisaties doen we al langer, bv. rond vrouwenrechten. Nu zullen we nieuwe partners vinden in noordzuid organisaties, vakbonden en 4e wereld organisaties. We zullen ook moeten openstaan voor andere technieken,bv. om samen met armen tegen armoede te strijden. Hier valt zeker wat te leren van andere ngo’s.”

Maar onze leden zullen nog steeds politieke gevangenen proberen vrij te schrijven?
“Natuurlijk. Alleen zullen meerdere elementen in het dossier een rol gaan spelen. Als bijvoorbeeld een groep inheemse ontheemden een protestactie houdt tijdens een grondbezetting en de politie neemt hen onder vuur dan zullen de lokale groepen niet alleen voor hen schrijven omdat er op hen geschoten is maar ook omdat hun recht op land hen ontzegd wordt…”

Je krijgt dan als activist wel een grotere betrokkenheid bij het verhaal van die mensen, dat lijkt een voordeel, niet?
“Ja, maar het veronderstelt ook wel dat we mensen moeten gaan vormen: Amnesty heeft dan ook echt de ambitie om sensibiliserend te werken, veel meer mensen moeten gaan zien dat de mensen die in armoede leven in hun rechten geschonden worden.”


Amnesty versus Cultuurrelativisme?

Je hebt heel wat gepubliceerd rond diversiteit en de mogelijke conflicten met de formele mensenrechten. Kan deze kennis van pas komen om Amnesty het ESC-rechten tijdperk binnen te treden?
“Op de universiteit houd ik me vooral bezig met de vraag hoe universaliteit van mensenrechten niet noodzakelijk uniformiteit hoeft te betekenen. Maar dat speelt niet op het niveau van zware schendingen, waar Amnesty zich vooral mee bezig houdt. Mijn werk gaat over de noodzaak om culturele gevoeligheid in te bouwen in wetgevend werk, het gaat vooral over de modaliteiten van het recht.”

In zijn laatste boek beschuldigt Luc Huyse Amnesty van ‘fundamentalisme’ omdat we hameren op de noodzaak om daders te vervolgen. Is daar iets van aan?
“Amnesty geeft nochtans geen kritiek op landen waar andere manieren worden gebruikt, denk aan de waarheidscommissies. Er bestaan inderdaad cultureel sensitievere manieren zoals bepaalde rituelen om met collectieve trauma’s tussen slachtoffers en daders om te gaan en die kunnen er zeker zijn voor Amnesty. Maar uiteindelijk moeten daders worden berecht. Dat is ons standpunt. Dus zijn kritiek is op zijn minst sterk overtrokken.”

Over rituelen gesproken, wat bijvoorbeeld te doen met cultureel gewoonterecht dat conflicteert met wat wij verstaan onder mensenrechten. Wat is de rol van Amnesty in het debat daarover.
“Er zijn vele conflicten. Afrikaans gewoonterecht conflicteert vaak met vrouwenrechten. Vooral de toegang tot grond is een probleem. Dit is iets wat Afrikaanse vrouwen zelf ook aanklagen. Maar andere culturele normen zijn in hun ogen soms geen schending. Ik herinner me zelfs een vergadering waaraan ook een Somalische deelnam, als besneden vrouw vond ze dat er grotere problemen zijn dan vrouwenbesnijdenis. Terwijl er al vele actiegroepen bestaan die een breder beeld hebben over het lijden dat achter die praktijk schuilt. Mensen beschouwen schendingen vaak als normaal als ze hun mensenrechten niet kennen. Je mag niet vergeten dat mensenrechten een revolutionair concept zijn tegenover traditionele samenlevingen waar het collectieve belang veelal overheerst.”


Recht is niet de hoofdzaak

Geloof je zelf dat wetgeving en wettelijke kaders in staat zijn om mensenrechten overal te waarborgen? Als je ziet hoe sommige internationale machten een loopje ermee nemen?
“We zijn echt wel goed bezig. Je kunt nooit weten welke schendingen zouden gebeuren als je niet bezig was met mensenrechten. Het is trouwens niet alleen een kwestie van recht, dat is zelfs niet de hoofdzaak. De Universele Verklaring is bijvoorbeeld al een niet-bindende tekst. En een sterk rapport van AI heeft meer effect dan het vonnis van een rechtbank. Amnesty gebruikt wel verdragen maar appelleert ook aan het ethisch gevoel.”

Amnesty als waakhond van de civiele maatschappij.
“Ja, dat afschrikkingeffect blijft heel effectief. ‘Naming and shaming’ blijft het sterkste instrument dat we hebben. Mensenrechten gaan altijd moeten bevochten worden. En er is enorme vooruitgang geboekt op vlak van rechten voor vrouwen, homo- en lesbiennes enz. Helaas is het taboe op foltering recent doorbroken door onder meer de VS, dat is dan weer een effectieve achteruitgang.”


De toekomst

Welke uitdagingen en plannen koester je voor Amnesty Vlaanderen de komende jaren?
“Ik zie drie belangrijke uitdagingen. Ten eerste het implementeren van de ESC-rechten in onze werking. Ten tweede zou ik graag het activisme sterk zien toenemen. We zijn geen loutere denktank of lobbymachine, we zijn eerst en vooral een sterke beweging en dus moeten we voortdurend op zoek naar nieuwe werkvormen om daar een actieve beweging van te maken. Ten derde, en dat is mijn stokpaardje, het bereiken van een maximale mensenrechtenimpact. Ik wil m.a.w. meetbare doelstellingen. Daarop moeten we alles afstemmen...”

Wat betekent dat voor de werking?
“Ik wil resultaten zien. We moeten nadenken over hoe we onze acties zo efficiënt mogelijk afstemmen op het realiseren van onze doelstellingen."

Heb je internationale ambities binnen Amnesty Internationaal?
“Het voorzitterschap combineren met mijn gezin en een druk professioneel leven is nu al een hele klus. Wel zou ik blij zijn als anderen uit de beweging doorstromen naar internationale functies, zoals in het verleden al is gebeurd.”

maandag, oktober 16, 2006

[Column] Auschwitz

“We'd like to go to Auschwitz.” Terwijl ik de woorden uitspreek, besef ik het surrealisme ervan. Maar de dame achter het loket knikt begrijpend. 15 zloti voor een ticketje naar de hel. Oswiecim is een stadje zoals er veel zijn op het snel veranderende Poolse platteland. Er zijn gewone huizen en gewone mensen, er zijn bushokjes en supermarkten. En er is het monsterlijke Auschwitz. Geen desolaat, getormenteerd landschap gaat het kamp vooraf, maar een drukke weg met een garage van tweedehands auto’s en een grote parking met een hotdog kraam. Op de parking veel bussen en groepen joelende scholieren.

Met een akelig gevoel in de buik lopen we het kamp binnen. Toeristen poseren voor een foto onder de 'arbeit macht frei' poort. Er wordt gepicknickt op de trappen van Mengele zijn experimenteerbarak. Beseffen deze mensen überhaupt waar ze zich bevinden? Onwillekeurig herinner ik me de Cuchi-tunnels in Zuid Vietnam waar toeristen met originele oorlogswapens kunnen schieten in een schietstand. Wapens waarmee duizenden mensen werden weggemaaid.

Van alle verbrande plekken in ons collectief geheugen is Auschwitz het ergste. En het onontkoombare feit is dat het niets bij brengt om de originele gaskamers binnen te gaan, te wandelen waar ooit werd gestrompeld, gesprekken te voeren waar ooit bevelen werden gesnauwd. Door het zo concreet te maken en mensen de kans te geven onbegeleid over het kampterrein te flaneren banaliseer je het monster. Op een plek waar mensenrechten op zo'n desastreuze manier vermorzeld zijn en de mens zijn eigen hel op aarde heeft gecreëerd mag je niets aan het toeval overlaten. Moreel is er eigenlijk geen verschil met een opslagplaats voor gevaarlijk nucleair afval. Waarom dus niet die hele plek afsluiten? Maak een schutkring van minstens 10 km en laat enkel nog dichters, politici en wetenschappers toe. Creëer vervolgens op neutrale plaatsen monumenten die de vreselijke waarheid in alle gruwel brengen, zonder iets te verbergen. Monumenten die ontzag inboezemen voor het ondenkbare lijden van zijn slachtoffers en tegelijk het besef verankeren tot wat de mens in staat is… als we niet oppassen.

(Column verschijnt in december nummer van Amnesty Vlaanderen

dinsdag, april 11, 2006

[Column] Anorexia Statensis

Wereldwijd worden mensen onwettig opgepakt, ontvoerd, getransporteerd, gevangen gezet of uitgeleverd aan landen waar ze gefolterd of mishandeld worden. Een recent Amnesty rapport onthulde dat de CIA deze praktijken maskeert door veelvuldig gebruik te maken van private luchtvaartmaatschappijen en dekmantelbedrijven. Ondernemingen kunnen tegenwoordig alles leveren: van wapens over militaire training en bijstand tot het nodige kanonnenvlees.

De Verenigde Staten steekt alles wat het daglicht niet mag zien in privé-bedrijven. Ze ontvet zichzelf en de ranzige stukjes stopt ze discreet de geprivatiseerde wolven toe. Haar bewindvoerders willen de staat zogenaamd leniger maken. Problematisch is dat bij privé-operaties de nood aan verantwoording naar de achtergrond verdwijnt. Privatiseren wil ook zeggen: uit de publieke sfeer halen, parlementaire controle vermijden. Anorexia Statensis ligt op de loer, en dat levert situaties op waarbij individuen tussen de mazen van het recht doorvallen en in een vacuüm terecht komen waar ze geen enkele bescherming meer genieten.

Een bijeffect is dat de bedrijven waar de bewindslieden preferentiële relaties mee hebben bevoordeeld worden wanneer ze de doorgaans vette opdrachten in de wacht slepen. Ze hebben er tenslotte hard genoeg voor gelobbyd... Het corrumperende karakter van al dit soort contracten is dan weer nefast voor het geloof in de politiek. En daarmee in het scheppen van een internationaal rechtskader dat mensenrechtenschendingen aanklaagt én de macht heeft om de schenders te veroordelen.

Ze willen ons een beeld opdringen van een staat die door het uitbesteden van militaire operaties sneller en efficiënter kan reageren op crisissen. Wel, ik geloof er niet in. Elk mens met een beetje gezond verstand voelt aan wat een linke soep dat is. Wat we nodig hebben is méér internationale samenwerking van sterke staten. Er is geen andere weg. Als we tenminste de publieke ruimte willen beschermen en de democratische controle willen behouden over zulke thema’s als conflictbeheersing en terrorismebestrijding.

maandag, januari 02, 2006

Raak me aan als ik dood ben: Interview Barbara Acuna

Laatst veroordeelde minderjarige in de VS ontsnapt nipt aan terechtstelling

Barbara Acuna is een gewone Amerikaanse vrouw met een gewoon gezin. Ze woont in een gewone buitenwijk in een Texaanse stad. Ze staat erop dat we haar leven niet als iets buitengewoon omschrijven. Alleen overkwam haar wel iets heel dramatisch. Haar zoon werd ter dood veroordeeld. Hij was 17. Robert Acuna was de laatste minderjarige in de VS op ‘death row.’

Toen Robert Acuna werd beschuldigd van een dubbele moord, maakte de openbare aanklager in een tv-interview meteen duidelijk dat ze voor de doodstraf zouden pleiten, hoewel de officiële papieren daartoe pas vier maanden later werden ondertekend. Dit is courant in Texas en vóór het Amerikaanse Hooggerechtshof de doodstraf voor minderjarigen ongrondwettelijk verklaarde, overkwam het ook 17-jarigen. Het zien van dat interview maakte bij Barbara Acuna het besef wakker dat iets niet klopte in deze rechtszaak.

Vond je dat het proces eerlijk verliep?
“Ik was naar twee advocaten gestapt (de procedure voor de doodstraf is veel zwaarder en vereist twee advocaten voor de verdediging, nvdr), maar ze vertelden me koudweg dat ik hun niet kon betalen. Alleen al voor de advocaten moest ik 35.000 $ neertellen en dan moet je nog een team huren dat bestaat uit een detective, een psychiater en een ‘specialist in verzachtende omstandigheden’. De kost is astronomisch voor mensen met een gemiddeld loon. Maar dat was slechts het begin. Zodra de procureur beslist voor de doodstraf te pleiten, begint de ‘machine van de dood’ te draaien. Bij Robert werd de hele procedure op een drafje afgehandeld: men wist dat er een uitspraak van het Hooggerechtshof in de lucht hing die de doodstraf voor minderjarige daders zou afschaffen. Gemiddeld duurt een zaak twee jaar; Robert was echter acht maanden later al veroordeeld. Indien het proces pas begonnen was ná de uitspraak van het Hooggerechtshof over de doodstraf voor minderjarigen, dan was alles heel anders verlopen. De jury zou uit andere mensen bestaan hebben en één advocaat was voldoende geweest.”

De rol van de jury

Wat was de rol van de jury in het proces?
“Die was zeer belangrijk. Bij de keuze van de juryleden wordt gekeken naar een aantal criteria. Zo worden enkel mensen geselecteerd die vóór de doodstraf zijn. Universitaire studies hebben uitgewezen dat dergelijke jury’s de neiging hebben strenge straffen uit te spreken. In het geval van Robert wisten ze ook dat het om een minderjarige verdachte ging.”

Wanneer kreeg je hulp van buitenaf?
“Toen bleek dat de officier van justitie voor de doodstraf ging en er haast mee wou maken, ben ik als een gek beginnen bellen naar alle tegenstanders van de doodstraf. Amnesty zag onmiddellijk de ernst van de situatie in en zette een ‘urgent action’ op. Ze schreven brieven naar de procureur om hem aan te zetten te wachten met de procesgang tot na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Een collectief van advocaten die tegen de doodstraf zijn nam de zaak ter harte. Ze stelden vragen aan de twee advocaten die ons waren toegewezen door de rechtbank. Maar deze laatsten deden niets met de aanbevelingen. De aangestelde specialisten deden evenmin veel. Ze lieten de zaak op hun beloop, waardoor de procureur zowat vrij spel had. De eerste keer dat iemand van ons gezin werd ondervraagd over Robert, was de rechtszaak al bezig. Niet veel later maakte Robert kennis met ‘death row.’

‘Total senses deprivation’

Hoe is het leven in de dodencel?
“Zes maanden zat Robert op death row, tot zijn straf werd omgezet in levenslang na de uitspraak van het Hooggerechtshof. Er is geen ‘vervroegde vrijlating’ zoals die in België bestaat. Gelukkig zijn z’n omstandigheden nu beter. Death row betekent 23 uur per dag opgesloten zitten in een kleine cel, met niets meer dan een klein radiootje als afleiding. Geen telefoongesprekken, je bent van iedereen gescheiden. Het uurtje per dag dat je buiten mag, krijg je handboeien aan en word je vergezeld door twee bewakers die je behandelen als hun eigendom. ‘Total senses deprivation’, dat is de enigszins klinische term voor dit onmenselijke régime. De gevangene mag aan geen enkele zintuiglijke prikkeling worden blootgesteld. Eenmaal per week mag je bezoek ontvangen. Je wordt dan naar een klein kamertje geleid dat door kogelvrij glas gescheiden wordt van de bezoekersruimte. Praten met je bezoek - maximum 2 mensen - doe je via een telefoontoestel. Voor je iets kan zeggen, moet je je op de rug geboeide handen door een kleine opening in de stalen deur steken, zodat de bewaker je handen kan losmaken. Er is geen enkele vorm van fysiek contact mogelijk. Dat gaat zo door, tot aan je geprogrammeerde dood.”

Wat zijn jouw argumenten tegen de doodstraf?“
Ten eerste is de doodstraf gewoon niet noodzakelijk. Mensen kunnen opgesloten worden of opgenomen in een instelling voor geestesgestoorden. We hoeven ze niet om te brengen. Rechtvaardigheid is geen wraak, doodstraf wel. De doodstraf is een onvoorstelbare geestelijke marteling, zowel voor de betrokkene en als voor zijn familie. Mensen zijn mensen, het zijn geen wegwerpvoorwerpen.”

Wat zeg je tegen voorstanders van de doodstraf?
“Ik probeer ze niet te overtuigen. Ik wil ieders mening respecteren. Ik probeer hen te wijzen op enkele feiten die ze misschien niet kennen, vertel hen wat ik weet. Argumenten als "Het is veel duurder om ze te laten leven" ontkracht ik: de hele procedure die leidt naar de doodstraf is vele malen duurder dan een levenslange gevangenisstraf. Ook andere argumenten haal ik aan: gekleurde mensen hebben statistisch gezien veel meer kans op de doodstraf.”

Iedereen verdient een tweede kans

In maart 2005 kwam dan de langverwachte uitspraak van het hooggerechtshof. Wat voelden jullie toen?

"We wisten dat het zou komen, maar niet op welke dag. Natuurlijk waren we zeer gelukkig. Robert was opgelucht maar tegelijk verdrietig dat de uitspraak niet vroeger was gekomen. Voor velen vóór hem was het te laat, mensen bij wie een redelijke twijfel bestond over hun schuld. Tijdens die zes maanden had hij verschillende mensen zien vertrekken. Ze schuifelden langs de gang voorbij, met hun boeien aan, het hoofd gebogen.”

Denk je dat organisaties zoals Amnesty een verschil kunnen maken?

"Robert zou nog steeds op zijn dood wachten als Amnesty er niet was geweest. Ze hebben jaren gelobbyt bij het verbond van Amerikaanse Advocaten om de stemming in het voordeel van de afschaffing van de doodstraf te keren. De internationale druk heeft ongetwijfeld geholpen om tenminste de doodstraf voor minderjarigen af te schaffen. Als iedereen echt samen aan hetzelfde zeil trekt en eist dat de overheid stopt met het doden van haar eigen burgers, dan kunnen we de doodstraf echt naar de geschiedenis verwijzen.”

Voor Amnesty verdient iedereen een tweede kans, maar zeker kinderen. Minderjarigen onderkennen nog niet altijd de gevolgen van hun daden. De kans dat ze hun leven verbeteren is veel groter dan bij een volwassene. Ze mogen dan ook niet op dezelfde manier bestraft worden. Het Kinderrechtenverdrag verbiedt overigens elke wrede en onmenselijke straf voor minderjarigen. De doodstraf tegen minderjarige daders was dit jaar het centrale thema van de Schrijf-ze-VRIJdag van Amnesty Vlaanderen.

maandag, oktober 17, 2005

[Column] Oorlog wordt hot

De nieuwssite hotzone.yahoo stuurt oorlogsverslaggever Kevin Sites de wereld in. Op een jaar tijd moet hij zowat alle conflictgebieden afreizen en verslag uitbrengen van op het terrein. Hij zal werk hebben. Het aantal conflicten is fors toegenomen de laatste jaren: 14 internationale conflicten, 17 burgeroorlogen, 28 zware interne conflicten, 13 grensconflicten. Dat zijn samen 72 broeihaarden van constant geweld. Het gemiddelde tijdens de koude oorlog was 35.

Wat doet de wereld eraan? Tenzij er belangrijke geostrategische of economische belangen in het geding zijn hanteren de grootmachten een pure verrotingsstrategie. En vaak is die perverse houding, eigenlijk een politieke obsceniteit van formaat, nog lucratief ook. Je krijgt het effect dat conflicten zelfbedruipend worden. Heel eigen dynamieken ontstaan, waarin terreur, uitbuiting en slavenarbeid een essentiële rol spelen. Winsten van gestolen grondstoffen maken deze gebieden tot zwarte gaten voor de internationale wapenindustrie. Het overaanbod aan wapens in de armoedige straten van sommige kapotgeschoten Afrikaanse steden is legendarisch.

Dat mensenrechten hier onder druk staan is een understatement. Slachtoffers kunnen er niet op terugvallen, daders blijven ongestraft, het recht van de sterkste regeert. De conventie van Geneve en het internationale oorlogsrecht worden steeds driester met voeten getreden. Elke vorm van staatscontrole is dan ook verdampt. In normale omstandigheden heeft geweld een zekere rechtvaardiging nodig. Chronische oorlogsgebieden functioneren letterlijk op geweld. Uit die spiraal geraken kan alleen door inmenging van buitenaf.

Kevin Sites laat systematisch en direct oorlogslachtoffers aan het woord, een jaar lang. En dat ie gelezen wordt bewijzen de vele reacties. Maar elke week laat hij slachtoffers achter zich, op naar het volgende rampgebied. En a rato van 1 conflict per week komt hij er überhaupt niet. Wat we nodig hebben zijn niet één maar 72 oorlogsjournalisten die de conflicten uit de vergetelheid halen, beklijvende beelden op de netvliezen van politici branden, perverse machtsrelaties blootleggen. Onafhankelijke verslaggevers die de stem van de slachtoffers tot in de Westerse hoofdsteden kunnen doen weerklinken.

Koen Stuyck

donderdag, april 14, 2005

[Column] Terugkeer

Een vriendin die in een tijdje in Palestina studeert stelde onlangs een hypothetische vraag: “wordt het niet tijd dat een groep moslims Andalusië terug opeist om er een zuivere moslimstaat te vestigen?” Te gek voor woorden? Natuurlijk. Maar zelfs waanideëen zijn het soms waard om nader te onderzoeken. Per slot van rekening waren de Moslims 700 jaar de heersers in Andalusië. De Israëlische wet op terugkeer is ook gebaseerd op het feit dat Joden 2000 jaar geleden gedurende 100 jaar de dominante groep waren in Palestina. En natuurlijk dat hun god dit land enkel en alleen voor hen uitgekozen heeft. Op deze manier kunnen alle moslims in de wereld: Indonesische, Afghaanse, Turkse, Sudanese, Marrokaanse, Iraakse, enz. 'teruggaan' naar hun heilige grond. Wat met de aanwezige spanjaarden? Die kunnen ze hun grond afnemen, in kampen over de grens drijven, ze desnoods opsluiten in de rest van het Iberisch schiereiland door er een muur omheen te zetten.

Onze premier Verhofstadt meende recent ook een steentje te moeten bijdragen tot het debat. In de Israëlische krant Ha’aretz bevestigt hij het bestaan van de staat Israël als een Joodse staat, ook al betekent zulks dat Arabische Israëli gediscrimineerd worden. Hij bevestigt daarmee dat een Jood die van pakweg de Fiji-eilanden komt onmiddellijk Israëlisch burgerschap kan krijgen. Dat betekent concreet dat hij grond mag kopen in heel het land, inbegrepen in één van de illegale kolonies die Israël met brute macht neerpoot in bezet Palestijns gebied. Een Palestijn met een Israëlisch paspoort mag echter geen grond kopen in zijn eigen hoofdstad, Tel Aviv. Want de in 1950 gestemde “wet op het eigendom van de afwezigen” heeft 93% van de grond “onvervreembaar eigendom van het hele Joodse volk” gemaakt. Mijnheer Verhofstadt, ik vraag u: is een democratie die enkel geldt voor een deel van het volk wel een democratie? En moet een Europees land zulke ‘democratie’ dan steunen?

woensdag, april 13, 2005

Totale vertwijfeling toen het Westen zich terugtrok - Paul Rusesabagina en Terry George over ‘Hotel Rwanda’

United Artists: Hotel Rwanda

Hotel Rwanda. Wie de film nog niet zag, haast zich best naar de filmzaal. De commentaren liegen er niet om: “de meest indrukwekkende film in zijn soort sinds Schindler’s list.” Een krachtig document dat het verhaal vertelt van Paul Rusesabagina, in 1994 manager van een luxe hotel in de Rwandese hoofdstad Kigali. In het heetst van de strijd slaagt hij erin om 1200 mensen te redden van de machetes. Wij waren op de avant-première in Brussel. Vooraf hadden we een gesprek met de echte Paul Rusesabagina én met Terry George, de bevlogen regisseur van de film.

Hotel Rwanda is een film met een missie. Wat hoopt u ermee te bereiken?
T.G.: “Ten eerste hoop ik dat mensen de zaal verlaten met het gevoel dat ze, net zoals Paul, kunnen protesteren tegen het slechte in deze wereld. Ten tweede moeten we het Westen beschamen, in de hoop dat de internationale gemeenschap volgende keer haar verantwoordelijkheid opneemt.”

Hoe kwam u op het idee om met Amnesty samen te werken voor Hotel Rwanda?
T.G.: “Ik ken de persattaché van het Amnesty kantoor in Los Angeles. Twee jaar geleden hebben we samen gewerkt aan de video voor de John Lennon song Imagine (die tijdens de mensenrechtendag in 2003 overal werd gespeeld voor Amnesty, nvdr.). Amnesty wil Hotel Rwanda gebruiken om de situatie in de DR Congo en Darfour te belichten.”

Cynisme

In de film geeft een Italiaanse cameraman een staaltje weg van journalistiek cynisme wanneer hij Paul met zijn voeten op de grond zet: “Ik vrees dat mensen mijn beelden zullen zien op het nieuws, dat ze even zullen stoppen met avondeten en zeggen hoe erg de beelden zijn, en dat ze vervolgens verder eten, de beelden reeds vergeten.” Deelt u die mening?
T.G.: “De uitdaging is mensen zover te brengen dat ze het er precies niet bij laten. Niet zoals onze politici die keer op keer hun ogen sloten: Cambodja, Irak, Rwanda en nu Sudan. Bij een recente missie naar Darfour is Paul meegegaan samen met een nieuwsploeg van het populaire Amerikaanse programma Nightline. Daarmee krijgt de problematiek de aandacht die het anders nooit zou gehad hebben. Nu willen we hetzelfde trachten te bereiken in Europa.”

T.G.: “Van de politieke kant bekeken gaat het over niet meer of minder dan institutioneel racisme. Het leven in Afrika is gewoon veel minder waard dan in de rest van de wereld. En die discriminatie moet stoppen. Wat houdt ons tegen om er in Sudan dezelfde middelen tegenaan te gooien als op andere plaatsen?

Mr. Rusesabagina, geeft de film volgens u een goed begrip van wat er gebeurd is?
P.R.:“Hangt er vanaf wat je bedoeld. Het objectief van de film was niet zozeer om echt de genocide te laten zien. Wel wat er gebeurd is in het hotel des Milles Collines. Alhoewel er genoeg gesuggereerd wordt van de gebeurtenissen in de straten van Kigali. In feite gaat het erom mensen te doen beseffen dat er ook nog mensen waren die andere mensen hielpen.”
T.G.: “Het mooie aan de persoon van Paul is dat hij erg veel van de meesten van ons weg heeft: hij is een geraffineerd man uit de middenklasse met een mooi gezin die in een vreselijke situatie terecht komt. Hij ziet zichzelf geplaatst voor aartsmoeilijke keuzes.”

Was het moeilijk voor u om de film te helpen maken?
P.R.: “Niet echt. Voor de film had ik al veel contacten met journalisten. Dat maakt dat ik wist welke aspecten in mijn verhaal belangrijk waren. De mediamensen hadden het verhaal van de Milles Collines al gehoord kort na de dramatische gebeurtenissen in 1994. Ze vroegen aan het overblijvende personeel in het hotel wat er was gebeurd, hoe het kon dat het hotel en zijn bewoners zo weinig had geleden. Allen verwezen ze naar mij. En ze zijn beginnen zoeken. Tot ze mij terugvonden hier in België...”

Deze film vertelt het verhaal over de moed van één man, een typisch Westers uitgangspunt. Is dit uw manier om de missie over te brengen?
T.G.: “Mijn eerste plicht is om een stuk entertainment te brengen. Je moet eerst mensen willen laten komen kijken. De film is eerder een springplank naar meer kennis over het gebeurde dan een echte studie of een verhaal over wat er gebeurde. Maar film is een zeer krachtig medium: mijn grote voorbeelden in deze zijn “Schindlers list,” de “Killing Fields” over Cambodja en “Missing” over Chili.”

Over de genocide zelf. Voelde u die aankomen?
P.R.: “Er waren al slachtingen geweest op verschillende plaatsen in het land. Rond Kigali stikte het van de vluchtelingen. De toenmalige president (Juvenal Habyarimana, nvdr.) had zelf ook een militie opgericht die opposanten uitmoordde. Iedereen had schrik. Veel mensen waren reeds buiten de stad gaan wonen. Op 4 augustus werd een vredesbestand getekend met de rebellen. En dan kwam de V.N. met soldaten om de vrede te bewaren. Dat was een teken van hoop voor ons. Het moment dat de internationale gemeenschap haar handen van het Rwandese wespennest af haalde was er één van totale vertwijfeling voor iedereen.” (In de film een onvergetelijk beeld wanneer Paul met zijn Afrikaanse gasten achterblijft in de regen terwijl Franse soldaten alle Westerlingen naar de luchthaven escorteren).

Déja-vu

U bent pas terug gegaan, vele jaren later, samen met Terry George. Was het land veranderd volgens u?
P.R.: “Er was niets ten goede veranderd. De wegen waren nog steeds kapot, nergens werkte de electriciteit enz. De situatie is weer net zo penibel als net voor de genocide... Ook reeds toen ik definitief vertrok in 1996 begon ik in te zien dat alle machthebbers op elkaar lijken.”

Vandaag wil president Kagamé de begrippen Hutu en Tutsi van de aardbodem doen verdwijnen. Vind u dat een goed idee?
P.R.: “Dat men Hutu en Tutsi niet meer op het paspoort zet is een prima idee. Maar het zijn nog steeds mensen die mensen gedood hebben. Een oplossing zal er pas echt komen als we allemaal aanvaarden wie we zijn. Je moet mensen laten praten met elkaar, ze rond één tafel zetten.”

Krijgt u een déjà-vu gevoel bij wat er in Darfour gebeurd?
P.R.: “Helemaal. Alles wat daar gebeurt volgt hetzelfde verloop als in Rwanda. Er zijn nu 2 miljoen inheemse vluchtelingen in Soedan. Het conflict is twee jaar aan de gang. In Darfour schieten helicopters van de overheid vanuit de lucht op weerloze vluchtelingen. Dat is perfect vergelijkbaar met de militie van Habyarimana. Ze gaan zelfs de waterputten vergiftigen van de geviseerde bevolking. Dat is je reinste etnische zuivering!”

En waarom toch? Wat hebben ze erbij te winnen?
P.R.: “Het schijnt dat er veel olie zit in de provincie Darfour... (diepe zucht). Het is steeds hetzelfde. Men is nu een tweede genocide aan het maken. En het Westen doet weer niets.”

Vind u dat de wereld überhaupt iets geleerd heeft sinds 1994?
T.G.: “We hebben nog steeds de VN Vredesmacht niet hervormd. De MONUC in Oost-Congo is een totale mislukking, ze zijn er niet in geslaagd de interhamwe te ontwapenen, noch stabiliteit te brengen in het gebied. Ik heb gesproken met vele activisten. Wat we nodig hebben is een internationale politiemacht, geen kleine legertjes zonder mandaat of middelen...”

donderdag, januari 13, 2005

Wat Amnesty wil

[reactie op lezersbrief]

Geachte Pia,

Bedankt voor je reactie op het laatste nummer van Amnesty Nieuws. Het is fijn te merken dat ons ledenblad grondig gelezen wordt. Graag wil ik dan ook even doorgaan op je opmerkingen.Eerst en vooral kan ik (en waarschijnlijk kunnen al onze redacteurs dat) me volledig vinden in je laatste paragraaf: ze verdienen onze hoop, al die slachtoffers van mensenrechtenschendingen overal ter wereld. En het klopt ook dat positiviteit en daadkracht krachtige middelen zijn. Maar het ene gevoel dat mensen in beweging brengt is verontwaardiging. Dat is het wat Peter Benenson en de zijnen beroerde bij de eerste Amnesty actie. Ze konden eenvoudig niet lijdzaam toezien hoe twee Portugese studenten werden opgepakt enkel en alleen omdat ze een dronk op de vrijheid uitbrachten. Het is diezelfde gemeende en eerlijke verontwaardiging die Amnesty leden overal ter wereld in beweging brengt en naar hun pen doet grijpen.

Dat neemt niet weg dat het niet allemaal kommer en kwel is. De wereld evolueert en we behalen ook resultaten. We proberen met het ledenblad dan ook een balans te houden: in een aantal artikels brengen we positieve evoluties en menselijke verhalen. In het december nummer lezen we dat zelfs bejaarde dictators stilaan hun onschendbaarheid verliezen, of dat er stappen gezet worden in de richting van een mijnenvrije wereld. Of we lezen over het engagement van een beiaardier voor Amnesty. In andere artikels kaarten we problemen aan die onze aandacht vragen, zoals de mensenrechtensituatie in de Europese Unie. Een oplossing geven voor het geformuleerde probleem, dat is vaak niet zo eenvoudig gezien de complexiteit van het gegeven. Uit het artikel blijkt wel dat Amnesty de situatie op de voet volgt en haar aanbevelingen op papier zet.

Met andere woorden, jullie en wij allemaal (Amnesty leden) zijn een deel van de oplossing, want met hoe meer we zijn, hoe groter de druk op regeringen om de eigen grondrechten effectief in de praktijk te brengen.De rubrieken Column en In de Marge tenslotte zijn commentaarstukjes en dus altijd wat scherper geformuleerd. Deze rubrieken zijn a.h.w. uitgevonden om de verontwaardiging in al zijn geweld van het blad te doen spatten. Voor nuance en antwoorden moet je hier meestal niet zijn. De geboden ruimte laat overigens ook niet toe om de aangeklaagde feiten uit te werken en oplossingen voor te stellen.Dat het soms allemaal wat te veel wordt voor een goed menend mens, dat gebeurt iedereen van ons regelmatig. En neen, we hoeven onszelf niet met een reusachtig schuldcomplex op te zadelen. Anderzijds moeten we onze kop ook niet in het zand steken voor de realiteit: de belangrijkste beslissingscentra op deze planeet liggen nog steeds in wat we gemeenzaam 'het westen' noemen: Europa en Noord-Amerika. De beslissingen die hier genomen worden zijn lang niet altijd positief voor de menselijke vooruitgang al wordt er veel lippendienst bewezen aan zaken zoals mensenrechten. Als we het dus hebben over de Westerse mogendheden, dan gaat het over een ideologisch en economisch systeem dat luistert naar de belangen van eender wie geld en macht bezit, een systeem dat diep geworteld is in onze contreien. Om nu al de concrete mensen die daarin een rol spelen kwaadaardig te noemen, daar gaat het niet om. Buiten die politieke leiders die echt bloed aan de handen hebben kan je mensen in beslissingscentra hoogstens een gebrek aan verantwoordelijkheid aanwrijven. Wat Amnesty wil, is het systeem veranderen: democratische controle inbouwen, respect voor mensenrechten op alle niveaus doen ingang vinden, daders verantwoording laten afleggen, eender waar ter wereld... het zou al lang een evidentie moeten zijn.

Nog eens dank voor de reactie. Ik blijf zitten met het verontrustende gevoel dat dit bericht geen volledig antwoord biedt. Maar dat is het lot van iedere hoofdredacteur tegenover terechte bekommernissen van betrokken lezers. We zullen toch trachten ze in rekening te brengen.

Hartelijke groet,

Koen Stuyck,
Amnesty Nieuws

vrijdag, oktober 15, 2004

[Column] Ze geven er geen zak om

Nationale feestdagen in China zijn een feest voor schoolkinderen. In plaats van een saai dagje vrij krijgen ze een wel heel speciale schooluitstap aangeboden. Het zijn gastjes tussen zes en zeventien jaar jong. Met honderden tegelijk worden ze naar een plek gevoerd waar reeds duizenden mensen staan te wachten. Ze luisteren naar de voorgelezen beschuldigingen van gevangenen. De aantijgingen zijn moord, overval en ontvoeringen. Ter plaatse, in het openbaar, worden zes gevangenen veroordeeld, naar een executieplaats gebracht en omgebracht met de kogel.
Dat alles, nog steeds voor de ogen van de kinderen en de talloze andere toeschouwers. Dit gebeurde tijdens een herfstfestival eind september in de provincie Hunan. Ruim duizend mensen werden tussen oktober en december omgebracht door de overheid.

Enkele maanden ervoor nam een redacteur van Amnesty Nieuws een interview af in Peking. Zijn gesprekspartner was de directeur van een Europese ngo die al jaren de politieke ontwikkelingen volgt in het land. Maar we mochten het artikel niet publiceren, de contactpersoon in kwestie kwam terug op zijn openhartige toon tijdens het interview. Er stond teveel gevoelige informatie in de tekst. Ging het dan over staatsgeheimen? Neen, het ging om een algemene analyse van de toestand sinds de gebeurtenissen op het plein van de Hemelse Vrede, 10 jaar geleden. Onze redacteur krijgt de raad om voorzichtig om te springen met internet want de Chinese overheid heeft de controle opgevoerd. Zelfs sms’jes worden naar verluidt nu onderschept en op ‘gevaarlijke woorden’ nagekeken.

Eind september kwam ook een delegatie terug van Darfur. We worden
allemaal al meer dan een jaar rond onze oren geslagen met de ellendige omstandigheden van de vluchtelingen, met al die bijna dode levens.
Onze topvrouw, Irene Khan, heeft het over de ontiegelijke traagheid waarmee de crises wordt aangepakt.

Kinderen in China of kinderen in Darfur. Ze geven er geen zak om, de Westerse mogendheden. En voor die Afrikaantjes nog minder, de Chinese, dat zijn nog goedkope arbeidskrachten. It’s the economy, stupid.

woensdag, oktober 13, 2004

Beiaardiers hangen mensenrechten aan de grote klok

Mensenrechtendag, 10 december 2003, precies half zeven ‘s avonds. Een uniek moment in de vaderlandse geschiedenis. Talloze mensen in de Vlaamse binnensteden keerden hun hoofd naar de hemel en luisterden hoe oude beiaards vanuit hoge klokkentorens ‘Imagine’ zongen. Over heel Vlaanderen speelden 25 beiaardiers het beroemde lied speciaal voor Amnesty. De reacties waren zo enthousiast dat ze het dit jaar nog eens over doen. Dringend tijd voor een babbel met Carl Van Eyndhoven, voorzitter van de Vlaamse beiaardvereniging.

[Body]: Als een arendsnest hoog in de bergen, zo ?hangt de ‘stuurhut’?? van de beiaardier op zo’n slordige 90 meter boven de Antwerpse Groenplaats. Opgehangen tussen gotische spijlen die samen de spitse pinakel van de kathedraaltoren schragen. De houten cabine hangt tussen een woud van klokken, die ondanks de stevige wind op deze hoogte roerloos hangen.
Na een klim van 400 verweerde trappen komen we enigszins buiten adem op het platform in de toren vanwaar een houten ladder naar de cabine leidt. Het kleine interieur wordt haast volledig ingenomen door het stokkenklavier. Aan de muur oude foto’s van de grote voorgangers. We zetten ons op het bankje voor het klavier.

Carl Van Eyndhoven is organist en muziekpedagoog maar zijn absolute passie is de beiaard, daarom ging hij nog 5 jaar bij studeren in de beiaardschool van het Nederlandse Amersfoort. Naast een fulltime betrekking als docent aan het Leuvense Lemmensinstituut waar hij les geeft in… beiaardspel is hij nu als vast beiaardier verbonden aan de stad Mol. En bovendien is hij voorzitter van de Vlaamse beiaardvereniging. Dat is wel heel veel beiaard voor één man.
“Ja, ik ben er echt wel aan verknocht,” lacht Carl Van Eyndhoven. “Klokken hebben een grote symbolische functie. Ze zitten als het ware in ons collectief geheugen ingebeiteld. Mensen moeten ook luisteren als je speelt, het is moeilijk om je ervoor af te sluiten. Bovendien kunnen ze een bepaalde boodschap verklanken.”

Zoals de boodschap dat mensenrechten belangrijk zijn? “Natuurlijk. De vraag tot samenwerking kwam er op suggestie van Luc Rombauts, beiaardier van de Leuvense universiteitsbibliotheek. Het idee kwam van jullie directeur (Jan Brokatus, nvdr.) die Luc erover aansprak in Leuven. We hebben er goed over nagedacht in het bestuur. Want morgen kunnen anderen aan onze deur kloppen en wat doen we dan? Maar Amnesty vinden wij belangrijk. De waarden waar Amnesty voor staat, daar kan je niet tegen zijn, ze zijn universeel.
We zouden bijvoorbeeld nooit hetzelfde doen voor een politieke partij.”

Het viel op hoe de beiaardiers er vorig jaar voor gingen. Was het zo eenvoudig hen te overtuigen om mee te doen? “Beiaardiers werken in een kleine wereld. Iedereen kent iedereen en er is veel solidariteit onder elkaar. Toen we met het bestuur de oproep lanceerden waren de reacties heel positief. De actie kostte ons ook weinig moeite. De beiaardiers moesten gewoon op 10 december om 18u30 één nummer spelen, we bezorgden aan iedereen die mee deed op voorhand het arrangement voor Imagine. En de reacties van het publiek waren onverdeeld enthousiast. We hebben met de Vlaamse beiaardvereniging altijd geprobeerd de beiaard positief in het nieuws te brengen. Met beperkt succes. Door de samenwerking met Amnesty was de belangstelling overdonderend. We kwamen op Klara, Radio 1, verschillende kranten, zelfs Studio Brussel kwam opnemen. Het sprak behoorlijk tot de verbeelding.. En dat hebben wij alvast nog nooit meegemaakt. Nu hopen we er een traditie van te maken op 10 december.”

Wat staat er dit jaar op het programma? “Dit jaar is het thema van de Mensenrechtendag het artikel 4 van de UVRM, nl. het verbod op slavenarbeid. En dus spelen we het overbekende slavenkoor uit de opera Nabuko van Verdi.”
In Lier spelen jullie een heuse marathon, van 10 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds. Waarom precies Lier?
“De beiaard van Lier is pas volledig gerestaureerd, pas in september werd hij opgeleverd. Het stadsbestuur van Lier zag het ook onmiddellijk zitten, toen we de vraag stelden; 10 december is meteen het moment om er een feest van te maken. Voor de gelegenheid zakken een tiental beiaardiers af naar de stad aan de Nete, ze zullen elkaar om het uur aflossen aan het klavier. In de vooravond haasten elk van hen zich terug naar hun eigen beiaard want om half zeven moeten overal de eerste noten van het slavenkoor weerklinken, van Limburg tot aan de kust.”

Kan je eigenlijk alles spelen op zo’n beiaard? “Eigenlijk wel. Alleen bestaat er vaak geen aangepast arrangement. Maar dat kan geschreven worden; ik heb al Metallica en Bon Jovi gespeeld in Mol. Op de dag na zijn dood speelde ik Frank Sinatra en beneden aan de toren stond een fan mij op te wachten met tranen in zijn ogen en een fles wijn.


Vorig jaar waren er zelfs te weinig beschikbaar en moest ik enkele van mijn studenten inschakelen.

Toen ik vorig jaar Imagine speelde, liepen de rillingen over mijn rug. EN wat me persoonlijk opviel aan deze hele organisatie is de wonderlijke wijze waarop deze samenwerking tot stand kwam.

Dit jaar zullen lokale Amnesty-groepen volop kunnen participeren. Voor mij

Laatste vraag: is het niet vreselijk koud om hier in de winter te spelen?
Carl Van Eyndhoven: “ dat valt heel goed mee, het is een afgesloten cabine,
met verwarming. Spelen in de winter heeft trouwens veel charme, wanneer beneden de ‘gluhwein’ staat te borrelen. Een idee alvast voor de lokale Amnesty-groepen…

woensdag, mei 12, 2004

[Column] Schuld

Moederschap. Het weegt. Er rust een de-facto eindverantwoordelijkheid op je voor de kinderen. Je schuldgevoel is steevast groter. Wanneer je even geen tijd hebt voor hen, wanneer ze naar de crèche gaan, wanneer je je werkstress mee naar huis neemt… Ik moet denken aan een film uit de vroege jaren zeventig waarin een man een weddingschap aangaat met zijn thuiswerkende vrouw en vervolgens het huishouden overneemt voor een jaar. De man verliest zijn weddingschap en zet zijn vrouw in de bloemetjes. Moraal van het verhaal: een huishouden met 3 kinderen runnen en elke avond op tijd een warm bord op de tafel, het is een dagtaak op zich, en één die minstens evenveel kunde en organisatietalent vereist als de bureaujob van manlief. Mooi zo, maar dat was de vroege jaren ’70, en slechts één ouder ging werken. En vooral, ik zie ze nog bevestigend knikken na die film, die lieve moeders van toen. Maar intussen vergaten ze wel hun jongetjes anders op te voeden.

Ach, die jongetjes van toen, vrije vogels, levend in boomhutten en luchtkastelen, zonder zorgen of verantwoordelijkheden, aangepast aan een leven als voetzoeker in de steppe. Soms waren het gekwetste vogeltjes, maar ook dan klapperden ze dapper hun vleugeltjes in de wind, om snel weer het gevaar uit hun ingebeelde verhalen te trotseren.

Dertig jaar later worden moeders van nu dagelijks afgeblaft, van de weg gereden, gediscrimineerd op de werkvloer omwille van hun vermogen nageslacht op de wereld te zetten. Of nog erger: ze worden mishandeld en verkracht, onder druk gezet om nog meer te presteren. Verplicht om hun gevoelens te verbijten. En dan gaat het voor één keer niet over gebieden vol oorlog en armoede. Het gaat over ons. Hier.
Het is godgeklaagd. Ik kan er niet meer tegen. Als ik zo geen angst had voor de verantwoordelijkheid liet ik me ombouwen. Uit solidariteit.

dinsdag, april 06, 2004

Huispersoneel in India: “belachelijk, dom en simpel” - Belgische zuster neemt het op voor meest uitgebuite vrouwen

Toen Jeanne Devos in 1963 naar India trok, was ze sterk gefascineerd door het mystieke en de verbondenheid met alles. Maar al snel botste ze in haar zoektocht naar diepe menselijkheid op de manifeste ongelijkheid in de Indiase samenleving. Nu, veertig jaar later, is ze de patrones van vrouwen die tot voor kort totaal genegeerd werden in haar rechten: huispersoneel. Amnesty zocht haar op in haar piepkleine appartementje in Mumbai.

Na een tijdje gewerkt te hebben met gehandicapten en dorpsontwikkeling kreeg je begin jaren ’80 een sterke voorkeur voor vrouwen, waarom die toespitsing?
“Omdat vrouwen een cruciale rol spelen in ontwikkeling. En ook omdat ze op zo’n massale manier worden geëxploiteerd. Mijn interesse ging uit naar de meest uitgebuite van allemaal: de sekswerkers en het alomtegenwoordige huispersoneel waarin ik me al snel begon te specialiseren omdat ze zo’n
totaal onderbelichte en verborgen groep vormen.”

Wat is er zo specifiek aan hun situatie?
“Ze hebben geen enkele mogelijkheid iets te doen met hun ervaringen. Die worden enkel vanuit het perspectief van de werkgever geïnterpreteerd. Ik wilde hen een eigen stem geven. Ze toelaten hun eigen verhaal te vertellen. Eerste probleem is dat hun eigenwaarde vernietigd is: hun ‘wij zijn goed voor niets houding.’ En verder: hun totaal gebrek aan rechten; in de media worden ze voorgesteld als belachelijk, dom en simpel. Ook kunnen ze zich niet organiseren, er bestaat geen vakbond voor hen.”

Was het eenvoudig om zich met deze relatief onbekende problematiek in te laten? “Er was veel tegenstand: ik kreeg allerlei bedreigingen, je werkt tenslotte alle machtigen tegen, iedereen die het zich kan veroorloven heeft huispersoneel. Gelukkig geloofde mijn congregatie in mij en ook bij Broederlijk Delen vond ik van in het begin steun. Na een tijdje zegden ook Indiase mensenrechten advocaten hun steun toe. Ondertussen hebben we 11 wetsvoorstellen kunnen indienen in het parlement. In één van de eerste voorstellen uit 1989 worden een aantal basisrechten opgesomd. Nadat het in vier staten werd voorgesteld is het aangenomen in Tamil Nadu. In Mumbai werd het eveneens aangenomen maar lieten tegenstanders alle cijfers eruit halen. Zo overleefde het voorgestelde minimumloon de tegenkanting niet. Wél, en dat was nieuw, werd het bestaan van huisarbeiders erkend.”

Jullie staan niet helemaal alleen met dat werk, mogen we hopen? ”Wij lanceren de wet mee, maar het lobbywerk wordt gedaan door specialisten. Van de wetsvoorstellen zijn er twee gedaan op nationaal niveau. Maar India is sterk gefederaliseerd. De anderen zijn op staatsniveau ingediend.
In de media hebben we onderhand wel 2 à 3 journalisten op onze hand in elke grote krant. Als er iets gebeurd, een verkrachting of een dood van een huisarbeidster, dan slagen we erin om dat in de media te krijgen.
Er zijn ook dievenbendes die misbruik maken van het statuut van huispersoneel. Ze melden zich aan als werker, winnen het vertrouwen van de eigenaar en bestelen en vermoorden dan iedereen. Wij helpen mee deze bendes te ontmaskeren en het publiek ervoor te waarschuwen via de pers.”

“We hebben ook een nationale campagne opgezet tegen vrouwenhandel. Zo zijn er zogenaamde ‘handelaars’ die naar de dorpen gaan en die meisjes kopen om ze in de stad weer te verkopen. Luisteren naar de vrouwen is belangrijk: hun verhalen zijn de realiteit. En daarmee gaan we aan de slag. Zo hebben we voor één wetsvoorstel bijna 1 miljoen handtekeningen kunnen verzamelen, meestal duimafdrukken want weinigen kunnen schrijven.”

Moet je nu, na al die jaren, nog oppassen voor je eigen veiligheid? “De Indiase ambassade in België pluist de Belgische pers sterk uit: als ze iets vinden dat tegen de regering ingaat, staan ze heel snel hier en kunnen ze het me knap lastig maken om nog campagne te voeren. Maar mij persoonlijk raken, neen. Daarvoor is het merk Jeanne Devos ondertussen te bekend.”

dinsdag, oktober 14, 2003

Dick Oosting: “vroeger was Amnesty een afstandelijke organisatie”

Stevig verankerd zijn in Europa is uiterst belangrijk

Dick Oosting is niet de eerste de beste. Ooit stond hij mee aan de basis van de Urgent Actions van Amnesty International. Sindsdien heeft hij zowat alle watertjes doorzwommen bij Amnesty. Hij is één van de weinigen die sinds 1973 professioneel actief zijn in de beweging. Nu is hij sinds enkele jaren directeur van het Europese kantoor van AI. Wij hadden een gesprek met deze bevoorrechte getuige, over dertig jaar Amnesty en over de Europese boom.

Je hebt een indrukwekkende carrière achter de rug bij Amnesty. Wat waren voor jou de belangrijkste gebeurtenissen?
“1973 was getekend door de eerste grote anti-martelcampagne. De campagne was enorm succesvol en binnen het IS werd er een aparte afdeling opgericht: de CAT of ‘campagne voor de afschaffing van martelingen.’ De belangrijkste vraag was toen: hoe kunnen we effectief actie voeren tegen dreigende marteling? We schrijven begin 1974, ik was net begonnen op het IS. Ik had twee jaar achter de rug bij een jonge Nederlandse sectie waar ik vluchtelingenwerk deed. In Londen werd ik stafvertegenwoordiger in het internationaal bestuur voor de campagnedienst. Midden ’74 hebben we dan het model van de Urgent Action bedacht. Aanleiding was een jonge Braziliaanse intellectueel die door het toenmalige régime in Brazilia zonder vorm van proces werd aangehouden omdat hij zijn mening te openlijk had geventileerd. Die eerste actie had een geweldig succes en lag mee aan de basis van de uitzonderlijke groei die Amnesty meemaakte en op de wereldkaart zette. Toen ik in 1977 plaatsvervangend secretaris-generaal werd, barstte de hele organisatie uit zijn voegen. In de vijf jaar die daarop volgde hebben we het IS sterk uitgebouwd. Wanneer mijn carrière in ’82 een andere (rustigere) wending nam was ik er echt aan toe. Amnesty zou ik pas terug zien in 1999 toen men voor de EU een nieuwe directeur zocht.”

Is Amnesty op die dertig jaar dichter bij zijn doelstellingen gekomen?
“De eigenlijke doelstelling: respect voor mensenrechten overal ingang doen vinden? Neen. Maar mensenrechten hebben wel een onwrikbare plaats verworven op de internationale agenda. En wat aan wetgeving ontwikkeld is, is fenomenaal. Mensenrechten zijn een verworvenheid geworden. Alleen schort het natuurlijk aan uitvoering. Momenteel is de mensenrechtenbeweging zoekende naar een nieuwe rol, maar Amnesty’s invloed blijft heel noodzakelijk en relevant!”

Begin jaren ’80 stond je mee aan de basis van de EU-afdeling: een moeilijke start?
“Europa was een economische woestijn tot de Lomé-conventies werden afgesloten, wat nu de Cotonou akkoorden heet. Met deze akkoorden kreeg Europa eindelijk een ontwikkelingsbeleid. Wij wilden lobbywerk verrichten naar het Europees parlement om aan die akkoorden een luik mensenrechten te verbinden. Die eerste jaren had Amnesty hier een éénmanspost. Het is pas begin jaren ’90 dat mensenrechten veel belangrijker zijn geworden voor de EU en de afdeling werd uitgebreid tot 3 mensen. De omslag kwam niet van het Internationaal Secretariaat maar van de Europese secties: zij wilden een meer rechtstreekse link met Brussel als hart van de Europese instellingen.”

Hoe zou je jullie relatie met het IS dan omschrijven?
“Amnesty is een heel centralistisch geleide organisatie met een krachtig centrum: het IS. Alle research en beleid kwam van Londen. Door de oprichting van de Amnesty EU associatie ontstond defacto een buitenpost van het IS. Daarmee werd een soort taboe doorbroken, het ging nl. tegen de centralistische cultuur in. Toen ik hier zelf kwam werken zag ik dat Europa een belangrijke actor was geworden en dus een heel belangrijk strategisch doel voor een grote mensenrechtenorganisatie. Londen had echter niets met de EU. Je zou het een geluk bij een ongeluk kunnen noemen: onze kleine organisatie kon zich ontwikkelen los van het IS. Als je de EU wil benaderen dan is het goed om toegesneden informatie te hebben. Maar wij zijn generalisten. Dus daarvoor moesten we terug in Londen zijn. Ondertussen beginnen ze ons te ontdekken en komen de researchers regelmatig naar ons toe als ze denken dat Europa benaderen kan helpen met hun dossiers.”

Is Europa wel efficiënt te benaderen?
“Europa heeft betrekkingen met heel de wereld. Het potentieel om mensenrechten te belijden is erg groot. Maar met de Europese integratie is er het risico dat we volledig overladen worden door werk. We zijn nu met 7 mensen, er is genoeg werk voor 70… Om de Unie goed te bespelen moet je verdomd goed weten wat, waar en wanneer gebeurt. Geen eenvoudige opdracht in de enorme bureaucratie die Europa is. Je moet ook een betrouwbaar profiel ontwikkelen om over een ruime onderhandelingsmarge te beschikken. Om dat te kunnen hebben we een heel netwerk van lobbyisten opgezet in samenwerking met de landelijke kantoren. Want net zoals de Europese instellingen moet je sterk vertegenwoordigd zijn in elke Europese hoofdstad. Wij spreken ondertussen van de ‘Johanson-doctrine,’ (naar de directeur van AI Finland, Frank Johanson, nvdr): binnen de Unie is elk lobbywerk per definitie EU-lobby omdat alle buitenlands beleid gelinkd is aan EU-beleid. Kleine en zelfs grote landen beginnen zich meer en meer achter een gemeenschappelijk beleid te scharen.”

Is de Unie nu meer bezig met mensenrechten?
“Dat is een moeilijke vraag. De grootste vraag is steeds geweest hoe we de nieuwe waardengemeenschap Europa gaan invullen. Amnesty heeft steeds hard gelobbyd om die ook in de praktijk te brengen met beleidsinstrumenten. Eén duidelijk succesverhaal zijn de “richtlijnen tegen martelingen.” Toen Amnesty drie jaar geleden zijn wereldwijde campagne tegen martelen opzette, hebben wij een speciale EU-strategie ontwikkeld: een aantal praktische maatregelen die de EU zou kunnen nemen tegen martelingen en de doodstraf. Een half jaar later nam de raad de richtlijnen aan. Het is een mensenrechtenclausule die staat in elk verdrag dat de Unie uitgeeft. Ze vormt een sterk sanctie-element al schort het nog vaak aan toepassing wanneer de veiligheids- en economische belangen van de lidstaten in het gedrang komen.
Ook wordt er op vele manieren samengewerkt met de administraties: de publieke rapporten van het IS gaan automatisch naar de officiële instanties in Brussel, zowel in de Raad als de Commissie. Zelf volgen we natuurlijk ook de Europese agenda, wat een heel arbeidsintensief proces is maar het laat ons toe te bepalen waar en wanneer extra lobbywerk nodig is. Een aantal agendapunten bepalen we zelf. Als Amnesty een grote actie gaat voeren dan vertalen wij die naar de EU. Als AI bijvoorbeeld een rapport uitbrengt over Tunesië terwijl de EU met dat land onderhandeld over een associatieakkoord, dan zullen wij het IS vragen zijn timing aan te passen. Op die manier krijgen we een soort makelaarsfunctie tussen het IS, de secties en de realiteit van de Europese instellingen.”

De afgelopen 10 à 20 jaar kwam er een hele dynamiek op gang in de mensenrechtenbeweging. Hoe gaan jullie daar mee om?
“Er kwam inderdaad een explosie van mensenrechten organisaties en die gingen elkaar steeds meer vinden. Bovendien wordt ook steeds meer de link gemaakt met ontwikkelingssamenwerking, sociale doelen en milieu. Dat maakt dat de hele civiele samenleving straks sterker dan ooit zal kunnen opereren. Vroeger was Amnesty een afstandelijke organisatie. Die tijd is voorbij. Je kunt niet meer soloslim opereren: vele zaken hebben bredere implicaties. Stevig verankerd zijn in het Europese weefsel is uitermate belangrijk.”

vrijdag, april 25, 2003

De VS in Irak: de ene oorlogsmisdaad na de andere - Vlaamse dokter getuigt

Dokter Harrie Dewitte is een gedreven man. Maar een avonturier is hij niet, zegt hij. Toch trok hij naar Bagdad om in het heetst van de strijd hulp te bieden aan een geterroriseerde bevolking én om getuige te zijn van het vuile spel dat de oorlog is. Het was allemaal nog veel erger dan verwacht. Amnesty sprak met deze bevoorrechte getuige.

Was u voorbereid op wat ging komen?
“In mijn hoofd speelden drie begrippen waar we maanden aan één stuk mee rond de oren werden geslagen. Ten eerste massavernietigingswapens, ze zullen die nu toch wel eens gaan vinden? Tenslotte was dat de hoofdreden voor die hele aanval. Ten tweede: de strijd tegen terreur. En ten derde: clean war. Welnu, elk van die begrippen kregen tijdens mijn verblijf in Irak een totaal andere inhoud.”

Welke betekenis kregen ze dan?
“Het begon al bij de reis. We vlogen op Damascus en vonden een taxi die ons de hele 900 kilometer naar Bagdad wilde brengen. Ondanks de wegblokkades aan de grens en de oprukkende oorlog en het gevaar van gewelddadige milities. Hij bracht er ons allemaal zonder kleerscheuren voorbij. Maar pas bij het naderen van de hoofdstad voelden we ons gevoel voor verhoudingen écht aangesproken. Het was een laatste stuk van 7 kilometer voor de grenzen van de stad. De bombardementen waren hier kortgeleden overheen geraasd. Langs en op de weg stonden de uitgebrande tanks van het Irakese leger. Hun luchtafweergeschut bestond uit manuele geschutskoepels. Je moet je voorstellen dat soldaten door aan een wieltje te draaien hun vuurmond op het doelwit richtten. Met hun geschut konden ze hoogstens 5 à 7 kilometer hoog schieten terwijl de Amerikaanse vliegtuigen bombarderen van op 10 à 15 kilometer hoogte. Vergeleken bij de satellietgeleide en computergestuurde reuzetanks van de tegenstanders zagen de Irakese rupsvoertuigen er klein en verouderd uit. Waar waren de zogenaamde massavernietingswapens?”

En toen moest het nog beginnen. Wat waren de zwaarste momenten?
“Onze ergste dag was toen de stad werd ingenomen. We bevonden ons in het Saddam Centre for Plastic Surgery. Dat was omgebouwd tot noodhospitaal met allemaal bedden en materiaal voor de eerste opvang van gewonden. Ik had grote bewondering voor de motivatie van de lokale artsen. Die zouden een comfortabel en goed betaalde loopbaan kunnen genieten in de golfstaten, maar neen, het was hun plicht om hun volk bij te staan in hun ergste nood. Een primair humanitaire reflex.
Om 13 uur staken de Amerikaanse tanks de Tigris over. We hoorden de granaten in hoog tempo vliegen. Tien minuten later kwamen de eerste gewonden, allen burgers, binnen stromen. Hun verhalen klonken steeds eender: de mensen zagen de tanks en onmiddellijk volgde een regen van kogels en granaten. De slachtoffers kwamen toe bij bosjes, op stootkarren, gedragen door totaal ontredderde familieleden of toevallige voorbijgangers die zelf gewond waren. Op dat ogenblik begreep ik wat het begrip “clean war” echt betekende: een oorlog zonder getuigen - ze schieten eenvoudig de straat schoon.”

“We are still human beeings.”

Hebben jullie de Amerikaanse soldaten geconfronteerd met jullie getuigenissen?
“De tweede shock kwam niet veel later. We hoorden de aanhoudende sirene van een ambulance buiten. Het splinternieuwe voertuig was letterlijk doorzeefd. Achterin lagen twee zieltogende slachtoffers, de verpleger was getroffen in de rug, hij kon enkel gered worden na een operatie van 7 à 8 uur. Voor de bestuurder was het te laat. Ondanks hun duidelijk medische missie waren ze onder vuur genomen door een Amerikaanse patrouille.
Op dat ogenblik knakte er iets bij onze medisch directeur: ik zie hem nog neerzakken op een stoel. Al dagen was de man in de weer, in verschrikkelijke omstandigheden zijn ziekenhuis recht trachten te houden. Het enige wat hij zei: “we are still human beeings.” Wanneer we de Amerikaanse soldaten later confronteerden met het gebeurde, hadden ze het over zelfmoordcommando’s. En dit was geen alleenstaand geval. Er werden nog verschillende andere ambulances onder vuur genomen. We hebben van alle verklaringen video-opnamen gemaakt, ook de kogelgaten en de slachtoffers zijn gefotografeerd – we zullen dan ook klacht neerleggen tegen generaal Franks.”

Iedereen verbaasde zich hier over de plunderingen. Hoe hebt u dat meegemaakt?
“Het was de derde shock van die dag. De plunderaars waren net als een bende wolven. Als we niet zo verontwaardigd waren geweest dan had het feit ons heel bevreemdend voorgekomen. De meute kwamen in het zog van de zogenaamde bevrijders. Alle controle leek verdwenen te zijn. Alles waar ze langs kwamen moest eraan geloven. Officiële gebouwen, ziekenhuizen, ze vernielden grondig. Het Saddam Centre for Plastic Surgery was één van de weinige ziekenhuizen die aan de plundering ontsnapte, niet zozeer omwille van de twee dokters die aan de poort stonden met kalashnikovs, maar eerder omdat Reuters, die er een gewonde journalist had liggen, de Amerikanen kon overtuigen om dat ziekenhuis te beschermen. Daarop was één jeep en twee soldaten voldoende om de wolven buiten te houden. Merkwaardig toch.
De volgende dag probeerden we de discussie aan te gaan met een deel van de bende die het ultramoderne fertility-center binnen viel. Maar het hielp allemaal niets. Kabels werden uitgetrokken, toetsenborden meegenomen. Er stond een nieuwe NMR-scanner, een toestel dat miljoenen kost en dat ze in de komende weken nog hard zouden nodig hebben. Ik zag hoe ze met de monitor aan de haal gingen, onbruikbaar voor andere doeleinden. De zinloosheid!”

Zoals u het beschrijft lijkt het haast opgezet spel…
“Enige dagen later hebben we kennis gemaakt met een Irakese zakenman. Hij had afdelingen van zijn bedrijf in alle delen van het land. Volgens hem waren de plunderaars in Bagdad dezelfden als in Basra en spraken ze een dialect dat niet van de hoofdstad was. Hoe verklaar je dat?”

De methoden waarvan de Verenigde Staten zich bedienden… je voelt op je sokken aan dat de Conventie van Génève hier met zachte dwang aan de kant werd geschoven.
“Aan de kant geschoven? Hier werd de ene oorlogsmisdaad na de andere gepleegd! We hebben het over het bombarderen van burgerdoelwitten, het gebruik van clusterbommen en het inzetten van nieuwe massavernietigingswapens. Want niet alleen werd er volop op burgers geschoten, ze maakten daarbij gebruik van bijzonder vernietigend wapentuig zoals een soort kleine bommen die uiteenspatten in honderden scherpe stukjes metaal. Zo kreeg ik een man onder ogen die zo’n stuk metaal in zijn hoofd had gekregen. Ondertussen hadden we geen anesthesie meer, geen elektriciteit, zelfs geen water. Ik kon niets meer doen dan een lichte pijnstiller geven. De man is 24 uur later bezweken aan niets anders dan ondraaglijke pijn. Niet lang ervoor was “medical city” geplunderd, een verdeelcentrum van bloed, plasma, medisch materiaal. Het ging ieders verstand te boven. Nog andere misdaden: het schieten op ziekenwagens en het verhinderen van medische zorgverlening.”

Welk gevoel houdt u aan dit conflict over?
“Wat ons die dagen overeind hield was pure kwaadheid. Dit was allemaal gepland. Heel deze gigantische oorlogsmachine die overal, en op elk moment kon toeslaan, het vernietigen van de nutsvoorzieningen, de plunderingen… alles om mensen het gevoel te geven dat ze nergens nog veilig waren, dat elk verzet tegen de supermacht nutteloos was. Deze ervaringen grijpen diep in het weefsel van elke dokter die getuige is.”

maandag, april 14, 2003

[Column] Kind in tijden van oorlog

Kind, mijn kind, hoeveel kan een ouder van je houden? Je strekt je vrijgevochten armpjes uit in de lege witte ruimte. Nauwelijks bekomen van je reis uit het ongewisse beland je in het ongerijmde van een grenzeloze wereld waar problemen worden opgelost door geweld. Congo, Tsjetsjenië, Colombia, het houdt niet op. Terwijl jij je eerste oogopslagen werpt heeft het keizerrijk zijn zevenmijlslaarzen aangetrokken en is over Irak gaan heen staan. Het draagt een veel te wijde jas en zingt de valse loftrompet van de rechtvaardigheid.

In de krant verhalen over overvolle ziekenhuizen, op internet circuleren bloederige foto’s van uiteengereten lichamen, van kinderen die al hun ledematen én hun ouders verloren. Een bom die inslaat op het hotel waar de hele internationale media haar basis heeft, balans: drie doden. Geruchten over doorgestoken kaart steken onvermijdelijk de kop op. Niemand is verbaasd.
Op datzelfde moment brengen zogenaamde ‘embedded journalists’ verslag vanachter de schutskoepel boven op een oprukkende tank. Ze hanteren een absurd jargon dat alle realiteitszin verloren heeft en lijken hun rol als vaandeldragers van de oorlogsmachine volledig geassimileerd te hebben.

Hoe leg je het uit? Tja, hoe legden mijn ouders het uit, eind jaren 60? Toen was die dezelfde oorlogsmachine elders massagraven aan het delven. De Amerikaanse oorlog in Vietnam was reeds verschillende jaren achter de rug toen mijn ontluikend historisch bewustzijn de puzzelstukjes bij elkaar begon te zoeken. Neen, wij dachten niet de laatsten te zijn die hun levensweg zouden moeten starten in tijden van slagveld. De waan van de maakbaarheid was niet meer aan ons besteed. Was er sinds Vietnam niet een dozijn andere oorlogen geweest? En toch leeft altijd de hoop…

Kind, oh kind, jij onvolgroeid wezen uit Utopia, je hebt ons zoveel te leren. Jou hulpeloosheid mag symbool staan voor de collectieve onkunde van een internationale gemeenschap. Kunnen we je verbergen voor deze waanzin?

vrijdag, april 11, 2003

Recht op water bestaat nog steeds niet - Consensus over aanpak groeit bij activisten

Water, weinig gaven van de natuur zijn zo fundamenteel voor het menselijk bestaan. Je zou dan ook denken dat de toegang tot het ‘blauwe goud’ stevig gebeiteld is in de internationale wetgeving. Maar dat is niet zo. Het Recht op Water bestaat eigenlijk nog steeds niet. Wel zijn er enkele aanzetten gegeven tot wat ooit een passende wetgeving zou kunnen worden. Er beweegt dan ook heel wat rond deze « problematiek van de toekomst. » Activist op zoek naar een nieuw thema? Enkelen gingen u voor.

[body] Stef Lambrecht, coördinator van de Vlaamse NGO Protos, was erbij op het Wereld Water Forum dat onlangs in Kyoto werd gehouden. Hij was daar als één van de enige Belgen en nam deel aan de NGO-delegatie. Amnesty vroeg aan hem hoe dat nu eigenlijk zit met het Recht op Water. « De commissie van Economisch-Sociaal-Culturele rechten (zie ook Dossier, pagina 14 van dit nummer) van de VN heeft op 27 november 2002 het recht op een minimum hoeveelheid water voor iedereen erkend. Ze verklaart ook dat de overheden de juridische verantwoordelijkheid hebben om dit recht vast te leggen. Helaas is de Commissie slechts een expertencomité dat niet erkend is door de VN zelf en zijn de teksten geen echt juridische basis zoals de UVRM. » Inhoudelijk zijn er ook een aantal fundamentele tekortkomingen ? « Inderdaad. Want hoe definiëren we het recht zo dat het geldt voor iedereen ? Wat zullen de uitvoeringsmechanismen zijn ? Er is ook nood aan sterkere juridische instrumenten. Overigens zien veel staten in het zuiden dit allerminst zitten omdat hen verantwoordelijkheden worden opgedrongen die ze niet kunnen betalen… »

[streamer] Een arm gezin in de krottenwijken van Port-au-Prince geeft 7 à 8 maal meer uit aan water dan in de begoede wijken.

De Commissie erkent dat water een publiek goed is. Er groeit internationaal een consensus hierover. Al heersen in de praktijk nog steeds vaak cowboy principes : toevallige eigenaars claimen het eigendom van het water dat opwelt uit hun grond. Maar de belangrijkste discussies gaan over de uitbatingsrechten van het water. Je hebt immers een installatie nodig om het water bij de mensen te brengen. « Hierover bestaat geen consensus. Volgens ons mag de uitbating gebeuren door privé-actoren maar wel onder duidelijke voorwaarden. Zo moeten de cruciale functies in verband met het beheer van het water in handen zijn van een sterke overheid. We hebben het dan over prijszetting, verdeelsleutels van het water over verschillende gebruikers, controle op operatoren en controle op kwaliteit. In dat verband moet het zelfbeschikkingsrecht van overheden gerespecteerd worden.»

Dat veronderstelt allemaal dat overheden transparant en performant werken. « Er is een grote nood aan capaciteitsopbouw. Ik was zelf de laatste zes maanden op bezoek bij een aantal landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en allen klagen ze over een gebrek aan managementstructuur bij de lokale overheden. Vaak kijken ze dan naar privébedrijven om hen daarbij te helpen.»

Alle experts hangen aan de alarmbel. Er wordt al gesproken over een regionale oorlogen met als inzet water. De Verenigde Naties schijnen alle heil te verwachten van bedrijven. Maar activisten en NGO’s allerhande geloven niet in die oplossing? « Anderhalf miljard mensen beschikken vandaag niet over toegang tot proper water. Hier is de privésector gewoon niet geïnteresseerd om te investeren omdat er geen winstmogelijkheden in zitten. In het zuiden zijn het vooral de kernsteden die wel over watertoegang beschikken. Op het platteland is de investeringskost veel hoger maar geraken de mensen meestal wel rechtstreeks aan water, al moeten ze er twee uur voor lopen en is de kwaliteit vaak van bedenkelijke kwaliteit. Problematisch zijn de volks- en krottenwijken rond de steden waar mensen vaak een enorme prijs betalen voor hun water, gewoon door de vele tussenhandelaren die allemaal langs de kassa passeren. Bijvoorbeeld geeft een arm gezin in de krottenwijken van Port-au-Prince 7 à 8 maal meer uit aan water dan in de begoede wijken. » Hoe gaat dat dan in zijn werk ? « Vaak heeft iemand een eigen boorput. Die persoon verkoopt het water aan een eigenaar van een tankwagen welke het brengt naar een reservoir bij de woonwijken. En dan is er een hele reeks aan ambulante verkopers die het water verder verkopen aan de eindgebruikers. Dit hele circuit situeert zich in de informele sector waarover geen enkel functionerend rechtsmechanisme de plak zwaait. »

Is er dan geen enkele manier om het recht op water af te dwingen ? Stef Lambrecht blijft met de voeten op de grond : « Daar zijn we de eerste tien jaar niet aan toe, vrees ik. Eerst moet er duidelijker gespecifieerd worden waarover het gaat. Wat is dat precies : toegang tot water ? Bedoelen we op minder dan twee uur lopen of moet het thuis uit een kraantje komen ? En dan zijn er de verantwoordelijkheden die moeten vastgelegd worden : wij schuiven daarvoor drie principes naar voor : ten eerste dient het beheer van het water zo dicht mogelijk bij de gebruiker te gebeuren door de lokale overheden. Ten tweede dient het beheer georganiseerd te worden binnen hydrografische eenheden zoals stroombekkens of aquafers (ondergrondse zoetwatervoorraden). Tenslotte moet het solidariteitsprincipe gedefinieerd en afdwingbaar gemaakt worden, ook internationaal. Water zelf heeft geen prijs maar wel het aanleggen en onderhouden van installaties die de toegang ertoe moeten verzekeren. »

Hoe ver staat de civiele samenleving met constructieve voorstellen ? « Een genuanceerde discussie is enorm moeilijk. In Kyoto was de kloof duidelijk tussen de vermarktingsgoeroes en het linkse kamp. Toch groeit een consensus dat we ons moeten concentreren op sturingsmechanismen en niet op al dan niet het betrekken van privé-actoren. Cruciale vraag blijft : hoe maak je de operatoren performant – dat is ook de vraag die activisten in het zuiden zich stellen. Daarmee zullen we ook op de officiële dicussieplatformen pogen te wegen.»